Helft van kandidaten lerarenopleiding kent onvoldoende Frans

Studenten die de lerarenopleiding lager onderwijs willen volgen, kennen vaak onvoldoende Frans. Dat blijkt uit de resultaten van de niet-bindende toelatingsproef van vorig jaar. De studenten scoren wel beter op Nederlands en wiskunde.

De bedoeling van de toelatingsproef is dat studenten voor de lerarenopleiding inzicht krijgen in hun sterktes en werkpunten. De proef is niet bindend, een student kan dus ook niet buizen. De feedback houdt studenten wel een spiegel voor en geeft hen de kans om ofwel zelfstandig ofwel binnen de lerarenopleiding bij te spijkeren waar nodig.

Vorig jaar (2016-2017) werd de proef nog afgenomen na de inschrijving. Voor dit schooljaar is de test verplicht voor de inschrijving tot de lerarenopleiding.

Uit de cijfers van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) blijkt nu dat er vorig jaar 6.000 eerstejaarsstudenten lerarenopleiding (kleuter-, lager- en secundair onderwijs) hebben deelgenomen aan de proef. Ongeveer 7 op de 10 studenten waren vrouwen.

Terwijl de meeste studenten goed scoren op Nederlands (70 procent slaagt) en wiskunde (65 procent slaagt), haalt slechts de helft van de studenten de norm voor Frans.

 

 

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook