Ex-baas MIVB: ‘OV-maatschappij moet ook over wegen kunnen beslissen’

© Saskia Vanderstichele

“We hebben een overkoepelende organisatie nodig voor alle vier de Belgische OV-maatschappijen.” Alain Flausch zei de MIVB zes jaar geleden al vaarwel, maar hij heeft duidelijk nog steeds een ongezouten mening. Aan het einde van zijn carrière bij de Internationele Transportunie pleit hij voor één groot Belgisch Expresnetwerk. “Maar de Vlamingen hebben daar geen zin in en dus plakt Brussel hoe langer hoe meer dicht.”

De 67-jarige Flausch zei ooit dat hij onderbetaald werd in zijn job bij de MIVB. In 2011 stapte hij na elf jaar dienst over naar de Internationale Transportunie (UITP), daar gaat hij nu op pensioen. Vanuit zijn laatste functie heeft Flausch Brussel vaak kunnen vergelijken met andere, betere OV-steden. “Die moeten we als voorbeeld nemen, want Brussel kleeft meer en meer dicht,” zegt hij.

In een interview met de krant Le Soir blikt Flausch aan de rand van zijn uittreding terug op zijn carrière. Maar hij kijkt ook vooruit, naar de toekomst van Brussel als stad. Met een almaar stijgende filezwaarte en dalende commerciële snelheid ziet hij die op dit moment vrij somber in.

Brussels labyrint
“Vijftig jaar auto-overheersing heeft z’n werk gedaan,” aldus Flausch. “Als je het niet door en door kent, of militant bent, is het Brusselse OV een labyrint: ‘Waar is mijn halte? Waar koop ik mijn ticket? Waar in de bus stap ik op en af?’ Niet bepaald gemakkelijk, en dat terwijl gebruiksgemak net dé prioriteit moet zijn voor een vervoersmaatschappij.”

Brussel gaat er volgens de voormalige MIVB-topman wel op vooruit, maar te langzaam. De belangrijkste reden daarvoor is dat Brussel en bij uitbreiding België geen overkoepelend orgaan heeft dat zeggenschap heeft over alles rond mobiliteit: het openbaar vervoer, maar ook wegen zelf en fiets- en voetgangersinfrastructuur. “Transport For London, de Parijse STIF, de Singaporese Land Transport Authority, enz.: die hebben dat allemaal wél. Dan kan je pas echt een tactische visie toepassen.”

De kleinste gemene deler
Zo’n paraplu-agentschap zou ook kunnen anticiperen op toekomstige situaties, zoals een Brussel vol Ubers, deelfietsen of zelfs zelfrijdende auto’s. Het zou tarieven en organisatie kunnen bespreken met alle verschillende spelers, hun rol bepalen en hen verbinden.

“Iedereen, en vooral dan de politiek, vertrouwt te veel op de technologie om de mobiliteitsproblemen van de toekomst op te lossen,” zegt Flausch daarover. “Als er iets moet veranderen aan de wegen, luisteren politici vaak eerder naar een handvol handelaars dan naar de kiezers die grotendeels het OV gebruiken.” En net daarom moet dat grotere agentschap er komen, om een bredere visie toe te passen, die niet enkel rekening houdt met de kleinste gemene deler.

‘Vlamingen hebben geen zin’
In 2005 lanceerde de toenmalige MIVB-CEO al het idee om de vier grote vervoersmaatschappijen (NMBS, De Lijn, MIVB en TEC) te verenigen in een groot regionaal expresnetwerk met maximale bevoegdheden. Toenmalige bazen Ingrid Lieten (De Lijn) en Jannie Haek (NMBS) waren evenwel niet gewonnen voor het concept. “En de Vlamingen hebben er nog steeds geen zin in. Het keurslijf dat zij ons hebben opgelegd begint nu zijn kwalijke symptomen te tonen. Eén resultaat is het groeiende aantal autopendelaars, waardoor Brussel verder dichtslibt.”

Volgens Flausch moet er meer worden gekeken naar steden die wegen versmallen en bus- en tramsites vergroten. “En fietspaden verbreden. Kijk maar naar Kopenhagen: daar zijn er grote zones-20 en als het sneeuwt ruimen ze de fietspaden eerst. Dat is pas een echte politieke boodschap. In Brussel begrijpt men nog niet dat de echte begunstigde de stad zelf is. Maar er zijn te veel verschillende politieke niveaus naast elkaar en die vinden een ‘nee’ allemaal makkelijker dan een ‘ja’.”

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook