Op stap met Fouad Ahidar: ‘We gaan God toch niet op de dop zetten?’

© Saskia Vanderstichele

SP.A-parlementslid Fouad Ahidar kent Molenbeek als zijn broekzak. Met lede ogen zag hij hoe zijn geliefde gemeente plots herleid werd tot bolwerk van jihadisme. “We hebben tegen de mensen gelogen.”

We treffen Fouad Ahidar, ondervoorzitter van het Brussels parlement en fractieleider voor de SP.A in Brussel, in het theehuis Averroes op de Leopold II-laan. Een atypisch theehuis is dat, waar cultuur een grote rol speelt, de gratis wifi mensen van allerlei origine aantrekt en een grote ‘Welkom/Bienvenue’ op de deur prijkt. Twee keer per week heeft de SP.A’er hier zijn permanentie, waarbij inwoners van Molenbeek hem kunnen raadplegen over hun dagelijkse beslommeringen.

Met een tank vol koffie en muntthee gaan we de straat op door Molenbeek. En wie met Ahidar door de gemeente slentert, bevindt zich op een boemeltrein die werkelijk overal halt houdt. Van enkele drugsverslaafden op straat die een dikke knuffel krijgen, over winkeliers die naar buiten komen om hem te groeten tot zijn kapper die enkele plaagstoten uitdeelt: Ahidar is duidelijk erg geliefd in de gemeente. Hij is dan ook een verpersoonlijking van de mengelmoes die Molenbeek – en Brussel bij uitbreiding – kan zijn: vader van vijf, praktiserend moslim, van Marokkaanse afkomst, maar ook tweetalig en met een hart voor Vlamingen.

Toch bent u enkele jaren geleden verhuisd naar Jette, waar u ook gemeenteraadslid bent. Waar ligt uw hart echt?
Fouad Ahidar: Ik ben in Mechelen geboren, maar woon al sinds mijn 5 jaar in Molenbeek. Ik heb hier schoolgelopen en erna beginnen te werken bij Centrum West, waar we met kansarme jongeren werken. Van 1991 tot 1999 heb ik hier gewerkt, waarna ik in de politiek ben gestapt. Ik ben echt een kind van deze gemeente, ook van de moskeeën hier.

Enkele jaren geleden heb ik inderdaad beslist om te verhuizen naar Jette. Het werd te moeilijk om hier te wonen én werken. Er stonden onophoudelijk mensen aan mijn deur voor van alles en nog wat. Ik maakte er als gemeenteraadslid ook een erezaak van om de drugsproblematiek aan te pakken, wat mij op zijn zachtst gezegd niet echt populair maakte bij enkele café-uitbaters. Toen mijn vrouw een huis in Jette op het oog had, zijn we verhuisd.

Even terug naar 22 maart 2016. Hoe kijkt u vandaag terug op die dag?
Fouad Ahidar: Toen de eerste shock een beetje voorbij was, heb ik voor mezelf zeer snel de rekening gemaakt. Ik kan maar één ding concluderen: we hebben gelogen tegen de burger. Iedere burger had moeten weten dat we in oorlog waren. Ons land heeft ervoor gekozen - en terecht - om te strijden tegen IS. Op dat moment moeten we ook klaar en duidelijk durven te zeggen: ‘Let op, we zijn in oorlog.’ Wat dachten we nu? Dat we mensen konden bombarderen, zonder repercussie? We hebben genoeg bedreigingen ontvangen van mensen die hun ideologie dreigden te gebruiken om ons te treffen in het hart van Brussel. Die dreiging, zowel intern als extern, moest van in het begin serieus genomen worden. Dat hebben we niet gedaan.

U vindt dat de veiligheidsdiensten hun werk niet hebben gedaan?
Fouad Ahidar: Er zijn heel veel problemen bij de coördinatie van de politie. De politieagent van het Mechelse korps die naar zijn leidinggevenden is gestapt met informatie over Abdeslams schuilplaats, is een vriend van mij. Hij heeft duidelijk aangegeven dat Abdeslam iets te maken had met Abbaoud (het brein achter de aanslagen in Parijs die later in Saint-Denis gedood werd door de Franse politie, red.) en dat hij tot geweld zou kunnen overgaan. Wat heeft het korps met die informatie gedaan? Gelabeld met information non fiable.

Die politieagent kwam aan die informatie omdat hij deel uitmaakt van de allochtone gemeenschap hier in Brussel. Hij is die informatie gaan melden. Hoe hypocriet is het niet dat men erna in de pers doodleuk meldt dat de Molenbeekse bevolking Abdeslam verborgen hield? Ondertussen hebben we 35 doden - ook al heb ik het moeilijk om de daders mee te tellen - en lag de hele economie plat. Maar die Mechelse korpschef houden we wel gewoon in stand. Onbegrijpelijk is dat.

© Saskia Vanderstichele
Maar hoe kan het dat jongeren die hier geboren zijn, zich zodanig laten indoctrineren dat ze tot zulke daden in staat zijn?
Fouad Ahidar: Dat is redelijk simpel: België heeft in de jaren '60 de sleutel van de islam in handen van Saoedi-Arabië gegeven. Niet aan de Marokkaanse of Turkse gemeenschap, die veruit het talrijkst waren in België, maar aan Saoedi-Arabië. Ook al hebben die doctrines niets te maken met de islam hoe de hier beleefd wordt. Uit Saudi-Arabië komt het salafisme en het wahabisme, varianten van de islam die verwerpelijke elementen in zich hebben zoals het gebrek aan mensenrechten of het statuut van de vrouw. Vandaag stellen we de Grote Moskee en de geldstromen uit Saudi-Arabië aan de kaak, maar sluiten we de Grote Moskee niet. Ofwel is die moskee je vriend ofwel je vijand, maar kennelijk oordeelt minister Jambon dat er geen probleem is.

Diezelfde minister Jambon kondigde aan Molenbeek grondig te willen ‘opkuisen’. Dat is hier in de gemeente niet in goede aarde gevallen.
Fouad Ahidar: Ik heb het nog gevraagd aan Jambon: ‘Wie of wat ga je opkuisen?’ En dan krijg je het antwoord dat men niet genoeg zicht heeft op wie waar woont. Is dat de fout van de mensen die hier wonen, vraag ik me dan af? Het is toch de wijkagent die zijn werk moet doen? De vraag is vooral waarom Molenbeek jarenlang geen domiciliecontroles heeft gedaan. Het is te gemakkelijk om alleen naar oud-burgemeester Moureaux (van de PS, red.) te wijzen, ook al heeft hij fouten gemaakt. Françoise Schepmans, de huidige burgemeester, was al jaren eerste schepen hier. De MR is hier al twintig jaar aan de macht, maar heeft daar veel te weinig mee gedaan.

De federale regering zou beter in eigen boezem kijken. Ik heb ernstige vragen bij het functioneren van de Staatsveiligheid. We betalen die een hoop geld, maar wat doet ze eigenlijk? Op het vlak van cybercriminaliteit loopt ze al helemaal achter. Hoelang heeft het niet geduurd voor ze haatpredikers offline hebben gehaald? Maandenlang konden extremisten ongestoord te werk gaan. Die Jean-Lous Denis (‘le soumis’, de haatprediker die heel wat Brusselse jongeren ronselde om naar Syrië te gaan strijden, red.) heeft hier twee, drie jaar aan een stuk jongeren ingeprent dat ze politieagenten en politici moesten aanvallen.

Heeft u zelf jongeren zien radicaliseren?
Fouad Ahidar: Het is heel moeilijk om een onderscheid te maken tussen jongeren die zich kleden zoals de Profeet en de islam strikt naleven en jongeren die op het verkeerde pad zijn. Wie geen kansen ziet in zijn leven, is erg vatbaar voor ronselaars. Wekenlang stonden ze hier aan de moskeeën om jongeren te overtuigen om naar Syrië te gaan.

We zijn al jaren vragende partij voor een groen nummer, een telefoonnummer waar mensen anoniem hun zorgen kwijt kunnen over eventuele radicalisering of vertrekkende jongeren. Dat werd altijd weggelachen. Vier maanden geleden is het er eindelijk gekomen. Als jouw schoonbroer ergens in het zwart iets bijverdient, kan je dat meteen aangeven en worden er belastinginspecteurs ingeschakeld. Daarvoor is er wel geld en mankracht.

Hoe zit het met de status van de islam in ons land? Wat vond u van het idee dat de moslimgemeenschap afstand moest nemen van de aanslagen?
Fouad Ahidar:(Geagiteerd) Wat zou jij ervan vinden als ik je vergelijk met Kim De Gelder? Die kerel is blank en heeft lang haar, net zoals jij. Moet jij je voor hem excuseren? Voor die gek, die kindermoordenaar? Je moet geen afstand nemen van iemand met wie je nooit solidair was. Maar goed, als onze niet- of andersgelovige medeburger het belangrijk vindt dat de moslims een signaal sturen, dan zullen de moslims dat doen. Daarom trokken we naar de Beurs met een duidelijke boodschap. Het is jammer dat daar blijkbaar nog nood aan is.

Hoe kan de islam zich opnieuw verzoenen met andere religies en gebruiken?
Fouad Ahidar: Voor eens en altijd: dé moslim bestaat niet. Er zijn veel gradaties van godsdienstbeleving. Ik bid vijf keer per dag, maar dat is helemaal anders bij mijn vijf kinderen. Mijn zoon wil er niet van weten. Hij lacht me soms uit, zegt dat ik naïef ben wanneer ik geloof dat God iedereen op een lijn zal zetten en dan zijn oordeel vellen. Mijn andere zoon geeft zwemles, is veel met kunst bezig en is scoutsleider. Mijn dochter zingt en danst. Zij zijn helemaal niet zo met religie bezig. Ik heb daar ook geen problemen mee.

Wie de islam écht begrijpt, weet ook dat het niet aan ons is om te oordelen over andere mensen. Laat God zijn job maar doen wanneer onze tijd hier op is, we gaan hem toch niet op de dop zetten? Laat mensen hun ding doen. Net zoals een homo hier veilig over straat moet kunnen lopen en vrouwen niet mogen lastiggevallen worden, moet het kunnen dat mensen met een hoofddoek rondlopen. Alleen zo kunnen we écht samenleven.

Een jaar later

Op 22 maart liggen de aanslagen op de luchthaven en in metrostation Maalbeek een jaar achter ons. Hoe is de stad ondertussen veranderd? Wat maken de nabestaanden door? En wat zijn de sleutels om uit de huidige crisis te raken? Het zijn maar enkele vragen waarop we in ons dossier "Een jaar later" een antwoord proberen te geven.  Lees hier het volledige overzicht van hoe BRUZZ de aanslagen herdenkt.  
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?