Lydia Depauw Deveen

Lydia De Pauw-De Veen, socialiste: 'Ik voel me nog altijd jong van geest'

Danny Vileyn
© Brussel Deze Week
01/07/2015

Ze is er inmiddels 86, maar ze voelt zich nog altijd jong. “Al is de carrosserie wel versleten,” zegt ze met een ontwapenende glimlach. Wij gingen op de koffie bij Lydia De Pauw-Deveen, emeritus-hoogleraar, voormalig staatssecretaris, voormalig senator, voormalig voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, maar bovenal socialiste in hart en nieren.

L ydia De Pauw - Deveen woont in een stijlvol appartement aan de Kluisstraat in Elsene. Een flat met heel veel boeken, veel moderne kunst ook. Ook nu koopt ze nog altijd kunst: “Vooral van mensen met psychische problemen, daar steken pareltjes tussen. Ik heb de jongste tijd kunstwerkjes gekocht in Den Teirlinck (opvangcentrum voor mensen met psychische problemen, DV) hier in de buurt en in de galerij Art en Marge in de Hoogstraat.” Amper hebben we elkaar begroet, als ook Quinto komt groeten. Quinto is een zevenjarige american curl van zeven kilo. Quinto lijkt me te herkennen. Hij gaat ons voor naar het terras, waar hij zich op het tafeltje installeert. Er is nog net plaats voor mijn opnameapparaatje en mijn schrijfblok.

“Toen Frans (de overleden echtgenoot van Lydia, hoogleraar Frans De Pauw, DV) en ik in 1953 voor een jaar naar New York trokken, waar ik aan de Colombia University Kunstgeschiedenis heb gestudeerd, heeft mijn moeder een jaar op onze eerste poes gelet. Het was een mensenschuwe kat die zich wegstak als er bezoek kwam. Toen wij na een jaar terugkwamen, rende hij op ons toe. Ik weet nog altijd niet of het de geur is, of iets anders.”

New York was een fantastische ervaring, vertelt Lydia, de visie van Frans en haarzelf werd verbreed, maar toch was het allerminst evident. “De republikeinse families bij wie we op bezoek gingen kenden geen atheïsten. Als je zei dat je atheïst was, volgde onmiddellijk de vraag of je ook communist was. Een vriendin die in een klein stadje ging wonen omdat haar man er werk had, is jaren nergens uitgenodigd omdat ze atheïst was. Iedereen was er bij een kerkgenootschap, maar ik had zelfs geen hoed, een must in die tijd. Ik heb er ook geen enkele verdienste aan dat ik atheïst ben. Mijn grootvader Louis Deveen, die in 1863 geboren werd, was al niet gedoopt. Kan je je dat voorstellen in die tijd?”

Feminisme
Onderwijs en feminisme zijn twee vaste waarden in de familie Deveen. Lydia: “Mijn vader mocht van zijn ouders alleen maar voor onderwijzer studeren. Mijn vader vond het niet kunnen dat zijn twee dochters alleen maar voor onderwijzeres mochten studeren. In die tijd mochten ze zelfs nog niet voor regentes studere. Mijn grootvaders motto luidde: wat mijn dochters niet mogen, mag mijn zoon ook niet.”

Lydia is vele jaren hoogleraar Kunstgeschiedenis geweest aan de VUB. “Aan de VUB heb ik de kans gekregen om een nieuwe cursus in het leven te roepen: Kunst en Maatschappij. Het ene jaar gaf ik Kunst en Politiek, het daaropvolgende jaar De Vrouw als Kunstenaar. Ik kreeg toen van een vrouwelijke collega de opmerking: ‘Maar dat is toch geen echte kunstgeschiedenis?’ Daar ben ik nog altijd heel fier op.”

Lydia’s talenten zijn veelzijdig maar ook verrassend, ze was hoogleraar Kunstgeschiedenis en ze tekent zelf. Aan filosofie daarentegen heeft ze nooit een boodschap gehad: “Ik kan niet overweg met die begrippen, maar in logica was ik heel goed. Leo Apostel was de enige filosoof die ik echt begrepen heb. Ik heb Latijn-Grieks gevolgd, maar was heel goed in wiskunde.”

Haar kleindochter Bregje heeft net haar doctoraat theoretische wiskunde behaald aan de University van Los Angeles, omdat ze met dat diploma geen werk vindt in Amerika emigreert ze met haar Amerikaanse partner naar Australië. Haar dochter Sonja geeft in Antwerpen les als pedagoge, haar zoon Pieter werkt aan de VUB.

Socialisten
Lydia mag dan uit een socialistisch nest komen, nog voor ze aansloot bij de PSB/BSP werd ze lid van de socialistische vakbond. De eerste keer dat ze na de terugkeer uit de States moest gaan stemmen voor een nieuwe gemeenteraad in de Stad Brussel hebben Lydia en haar man voor Louis Van Geyt gestemd. “Ik kende geen enkele kandidaat op de lijst van de socialisten, dus heb ik voor de communisten gestemd. We kenden elkaar van aan de VUB. Louis en ik bellen elkaar nog af en toe op, dan zijn we algauw vertrokken voor een half uur.”

Of het haar geen pijn doet dat een deel van de SP.A wel heel ver is meegegaan in het neoliberale verhaal? Ze aarzelt even: “Ik heb altijd tot de linkervleugel van de partij behoord. Ik ben blij dat John Crombez voorzitter is en niet langer Bruno Tobback. John is een stuk linkser en ook minder anti-Brussel dan vader en zoon Tobback. Louis is zo provinciaal. Toen Bruno het op een partijcongres presteerde om niet één keer de naam Brussel te laten vallen, heb ik hem daarop gewezen. Het enige antwoord dat hij wist te verzinnen: ‘Ik heb Antwerpen ook niet vernoemd.’ Ik heb ook voor het weekblad Links geschreven onder Marcel Deneckere. Toen Patrick Janssens als voorzitter het predicaat socialistisch schrapte, ben ik heel kwaad geworden. Ik voel me honderd procent Brusselse, maar ik ben ook Vlaams. Ik schaam me helemaal niet dat ik een socialiste ben.”

Het is aan Lydia te danken dat de Rode Leeuwen het licht zagen, een Brusselse Vlaamse afscheiding van de BSP. “Op een vergadering van de toen nog tweetalige partij werd het me te bar. Ik was in die tijd nog heel verlegen, maar ik heb toen het woord gevraagd. Het anti-Vlaamse discours werd me te veel. Ik heb toen in het Frans de Vlamingen verdedigd. Nadien kwam Marc Galle me verwijten dat ik Frans gesproken had. Ik heb hem geantwoord: ‘Ik heb misschien Frans gesproken, maar gij hebt gezwegen.’ Ik wou dat de Franstaligen me verstonden. Het was maart 1968 en Hendrik Fayat was door de tweetalige partij op een onverkiesbare plaats gezet voor de verkiezingen. Toen hebben we beslist om een eigen lijst in te dienen. Toen ik in 1972 verkozen werd in de agglomeratieraad kwam de tolk me zeggen dat ik de enige was voor wie hij moest werken. Ik was de enige die Nederlands sprak.”

De jaren 1970, dat waren de hoogdagen van het FDF. “FDF-voorzitter Lagasse heeft het gepresteerd om me in de wandelgangen van het parlement (Lydia en Lagasse zijn ook beide senator geweest, DV) nooit te groeten. Zelfs een knikje met het hoofd kon er niet van af. Zo groot was de haat. Als ik vandaag FDF-voorzitter Olivier Maingain tegenkom, spreekt hij Nederlands met me. Zijn moeder was tenslotte van Aalst.”

Amnestie
Lydia wordt nog altijd kwaad als ze over amnestie hoort spreken. “Als ik staatssecretaris Theo Francken hoor, is het nog altijd niet voorbij.” Ze herinnert zich hoe ze ooit bij Rika De Backer uitgenodigd was, samen met de VU’er Lode Claes. Op een bepaald ogenblik ging het over amnestie, ze kreeg geen woord meer over haar lippen. Toen haar gesprekspartners het begrepen hadden, zei ze: “Mijn vader was bij de Weerstand. Hij wist waarom.” Het onderwerp werd afgevoerd. Lydia: “Mijn vader was tijdens de Tweede Wereldoorlog weerstander, hij zorgde voor de distributie van de valse Le Soir. Ik smokkelde als kind ook valse Le Soirs, ik stad ze tussen mijn schrift en de kaften die er toen rond gewikkeld waren. Ik gaf mijn schrift met Le Soir aan de lerares, ik kreeg het ‘s anderendaags terug zonder.”

Haar grootvader wordt vermeld in de Vlaamse Leeuw, een sluikblad van Richard van Landuyt tijdens Wereldoorlog I, de grootvader van filosoof Philippe van Parijs. Het blad was koningsgezind en Vlaams, het blad hoopte dat de Vlamingen na de Eerste Wereldoorlog dezelfde rechten zouden krijgen als de Franstaligen. Lydia: “Ik ben allergisch aan alle nationalismen, de triomftocht van Bart De Wever door Antwerpen op verkiezingsdag heeft me koude rillingen bezorgd. Ik weet waartoe nationalisme kan leiden.”

Altijd in het rood
Lydia is al sinds haar politieke ontwaken in het rood gekleed: “Maar ik heb me nooit in het rood gekleed aan de universiteit.” De taalwetgeving is aan haar man te danken, maar hij is ook een van de pioniers van de VUB en het is aan hem te danken dat er een Vlaams ziekenhuis is in Brussel, het AZ in Jette. “Iedereen gaf dat ziekenhuis op, maar Frans hield vol. Hij heeft de steun gekregen van P.W. Seghers, een CVP’er, nota bene. Ik vind het jammer dat er geen auditorium of lokaal naar Frans genoemd is, ze zijn hem precies al vergeten.”

En op de agenda voor haar verjaardag? Lydia: “Eerst gaan eten met mijn zoon en een paar vriendinnen, en nadien naar de proclamatie van mijn twee jongste kleinkinderen in Asse. Maar eigenlijk is het belangrijkste cadeau de verjaardag van mijn dochter Sonja en kleinzoon Aster op 26 juni.”

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Elsene , Samenleving , BDW in gesprek met ...

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni