Wijkacademie: 'We zitten diep, dus moeten we hulp bieden'

Kim Verthé
© BRUZZ
21/03/2017

Hoe kon het dat de daders van de aanslagen om de hoek zijn opgegroeid en hebben kunnen toeslaan? Die vraag ontwricht het sociale weefsel in Molenbeek tot op de dag van vandaag. Aziza El Miamouni en Malika Aberkan willen de wonden laten helen. “Molenbekenaren hebben recht op herstel.”

El Miamouni en Aberkan, ingeweken Molenbekenaren, hebben het de afgelopen weken geweten dat de verjaardag van de aanslagen eraan kwam. “Onze telefoon staat roodgloeiend, vaak zijn het journalisten.”

We zijn op bezoek in de wijkacademie. Dat is het vrijwillige burgerinitiatief van El Miamouni en Aberkan dat buren rond de dialoogtafel brengt. “Sinds de aanslagen hebben Molenbekenaren veel meegemaakt. Ze komen niet meer makkelijk met hun verhaal naar buiten. Er is wantrouwen tegenover elkaar, en er leeft afkeer tegen de politie en de media. Onze wijkacademie moet het vertrouwen in vele richtingen herstellen,” legt Aberkan uit.

Samenkomen doen ze in scholen, in gebedshuizen, en straks, als de tijd er rijp voor is, zelfs in het lokale politiekantoor. Meestal is de uitvalsbasis het gemeenschapshuis Pierron, nabij de Sluis van Molenbeek.

Buurtbewoners samenbrengen, het klinkt niet nieuw. Waarom dan toch het idee?
AZIZA EL MIAMOUNI: Wat wij doen, is inderdaad niet nieuw. Maar wij verbinden. Kijk, wij hebben hetzelfde meegemaakt als mensen uit Molenbeek, want we wonen hier zelf. Na de arrestatie van Salah Abdeslam waren ook wij uit ons lood geslagen. Wij worstelden met vragen: ‘Hoe komt het dat dat allemaal in onze buurt, die van de Vierwindenstraat, is gebeurd?’ De jongens die dat hebben gedaan, zijn in onze ogen monsters, maar ze waren ook herkenbaar. En dan: ‘Hoe komt het dat wij dat niet hebben gezien? Hoe komt het dat ouders of buren dat nooit gemeld hebben?’ Er groeide argwaan.

Bovendien constateerden we dat hier in Molenbeek zoveel organisaties goed werk leveren. Maar iedereen zit op zijn eiland, waardoor je altijd dezelfde mensen bereikt. De wijkacademie wil de missing link zijn.

Hoe hebben jullie het aangepakt?
EL MIAMOUNI
: Afgelopen zomer zijn wij mensen beginnen aan te spreken, hier in het Pierronpark. Wij zijn gaan aanbellen bij mensen. We voelden ons als stalkers. Dat was onaangenaam, maar onze herkenbaarheid hielp. We zijn allebei vrijwilliger in de scholen van onze kinderen. Mensen zien ons als ‘iemand van hier’. Op ons eerste informele ontbijt dat we organiseerden, kwamen veertig mensen af. Dat gaf een enorme boost. Intussen bereiken we driehonderd mensen. Elke week zien we nieuwe gezichten.

Waarom de naam ‘academie’?
EL MIAMOUNI
: We willen mensen laten proeven van nieuwe zaken, hun blikveld verruimen. Zo hebben we bijvoorbeeld een academie opgezet rond diabetes. Dan nodigen we een dokter uit uit de buurt. Tijdens zo’n bijeenkomst blijkt dan dat veel mensen geen huisarts hebben. Dan verwijzen wij door. Maar ook in het onderwijskluwen rijden mens zich vast en snakken ze naar informatie. We zien ook dat sommige geïsoleerde gezinnen nooit naar een toneelvoorstelling of een museum gaan. Ze blijven in hun comfortzone in de Gentsesteenweg.
MALIKA ABERKAN: We werken ook andersom. We hebben al de ‘Dansaertmensen’ uitgenodigd naar de Al Khalilmoskee in Molenbeek.

Hoe vermijden jullie dat jullie dialoogtafel een praatbarak is?
EL MIAMOUNI
: Dat is het nooit (fel). Onze methodiek is die van geweldloze communicatie. Dat houdt in dat we mensen laten spreken en dat anderen luisteren. Dat klinkt misschien evident, maar wij bereiken mensen die nog nooit in een vergadering hebben gezeten, voor wie een oudercontact het dichtst in de buurt komt. Als je daar geen methodiek in steekt, creëer je luidruchtige communicatie.
Zo willen we bijvoorbeeld graag de Molenbekenaren samenbrengen met de lokale politieagenten. Dat kunnen we niet zomaar doen, want dan krijg je gegarandeerd geroep, gezien de trauma’s. Maar uiteindelijk willen we aan slachtoffer-daderbemiddeling doen. Dat is voor ons de kern van herstelrecht.

Bereiken jullie ook de familie van jongeren die naar Syrië zijn getrokken? Ik kan me inbeelden dat die gezinnen enorm geïsoleerd zijn geraakt in Molenbeek.
EL MIAMOUNI: We bereiken ze, maar moeilijk, en het is eigenlijk te laat. Weet u, drie à vier jaar vóór de vorige verkiezingen in 2012, vingen wij al noodkreten op van die ongeruste ouders. We hebben toen een viertal vrouwen hun verhaal laten vertellen aan verschillende politici. Onder hen waren wel ouders van wie de kinderen betrokken waren bij de aanslagen of die gesneuveld zijn.
Maar op dat moment voelden wij dat er alleen interesse was in het ronselen van stemmen. Na die bijeenkomst begrepen wij dat het niets zou helpen. Die vrouwen zijn naar huis gegaan, en daar is nooit iets mee gedaan. Ik ben nog altijd beschaamd ten opzichte van die families. En dan durven politici te zeggen: ‘We hebben het niet gezien.’ Jawel, er zijn wél signalen geweest.

En de jongeren, vinden zij de weg naar de wijkacademie?
EL MIAMOUNI
: We werken samen met scholen en jeugdorganisaties. De animatoren weten bovendien hoe ze moeten omgaan met ook de ‘moeilijke’ jongeren van Beekkant en Pierron.
ABERKAN: Het is zo dat een harde kern van een zestal jongeren hier in Pierron regelmatig vernielingen aanricht. En dan zoeken wij contact, de animatoren met de jongeren, wij met de ouders. Als je naar hun motieven luistert, komt het telkens weer op hetzelfde neer. ‘Waarom zijn wij hier buitengesjot? Deze plek was van ons.’
EL MIAMOUNI: Wij proberen daarom ook hun reële noden te beantwoorden. We spreken over jongeren tussen de 19 en de 24. Dat zijn jongeren die aan het werk zouden moeten zijn. Maar ze willen niet meer naar Actiris of de VDAB. Ze gaan ervanuit dat ze toch geen job krijgen. Dus dan proberen wij Actiris naar hier te halen. Dat zou niet mogen, jongeren zouden uit zichzelf initiatief moeten nemen, maar we zitten zo diep,
dat we hulp moeten bieden. En als we hén meekrijgen, volgen veel andere jongeren in Molenbeek.
ABERKAN: Uiteindelijk gaat het om het lage zelfbeeld van veel jongeren. Ze dromen niet meer.

Onlangs zei de Molenbeekse antiradicaliseringsambtenaar in de commissie terreurbestrijding dat het aantal jongeren dat radicaliseert in Molenbeek nog toeneemt. Akkoord?
ABERKAN
: Ik denk van wel, ja. Wat wij zien, is dat jongeren vooral radicaliseren door stigmatisering, en pas in de tweede plaats door toedoen van malafide individuen. Wanneer intelligente jongeren uit het vijfde middelbaar er rotsvast van overtuigd zijn dat ze later geen job zullen hebben, dan noem ik dat radicaliseren. Als knappe meisjes zeggen te weten dat hun hoofddoek hen zal belemmeren in latere studies en werk en vervolgens dan maar willen trouwen op hun achttiende, desnoods met een man uit Marokko, en kinderen willen krijgen ‘want dan moet de overheid mij wel een erkenning geven’, dan sta ik daarvan te kijken.
EL MIAMOUNI: Ook het harde discours van Trump, Wilders en Le Pen helpt niet, noch de haatspraak over de islam op het internet.
ABERKAN: Ik hou echt mijn hart vast voor de toekomst.

Vrezen jullie dan nieuwe aanslagen?
ABERKAN
: Ik maak me zorgen, ja. Ik vrees dat veel jongeren denken dat ze niets te verliezen hebben.
EL MIAMOUNI: Ik maak me geen zorgen over aanslagen, de overheid zet zo hard in op veiligheid. Maar ik denk dat we niet veraf zijn van rellen. Ik denk dat ze jongeren gaan opzetten om rellen te organiseren. En dat kan nog veel erger zijn dan een aanslag. De schade die je dan aanricht, is nog groter.

Waar ligt volgens jullie de oplossing?
EL MIAMOUNI
: Onderwijs, onderwijs, onderwijs. Het Franstalig onderwijs heeft hier lang gefaald. De scholen in Molenbeek waren concentratiescholen. Het Nederlandstalig onderwijs boekt nu wel goede resultaten, maar we zijn er nog niet.

Wat vonden jullie van de uitspraken van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits, over het gebrek aan betrokkenheid van allochtone ouders bij de school van hun kinderen?
ABERKAN
: Crevits had het over de tweede generatie. Dat zijn wij dus. Wij ervaren net het omgekeerde van wat zij beweert. Als wij te mondig uit de hoek komen op oudercontacten of tijdens het jaar, voelen leerkrachten zich onwennig. Ik spreek uit ervaring, want ik sta zelf in het onderwijs.
EL MIAMOUNI: Ik was kwaad. Zo lijkt het alsof ons werk niet wordt geapprecieerd. Al jarenlang vechten wij er - vrijwillig - voor om ouders te betrekken bij de scholen van hun kinderen. Dan is er zo’n uitspraak (veegt met de arm over tafel). Zo duw je mensen collectief naar beneden.
ABERKAN: Ik vind wel dat ouders beter geïnformeerd moeten worden over rechten en plichten. Taalbeheersing mag geen voorwendsel zijn om ouders slecht te informeren.
EL MIAMOUNI: Neem nu de CLB’s, die in Molenbeek vaak de mist ingaan. Ik zit al zestien jaar de ouderraad voor van een school in Molenbeek. Wanneer het CLB uitleg komt geven aan ouders van wie de kinderen naar het middelbaar gaan, dan krijg je - minister Hilde Crevits zal het niet graag horen - een zaal vol allochtonen. De Brusselse Vlamingen komen niet, want ze weten al lang waar ze hun kinderen willen inschrijven. Wat krijgen de allochtone ouders te horen? Informatie over het TSO en het BSO, het ASO komt niet aan bod. Noem jij dat degelijk informeren? Dus, wij pushen ouders op eigen houtje om hun kinderen, als die veel in hun mars hebben, naar het ASO te sturen. Anders gaan talenten verloren. Gelukkig luisteren de moeders uiteindelijk naar ons.

Een jaar later

Op 22 maart liggen de aanslagen op de luchthaven en in metrostation Maalbeek een jaar achter ons. Hoe is de stad ondertussen veranderd? Wat maken de nabestaanden door? En wat zijn de sleutels om uit de huidige crisis te raken? Het zijn maar enkele vragen waarop we in ons dossier "Een jaar later" een antwoord proberen te geven.  Lees hier het volledige overzicht van hoe BRUZZ de aanslagen herdenkt.  

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Sint-Jans-Molenbeek , Samenleving , Een jaar later

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni