De schooldirecteur (1): ‘Deel kinderen in volgens niveau'

Stefanie Nijs
© BRUZZ
31/08/2017

“Het liefst zou ik willen afstappen van leerjaren. Laat kinderen op hun eigen tempo werken.” Johan De Bus van de Hendrik Conscienceschool is een directeur met een visie. Maar vraag het hem gerust zelf: je vindt hem iedere ochtend aan de schoolpoort.

Niet ver van het glooiende Josaphatpark vind je basisschool Hendrik Conscience GO!, in Schaarbeek. Bouwvakkers zijn er nog druk in de weer om de laatste hand aan het nieuwe bijgebouw te leggen, leerkrachten lopen af en aan met schoolmateriaal.

Directeur Johan De Bus (35) is opgetogen: de crowdfunding voor nieuwe tablets en laptops, na de diefstal vorige week, loopt vlot. Gelukkig, want zo’n dure diefstal vlak voor het nieuwe schooljaar was even schrikken.

Het is nu het zesde schooljaar dat Johan De Bus directeur is in Schaarbeek. “Eerder werkte ik als leerkracht in het buitengewoon lager onderwijs in Lennik, net buiten Brussel. Directeur worden was altijd al het plan, dus toen hier in Schaarbeek een positie vrijkwam, heb ik geen moment geaarzeld.”

Talen en culturen
“Hier krijg ik een heel diverse groep leerlingen over de vloer, in tegenstelling tot het Nederlandstalige Lennik. Maar ik ben zelf Brusselaar: al die verschillende talen en culturen samenbrengen vind ik net een leuke uitdaging,” vertelt Johan.

“In principe spreken we Nederlands in de klas. Maar als het ene kind iets aan het andere kind wil uitleggen in pakweg het Turks, staan we dat toe, omdat dat het leervermogen bevordert. Omgekeerd mogen kinderen op de speelplaats eender welke taal spreken, tenzij er daardoor kinderen uitgesloten worden. Stel dat een groepje Poolse kinderen speelt en een Spaanstalig meisje wil meedoen, dan moet iedereen overschakelen op de gemeenschappelijke taal, het Nederlands.”

Elke dag aan de schoolpoort
De taalkloof bij kinderen overbruggen lukt dan wel aardig; anderstalige ouders betrekken bij de school blijft evenwel moeilijk. “’Wij kunnen toch niks betekenen,’ denken velen onder hen. Dan vragen we hen bijvoorbeeld om iets te komen voorlezen in hun eigen taal, in de klas. Omdat het prentenboeken zijn, kan ieder kind het verhaal mee volgen. En zo beseffen de ouders dat ze wél een rol kunnen opnemen binnen de school van hun kind, dat taal daarin geen barrière hoeft te zijn.”

“Na de aanslagen kregen directeurs de opdracht om controle te houden aan de schoolpoort ’s ochtends. Niet dat ik potentiële terroristen had kunnen tegenhouden, maar goed (lacht). Maar door daar elke dag te staan, konden ouders me veel gemakkelijker aanspreken. Op die maand tijd leerde ik hen beter kennen dan in de drie jaar daarvoor. Dus elke ochtend aan de poort staan, dat blijf ik doen.”

‘We geven hun de tuin die ze anders moeten missen’
Veel Brusselse gezinnen zitten onder de armoedegrens maar bij Hendrik Conscience valt dat mee, volgens de directeur. “Ik kan de schrijnende gevallen gelukkig op een hand tellen. Dat heeft ook te maken met de buurt: hier wonen niet de allerarmste mensen. Via het inschrijvingssysteem is ligging namelijk doorslaggevend. Ga vierhonderd meter verder, naar de school aan de andere kant van Lambermont, en je krijgt een heel ander publiek.”

“We hebben er bewust voor gekozen om de subsidies voor de speelplaats niet te investeren in speeltuigen, maar in een tuin voor de hele school. Er zijn kippen, moestuintjes, zelfs rotsblokken uit Wallonië. Veel kinderen wonen immers in appartementen. Zo geven we hun de tuin die ze anders moeten missen.”

Kinderen geven zelf knutselles
Dat het watervalsysteem in het secundair onderwijs een probleem is, hoeft geen uitleg meer. Door foute studiekeuzes moeten jongeren telkens opnieuw van richting veranderen of een jaar (of meer) dubbelen. “We geloven dat we daar als basisschool iets aan kunnen doen. Iedere school weet dat als je leerlingen hun talenten laat ontdekken, ze later veel betere studiekeuzes maken.”

“Hoe je dat doet? Dat is de grote vraag natuurlijk,” beaamt Johan. “Voor mij is het antwoord: het klassieke onderwijs doorbreken. Als een kind goed kan knutselen, ga een stap verder en vraag het: ‘Wat zou een goede knutselles zijn?’ Laat hen vervolgens die knutselles aan de andere kinderen geven. Door hen die verantwoordelijkheid te geven gaan ze hun talent veel verder ontwikkelen en meer out of the box denken.”

‘Doorbreek de klassieke leerjaren’
Maar daar stopt het niet. De directeur heeft een droom: “Het liefst van al zou ik willen afstappen van leerjaren. Kinderen zijn zo verschillend qua leercapaciteiten, het is enorm moeilijk voor een leerkracht om dat allemaal te managen. Waarom kinderen niet indelen op niveau, in plaats van op leerjaar? Voor muzische vorming en W.O. houd je een basisgroep, voor alle andere vakken deel je in op niveau. Zo kan ieder kind op zijn eigen tempo leren.”

“Dit jaar proberen we dat voor het eerst bij wiskunde in de lagere jaren. Kinderen uit het eerste, tweede en derde leerjaar worden herverdeeld naargelang hun niveau. We zijn ervan overtuigd dat dat op termijn de werkdruk voor leerkrachten zal verminderen. Kinderen zullen ook niet meer moeten zittenblijven. Het wordt een beetje trial and error waarschijnlijk, maar soms moet je gewoon durven beginnen.”

Met dank aan het lerarenteam
Al die projecten op de Hendrik Conscienceschool kunnen er natuurlijk maar komen als het lerarenteam zich erachter schaart. Op dat vlak heeft hij veel geluk, beseft Johan. “Ik ben heel blij dat het team open staat voor die ideeën, want anders is er geen beginnen aan. In tegenstelling tot andere scholen hoef ik ook niet elk jaar op zoek naar zes of zeven nieuwe leerkrachten. Het team heeft mee nagedacht over projecten vanaf het begin, ze zien het ook als hún projecten.”

Alleen jammer dat het lerarenteam de diversiteit van Brussel niet weerspiegelt: de meesten zijn Vlamingen uit het Leuvense. Daar wil Johan iets aan doen met het programma ‘Brussels ketje’. “Daarbij komt een leerling uit het zesde jaar van de secundaire school in de buurt een dagje lesgeven bij ons. Zo hopen we dat ze het ‘virus’ te pakken krijgen en voor een lerarenopleiding kiezen.”

Een gelukkig man
“Als directeur weet je op voorhand niet hoe je dag er gaat uitzien. Soms ben je gewoon een hele dag bezig om een waterlek op te lossen.”

“Ik weet dat ik hier wel een heel rooskleurig beeld geef, maar ik heb echt het gevoel dat het hier goed draait. Ik ben een gelukkig man (lacht). Natuurlijk zijn er veel uitdagingen. Maar tegelijk is het geweldig dat we de vrijheid krijgen om ons eigen project uit te werken. Met een school kan je echt een impact uitoefenen op kinderen, op een buurt. Dat is waar ik het voor doe.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Schaarbeek , Samenleving

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni