Het is de periode van het jaar waarin tapijtkevers geboren worden. Het kleine, gevlekte kevertje oogt dan wel onschuldig, zijn larven kunnen flink schade aanrichten in huis.
©
Didier Descouens
Tapijtkever richt schade aan huizen aan: larven-seizoen in Brussel begonnen
Een BRUZZ-lezer meldde vorige week een onaangename ontdekking in haar appartement: een klein kevertje met bruine, gele en grijze vlekken. Best mooi, eigenlijk. Het bleek om een tapijtkever te gaan, ook wel museumtorretje of Anthrenus verbasci genoemd. Hoe onschuldig het diertje eruitziet, zo vervelend kan het binnenshuis zijn, want één enkele tapijtkever kan leiden tot een larvenplaag, met schade aan textiel en huidirritaties tot gevolg.
Rond deze periode, tussen lente en zomer, vliegt de tapijtkever graag naar binnen om eitjes te leggen. De rest van het jaar leeft het insect liever buiten. In de woonkamer, slaapkamer of een andere knusse ruimte kunnen uit die eitjes ongestoord harige larven voortkomen en overwinteren. Tegen februari of maart verpoppen ze zich, om in april of mei opnieuw als kever tevoorschijn te komen. Vooral die larven zijn minder prettige huisgenoten.
In de natuur worden de eitjes vaak gelegd in wespennesten, organisch materiaal of vogelnestjes, waar het buffet van de larven bestaat uit pluimen en ander dierlijk materiaal. In huis verschuift dat menu richting wol, bont, haar, leer en andere lekkernijen uit de kleerkast of het tapijt. Als dank voor al dat lekkers laten de larven kleine gaatjes achter in kleren, lakens en tapijten. Dat kan mogelijk verwarring veroorzaken, want ook huismotten laten zulke sporen na. Alleen blijven bij motten vaak pluisjes achter, terwijl tapijtkevers hun sporen eerder afwerken met nette, scherpe randjes. Dat de kevertjes meer zijn dan een huiselijk ongemak, weten ze ook in musea. Insectencollecties en opgezette dieren blijven er evenmin van gespaard – vandaar ook de bijnaam museumtorretje.
“In de natuur zijn tapijtkevers nuttige opruimers: ze helpen organisch materiaal zoals dode insecten en dierlijke resten af te breken”
Ferokill Ongediertebestrijding
Een volwassen kever in je woonkamer betekent echter niet automatisch dat je met een plaag zit. Soms vliegt er gewoon eentje binnen, om even later alweer goodbye te zwaaien en het leven voort te zetten in de buitenwereld. “In de natuur zijn tapijtkevers nuttige opruimers: ze helpen organisch materiaal zoals dode insecten en dierlijke resten af te breken”, legt Pieter Pauwels van Ferokill Ongediertebestrijding uit. Om zijn punt te maken, maakt hij deze vergelijking: “Ik heb liever een rat in het bos dan een paard in de gang.” Met andere woorden: buiten vervullen ze hun rol prima, maar binnenshuis zie je ze liever niet.
Tapijtkevers breng je niet zomaar mee naar binnen via schoenen of kleren. Ze vliegen woningen zelf binnen wanneer ze op zoek zijn naar een warme, voedzame plek om eitjes te leggen. Zie je zo'n beestje in huis, dan loont het om verder te zoeken naar larven of kleine gaatjes in textiel. Iets gevonden? Probeer dan eerst de bron op te sporen. Een vogelnest vlak bij het raam, een stapel ongebruikte lakens of een vergeten stofhoek kunnen ideale schuilplaatsen vormen.
Door de bron op te sporen, ben je wel al een stap dichter bij de oplossing. Daarnaast helpt het om kieren af te dichten waarin larven zich kunnen verstoppen en grondig te stofzuigen. “Leeg de stofzuigerzak meteen na gebruik”, raadt Pauwels aan, “anders verhuist het probleem gewoon mee.” Aangetaste kleren en stoffen was je best op zestig graden of steek je drie dagen in de diepvries. En wie ondanks alles met een hardnekkige plaag blijft zitten, kan nog altijd een ongediertebestrijder inschakelen.
Lees meer over: Brussel , Biodiversiteit , Beestig Brussel