Homoseksualiteit in Brussel: Sodom aan de Zenne

Aan het einde van de negentiende eeuw was Brussel lang niet de hyperdiverse plek van vandaag. Toch had de stad toen al een bijzondere uitstraling voor homoseksuelen. 

Loop je vandaag achter het beursgebouw, tussen de wafelkramen en straatzangers, dan zou je niet meteen vermoeden dat die plaats een van de belangrijkste cruisingplekken van negentiende-eeuws Brussel was. De openbare toiletten die er stonden, waren een trekpleister voor homo’s, die er seks zochten. Volgens de Indicateur des Urinoirs, een toilettengidsje van rond 1910, waren die urinoirs overdag nog netjes, maar na middernacht waren het vooral ‘des gens des affaires de derrière’ die ze frequenteerden.

Het was niet de enige plek in de Brusselse benedenstad die populair was bij homo’s, of pederasten zoals ze toen werden genoemd. De toiletten in de kleine steegjes rond de huidige Grasmarkt waren bijzonder populair, het lommerrijke Warandepark en het Ter Kamerenbos waren - en zijn nog steeds - geliefde zones voor sekstoeristen. De parel aan de cruisingkroon waren in het fin de siècle de blitse Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Prostituees en toevallige passanten pikten er elkaar aan de lopende band op.

Vandaag is van die geschiedenis weinig te merken. De huidige homobuurt, die zich vooral rond de Kolenmarkt situeert, ontstond pas veel later. “Onderzoek over homoseksualiteit in België voor het ontstaan van de beweging in 1953, bestond nauwelijks,” zegt Wannes Dupont. Hij verdedigde in 2015 zijn doctoraat over de geschiedenis van de homoseksualiteit in België tussen 1850 en 1950 aan de universiteit van Antwerpen. Dat onderzoek vertaalde hij naar een hoofdstuk in het boek Verzwegen Verlangen, over de geschiedenis van homoseksualiteit in België van de middeleeuwen tot nu.

Ook al kon Brussel zich aan die eeuwwisseling qua grootte en grandeur niet meten met Berlijn, Londen of Parijs, het stond wel te boek als een plek waar de stadslucht extra vrij maakte. De liberale grondwet van het jonge koninkrijk België stond garant voor persvrijheid en een verregaande vrijheid van meningsuiting. Daardoor voelden niet alleen politieke vluchtelingen zich welkom in Brussel, maar ook homoseksuelen. Want, in tegenstelling tot Groot-Brittannië, Duitsland of Nederland, was seks tussen mensen van hetzelfde geslacht niet strafbaar in België. Wat een vrije burger in zijn privévertrekken deed, hoe immoreel dan ook, was geen zaak van de Belgische wetgever.

Verborgen
Omdat homo’s zo zwaar werden bestraft in Duitsland en Groot-Brittannië, is er veel juridisch bronnenmateriaal dat hun bestaan en ook hun geschiedenis bewijst. Aangezien de wetgeving in België minder streng was, bestaan er weinig bronnen die een echte aanwezigheid bewijzen, ook niet in de jonge hoofdstad Brussel. Daardoor blijft een groep mensen, die vaak een leven in de schaduw moesten leiden, verborgen voor de geschiedenis.

“Aangezien grootstedelijkheid en homoseksualiteit historisch met elkaar verweven zijn, leek het evident dat de kans het grootst was om de sporen van een vergeten homoseksueel verleden het makkelijkst te reconstrueren op basis van de Brusselse casus,” zegt Dupont.
“De politie bekampte homoseksualiteit wel degelijk actief, zolang dat binnen haar mogelijkheden lag en voor zoverre die seksualiteit gebeurde in de openbare ruimte,” zegt hij. Duponts hoofdstuk in het boek staat bol van saillante details over losbandige toiletbezoeken, schandalen in hoge burgerlijke kringen en de exploten van dubieuze sujetten in de Brusselse benedenstad. En over de onmacht van de Brusselse politie.

Het Brusselse politiekorps was gewoon niet opgewassen tegen de steeds sneller groeiende bevolking. De zedenbrigade van de stad Brussel stelde bijvoorbeeld niets voor. Berlijn telde in 1914 zo’n 200 zedenagenten, Parijs zelfs 240. Brussel moest het stellen met ‘zes uitgebluste ouderlingen’. Die konden moeilijk alle toiletten en parken onderzoeken die de stad rijk was.

Ondanks de bloeiende subcultuur van homo’s en lesbiennes in Brussel, die er vrijer door het leven konden gaan dan in het buitenland, was hun situatie toch precair. “Ik zou niet zeggen dat de politie zonder meer ‘amateuristisch’ was tijdens de late negentiende en de vroege twintigste eeuw, maar wel dat ze kampte met een gebrek aan de nodige capaciteit en van homoseksualiteit derhalve geen prioriteit maakte. Van tolerantie spreken is in deze dus misleidend,” zegt Dupont.

Homo’s werden wel degelijk vervolgd en hun aanwezigheid was op zijn zachtst gezegd ongewenst. De liberale zedenwetgeving werd na de Tweede Wereldoorlog teruggeschroefd en de politie kreeg een krachtig mandaat om homobars te sluiten en homo’s op te pakken. Die pink scare, naar analogie met de heilige schrik voor communisten, vormt het verdere onderzoek van Dupont, die daar nu aan de Amerikaanse universiteit van Yale aan werkt.

De Brusselse benedenstad barstte eind negentiende eeuw uit haar voegen. De bevolking bleef stijgen en de goede trein- en tramverbindingen die de stad met de rest van het land verbonden, leidden tot een anoniem komen en gaan van mensen. Dupont haalt een anekdote aan van een apotheker die in 1864 betrapt werd op onzedelijk gedrag met een jongeling in een schouwburg. Het bleek om Jozef Mellaerts te gaan, burgemeester van de Antwerpse gemeente Borgerhout. Hij was naar Brussel gereisd om daar in relatieve anonimiteit zijn seksualiteit te kunnen vieren, ver weg van zijn gemeente.

De groeiende economie trok steeds meer werkkrachten aan, die het platteland en zijn mores verlieten om zich in de grootstad te vestigen. Een nieuw soort mens was geboren: de vrijgezel. Dupont linkt de industriële revolutie en de opkomst van de vrijgezellencultuur in grootsteden expliciet aan de bloeiende homoseksuele cultuur. Er was gewoon meer infrastructuur dan op het platteland om andere lotgenoten te ontmoeten.

Schemerzone
Homoseksuele relaties speelden zich af in de schemerzone tussen wat wettelijk en betamelijk was. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de belangrijkste homobars, in de volksmond smalend ‘geelgieterijen’ genoemd en volgens getuigenissen waren er dat wel wat, in het prostitutiemilieu te vinden waren. Vooral de volkswijken rond de kaaien van Sint-Katelijne en de Marollen waren populair.

> Het boek Verzwegen Verlangen verschijnt op 19 april bij uitgeverij Vrijdag en kost 24,95 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
BRUZZ Magazine
deze week
  • Onderzoeksrechter Anne Gruwez: 'De mens is altijd meer dan die ene vreselijke daad'
  • Ronde van Brussel : Sint-Gillis
  • Bruggenbouwer Laurent Ney: 'Ik droom van bruggen'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
Neem een abonnement