De komst van tramlijn 10 blijkt een drama voor salamanders. Omdat ze klein en minder mobiel zijn, komen ze vast te zitten in de sporen. Daar wil een vrijwilligerscollectief iets aan doen.
Kleine watersalamander: tramsporen vormen dodelijk obstakel in Brussel
Eind februari vorig jaar trof kunstenaar en buurtbewoner Wendy Van Wynsberghe, coördinator van vrijwilligerscollectief SOS Amphibies NOH, een waar slagveld aan aan de Ransbeekstraat in Neder-Over-Heembeek. “Veel salamanders waren tijdens hun trek aan stukken gereten in de sporen van de tramlijn 10, het zag er helemaal niet fraai uit”, zegt ze.
Die Ransbeekstraat ligt op de migratieroute van lokale amfibieën die willen paren in de vijvers naast het Mandelastadion. De zogenoemde vallei van de Tweebeek is een hotspot voor amfibieën in Brussel. Er huizen kikkers en padden, maar ook drie soorten salamanders: de alpenwater-, kleine water- en vinpootsalamander. Dat vooral salamanders vorig jaar massaal vast kwamen te zitten in de tramsporen, is omdat ze kleiner en minder mobiel zijn.
SOS Amphibies NOH schoot meteen in actie om de diertjes in veiligheid te brengen. “Soms was het hollen om ze te redden voor de tram eraan kwam”, zegt Van Wynsberghe. Het collectief sloeg alarm bij de Stad Brussel, die in allerijl een geïmproviseerde tijdelijke barrière aanlegde met verkeersborden, planken en zeilen om de schade te beperken.
De voornaamste reden waarom tram 10 op die plek zoveel problemen veroorzaakt, zou het gebrek aan voldoende goede amfibieëntunnels onder de spoorweg zijn
Dit jaar moet er een betere barrière komen, maar de vraag is of die er op tijd zal staan. Bij de Stad Brussel is te horen dat door de onbeschikbaarheid van interne diensten, de realisatie is uitbesteed aan La ferme Maximilien. Die zegt echter door recente bezuinigingen overbelast te zijn, waardoor de bestelling veel vertraging opgelopen heeft.
De Stad bestelde daarnaast ook speciale kisten voor de paddenoverzetacties, die de vochtigheid van amfibieën op peil houden en ze beschermen tegen roofdieren. De Stad zou ook rioolroosters aanpassen.
De voornaamste reden waarom tram 10 op die plek zoveel problemen veroorzaakt, zou het gebrek aan voldoende goede amfibieëntunnels onder de spoorweg zijn. “De bewoners wilden zeven tunnels, de Stad Brussel nam genoegen met vier, maar uiteindelijk heeft de MIVB er maar één aangelegd”, zegt Van Wynsberghe. “En die ene is dan nog te donker en te lang, zodat de amfibieën er niet in durven.”
Volgens een bron bij de Stad Brussel ligt de ene tunnel helaas niet op de belangrijkste migratieroute. “Het is een combinatie van onwil, gebrek aan informatie en te weinig bewustwording, en een gebrek aan communicatie en opvolging tussen verschillende instellingen. Zoals zo vaak blijft het thema biodiversiteit onderbelicht, ondanks de wettelijke verplichtingen die de Natuurordonnantie oplegt”, klinkt het scherp.
De MIVB geeft toe dat niet alle diertjes hun weg naar de tunnel vinden, maar dat de aanleg van één amfibietunnel in de Ransbeekstraat “conform de vergunning voor tram 10 is”. “De structuur die amfibieën naar de tunnel leidt, is vrijgemaakt van onkruid en bladeren. Trambestuurders zullen in de relevante periode hun snelheid plaatselijk verlagen. Ondertussen onderzoeken we met alle partners meer structurele oplossingen”, klinkt het ook nog.
Leefmilieu Brussel liet alvast een studiebureau de situatie evalueren. Daar kwam onder meer het voorstel uit om twee extra tunnels aan te leggen en zaken te verbeteren in de huidige tunnel, met onder meer lichtdoorlatende elementen. Wie eventuele aanpassingen moet betalen, is niet duidelijk.
Lees meer over: Neder-Over-Heembeek , Biodiversiteit , Beestig Brussel