Onderofficier Karl, al een jaar paraat: ‘Vooral ouderen bedanken ons'

© Orban Daniel

‘Operation Vigiliant Guardian’, dat is de officiële naam voor de steun die het leger aan de politie biedt. In weer en wind patrouilleren de militairen al sinds januari 2015, na de aanslag op Charlie Hebdo, door de straten.

Karl uit Meise is een van hen. Hij is onderofficier in het bataljon Carabiniers Prins Boudewijn-Grenadiers, vader van twee en al ruim een jaar van wacht in Brussel.

Hoe ziet een doorsneedag eruit voor u?
Karl: Dat hangt er een beetje vanaf. Soms patrouilleer ik van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, soms is dat van ’s middags tot ’s avonds. In de afwachtingszone (de zones waar de militairen even kunnen uitrusten, eten en drinken, red.) probeer ik wat contact te leggen met het thuisfront, want de momenten waarop dat kan zijn schaars. In de grote rustzone, als de patrouille erop zit, gaan de gewone soldaten sporten. Ik werk dan mijn papieren af, schrijf een verslag van wat er die dag gebeurd is, ga na welke informatie ik moet doorgeven, krijg een briefing en hoop dat het nog niet te laat is om naar huis te bellen. En dan: slapen!

Het is nu bijna een jaar geleden dat de aanslagen plaatsvonden. Verslapt de aandacht dan?
Karl: Neen. Het is mijn job als onderofficier om mijn gasten aandachtig te houden, daar trainen we ook voor. De volgende seconde kan het zover zijn.

Heeft u in al die tijd in de stad iets zien veranderen?
Karl: Eigenlijk wel. De mensen voelen zich veiliger. Ze klemmen minder hun handtas tegen zich aan en bellen ontspannender met hun iPhone, iets wat twee jaar geleden in bepaalde wijken ondenkbaar was. Dat is niet alleen door ons, er is ook meer blauw op straat, maar ik denk wel dat wij daar voor een deel tussen zitten.

Hoe reageren mensen op het militaire uniform?
Karl: Sommige mensen zijn ertegen, en geven opmerkingen als: ‘Wat doen jullie hier?’ Maar het grootste deel van de mensen is ons dankbaar. We maken weleens mee dat ze ons iets te drinken komen brengen, of ons expliciet bedanken voor het werk dat we doen. Dat appreciëren wij enorm.

Is er een verschil tussen bijvoorbeeld jong of oud, allochtoon of autochtoon?
Karl: Vooral de oudere mensen bedanken ons uitdrukkelijker. Allochtone jongeren zijn eerder argwanend, zeker in het begin, want ze dachten dat onze aanwezigheid tegen hen gericht was.
Dat is niet zo. Een moslima die problemen heeft met haar buggy op de roltrap, helpen wij net zo goed, en dat wordt gezien. Het merendeel van de jongeren denkt dan: ‘Oké: ze zijn er voor iedereen.’ Maar een deel zal ons altijd vergelijken met de politie.

Houden jullie moslims scherper in de gaten?
Karl: Ik zeg altijd tegen mijn gasten dat ze geen specifieke groep in het oog moeten houden, maar moeten werken op hun gevoel. Uiteindelijk is iedereen potentieel een terrorist. Vorige week nog werd een meisje van 24 opgepakt (Molly B. uit Wevelgem, red.). Zij was blank en droeg geen hoofddoek, maar betuigde wel haar steun aan IS. Je buurman kan in enkele weken of maanden tijd van gedacht veranderen. Dat maakt het moeilijk. We zijn er voor iedereen en we scannen ook iedereen.

Haalt dat iets uit? Hoe kunnen jullie zien of iemand een bommengordel onder zijn jas draagt?
Karl: Dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. In Zaventem zijn er bommen ontploft. Sommige mensen denken misschien dat de militairen die daar waren, gefaald hebben, maar in mijn ogen is dat niet zo. Ze namen de veiligheidsperimeters direct in, en de mensen die van rust waren, dienden onmiddellijk de eerste zorgen toe. Daarmee zijn mensenlevens gered.
In de Bataclan in Parijs is geschoten. Gewone mensen gaan daarvan lopen, wij gaan er naartoe. We trekken de aandacht, om het gevaar uit te schakelen, maar ook om de mensen een kans te geven om te vluchten. Ik draag een kogelvrije vest, ik ben getraind om met de verschillende wapens die ik bij me heb, om te gaan. De gewone burger niet.

Kunnen militairen een aanslag vermijden?
Karl: Wat wij doen is show of force. De harde kern schrik je er wellicht niet mee af, maar andere mensen met rare ideeën misschien wel. Of het iets heeft uitgehaald, kan niemand zeggen. Je weet nooit wat je verijdeld zou kunnen hebben.

Vorig jaar kwam in het nieuws dat jullie tussenbeide waren gekomen bij een vechtpartij in het Weststation in Molenbeek, waarna de jongeren zich - zonder succes - tegen de militairen keerden. Behoort dat ook tot jullie taken?
Karl: Wij zijn geen politie, maar als twee burgers een woordenwisseling hebben die escaleert, stellen we ons wel op en houden we hen in de gaten. We blijven allround werken zodat onze kernopdracht, antiterreur, niet in gevaar komt. Met onze gevechtskledij, onze helm en ons wapen komen we impressionant over. Dat doet het geweld eigenlijk al stoppen. Fysiek tussenbeide komen, moeten we bijna nooit doen.

Soms jagen we mensen schrik aan, terwijl dat niet de bedoeling is. Zo zijn er net na de aanslagen heel veel mensen naar Brussel gekomen om hun steun te betuigen aan de Beurs. Vaak waren dat geen Brusselaars, mensen die ons alleen kennen van tv. Die schrikken als ze ons in het echt zien.
Een meisje van een jaar of drie, vier wilde een zelfgemaakte tekening geven, maar ze durfde niet. Ze was wat argwanend en waarschijnlijk ook gewoon verlegen. Mijn gasten hebben zich opgesteld, ik ben op mijn knieën gaan zitten om mij even klein te maken. Ik deed mijn wapen opzij en deed teken dat ze kon komen.

Wat stond er op de tekening?
Karl:  Bedankt. En de Belgische vlag met soldaten.

Heb je die tekening nog?
Karl:  Ze steekt in de lade van mijn bureau.

Een jaar later

Op 22 maart liggen de aanslagen op de luchthaven en in metrostation Maalbeek een jaar achter ons. Hoe is de stad ondertussen veranderd? Wat maken de nabestaanden door? En wat zijn de sleutels om uit de huidige crisis te raken? Het zijn maar enkele vragen waarop we in ons dossier "Een jaar later" een antwoord proberen te geven.  Lees hier het volledige overzicht van hoe BRUZZ de aanslagen herdenkt.  
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?