Het opvangcentrum voor wilde dieren van het Koninklijk Belgisch Verbond voor de Bescherming van de Vogels (LRBPO) in Anderlecht heeft er een druk jaar op zitten. In 2025 werden in totaal maar liefst 2.635 dieren binnengebracht. Dat blijkt uit het evaluatierapport van de organisatie.
© An Devroe
| Het opvangcentrum in de Veeweydestraat vangt wilde vogels en andere dieren op (archiefbeeld).
Opvangcentrum voor wilde dieren in Anderlecht beleefde recordjaar: 2.635 dieren in nood
De cijfers van opgevangen dieren schoten in 2025 flink de hoogte in. Bij de inheemse wilde dieren waren er 500 meer opnames dan in 2024. Dat is tevens het hoogste aantal in zeven jaar tijd.
Volgens LRBPO spelen verschillende factoren mee. Zo had bijvoorbeeld de droogte van afgelopen zomer een duidelijke impact op de stedelijke fauna.
Zoals elk jaar kwam de toestroom van dieren in nood in mei op gang, met een piek tijdens het zomerse broedseizoen. Opvallend was dat de drukte dit keer ook in de herfst langer aanhield dan gewoonlijk. In september verbleven op een bepaald moment meer dan 200 wilde dieren tegelijk in het centrum.
Houtduif breekt record
De houtduif (ook bosduif genoemd) springt er, net als elk jaar, bovenuit. In 2025 werden maar liefst 872 houtduiven binnengebracht, tegenover 476 een jaar eerder: bijna een verdubbeling én een nieuw record.
Die grote stijging van opgevangen houtduiven kent verschillende oorzaken: de soort komt talrijk voor in Brussel, maar ook de zomerse hittegolven eisten hun tol, vooral bij jonge duiven. Daarnaast kende 2025 een heropleving van vogelpokken (avian pox), een virale ziekte die zich sneller verspreidt bij warm weer en via insecten wordt overgedragen.
In totaal bestond meer dan 80 procent van de opgevangen dieren uit vogels. Zoogdieren maakten het grootste deel uit van de overige 20 procent, en reptielen en amfibieën werden slechts sporadisch binnengebracht.
Alles samen ving het centrum 90 verschillende wilde soorten op, meer dan in voorgaande jaren. Tussen de vertrouwde stadssoorten zaten ook minder alledaagse gasten, zoals een witte ooievaar, een wespendief, een watersnip of een appelvink.
Menselijke activiteit
De meeste binnengebrachte dieren kwamen uit stedelijke en randstedelijke gebieden. Dat toont aan hoe wilde dieren zich steeds beter aanpassen aan het stedelijke landschap. Parken, tuinen, braakliggende terreinen, rivieroevers en zelfs menselijke infrastructuur bieden voedsel, nestgelegenheid en schuilplaatsen. Tegelijk brengt diezelfde infrastructuur ook extra risico’s met zich mee.
Opvallend blijft dus de impact van menselijke activiteiten. Zo’n 40 procent van de dieren kwam binnen als rechtstreeks slachtoffer van menselijk handelen: botsingen tegen ramen, wegverkeer, onnodige verstoring, vernietiging van leefgebieden of aanvallen door huisdieren. Dat cijfer ligt vermoedelijk nog hoger, aangezien bij bijna 48 procent van de dieren de precieze oorzaak onbekend bleef.
“Door middel van ons werk proberen we de impact van mensen te verminderen door dieren te rehabiliteren, en tegelijkertijd het publiek zoveel mogelijk bewust te maken en te informeren om deze impact stroomopwaarts te beperken", zegt Justine Dubucq, hoofd van de LRBPO, in een persbericht.
Lees meer over: Anderlecht , Biodiversiteit , LRBPO , Brusselse dieren , houtduif
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.