De volkstuinen van Leefmilieu Brussel zijn razend populair: meer dan duizend mensen staan op de wachtlijst. Maar niet iedereen lijkt opgezet met het even strikte toezicht, als je dan een perceeltje weet te bemachtigen. “Sommige mails komen nogal belerend over, als een strenge leerkracht tegenover leerlingen.”
©
Ivan Put
| Anderhalf jaar geleden kreeg Deryckere een perceel toegewezen, op amper drie minuten fietsen van zijn huis
Volkstuintjes blijven populair ondanks strenge regels
Snijbiet, aardappelen, spruiten, wortels of pastinaak … Het is maar een greep uit wat Dieter Deryckere aangeplant heeft in zijn volkstuin aan de Zavelenberg in Sint-Agatha-Berchem. “Ik ben opgegroeid in West-Vlaanderen, en dat zie je redelijk duidelijk terug in wat ik aanplant: oer-Vlaamse groenten”, grapt hij.
Anderhalf jaar geleden kreeg Deryckere het perceel toegewezen, op amper drie minuten fietsen van zijn huis, dat niet over een tuin beschikt. “Wat de locatie betreft, kon ik het echt niet beter treffen. Een ander perceel wordt bijvoorbeeld bewerkt door mensen uit Evere. Dan enkele keren per week in je tuintje komen werken, is wat minder vanzelfsprekend”, vertelt Deryckere. “Een stuk van mijn perceel heb ik voorbehouden voor mijn twee kinderen. Zij mogen telen op het stukje en ook zij vinden het geweldig.”
De volkstuinen zijn erg in trek en dat vertaalt zich in lange wachttijden. Zeker tijdens de coronacrisis zagen heel wat Brusselaars in een volkstuintje een uitweg uit hun kot.
“Sinds het begin van de coronacrisis is het aantal mensen op de wachtlijst voor een tuin gestegen van ongeveer 300 tot meer dan 1.400”, vertelt een woordvoerder van Leefmilieu Brussel aan BRUZZ. “In 2020 en 2021 hebben we een enorme stijging van de vraag gezien. Momenteel is het aantal aanvragen min of meer teruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.” Daardoor slonk de wachtlijst intussen ook wat: in december 2025 stonden 1.085 mensen op de wachtlijst, tegenover meer dan 1.400 op het hoogtepunt.
Ook voor Deryckere is een volkstuin een welgekomen bron van ontspanning, die bovendien biologische groenten oplevert. “Ik heb een vrij drukke job. Vandaag had ik tussen enkele meetings door een uurtje tijd over en dan kom ik wat ontstressen.”
Gestolen groenten
In totaal beheert Leefmilieu Brussel vijftien locaties met volkstuinen, goed voor 477 percelen. Die liggen allemaal ver buiten het stadscentrum, voornamelijk op en rond de Groene Wandeling.
Ongeveer een kilometer zuidwaarts, nog steeds in Sint-Agatha-Berchem, ligt het Wilderbos. Daar geeft Abdul, een kloeke, goedgemutste zeventiger, zijn aardappelen water. Het perceel dat hij bewerkt, is eigenlijk van zijn neef. “Die heeft het heel druk, hij werkt nog. Ik bewerk het perceel, en hij en ik delen de opbrengst.”
Abdul, die zijn achternaam liever niet deelt, omschrijft zichzelf als een populair iemand in het Wilderbos. “Ik maak met iedereen een praatje. Althans, dat probeer ik toch. Sommige mensen zijn erg gesloten. Ik vind dat jammer, maar tja, wat doe je eraan?”
Hij droomt ervan ooit een groot perceel, “een hectare bijvoorbeeld”, te bezitten en daar samen met jongeren groenten te telen. “Het is niet makkelijk om vandaag jong te zijn. Niet in Brussel, maar ook niet op veel andere plekken, zoals in oorlogsgebieden.”
“Veel mensen hebben niets. Enkele jaren geleden werden enorm veel groenten gestolen. Mensen namen ze gewoon uit de grond, omdat ze niets hebben behalve honger.”
Ooit betrapte hij een dief. “Ik vroeg waarom hij het gedaan had. Omdat hij niets had, zei hij. Ik vertelde hem dat stelen niet mag en dat hij de volgende keer gewoon om iets moest vragen. Sindsdien hang ik steeds zakjes aan mijn omheining, met groenten die gratis mee te nemen zijn. Vanaf dan is er nooit meer gestolen. Het is toch erg dat mensen hier groenten komen stelen?”
Pesticiden niet toegelaten
Abduls aardappelen, zijn prei of aardbeien: allemaal zijn ze biologisch. “Het beste wat er is”, zegt hij. Dat moet ook van Leefmilieu Brussel: pesticiden zijn niet toegelaten. Er bestaan strikte regels over wat wel en niet kan in de volkstuintjes, bijvoorbeeld over wanneer de teelt moet beginnen – ten laatste op 15 maart – en tot wanneer die moet aanhouden – minstens tot eind september. Ook moet tachtig procent van de oppervlakte voorbehouden worden voor de teelt van groenten (op de rest mag dus fruit staan) en is monocultuur uit den boze.
Pierre Charlot aan het werk in zijn moestuin in Neder-Over-Heembeek.
Al veroorzaken sommige van die regels ook licht tandengeknars bij tuiniers. Plastic, bijvoorbeeld als overtunneling om een gewas te beschermen, “mag enkel als laatste redmiddel worden gebruikt, in beperkte mate en alleen als er geen alternatieve materialen bestaan of niet voldoende toegankelijk zijn”, zo staat in het reglement te lezen. “Op zich is dat een te verdedigen regel”, oordeelt Dieter Deryckere. “Maar het zou wel handig zijn als Leefmilieu Brussel dan ook duidelijke alternatieven voorhanden heeft als het die dingen verbiedt.”
Iets gelijkaardigs vertelt Hugo Strikker, die in het Scheutbospark in Sint-Jans-Molenbeek een tuintje heeft. “Ik kreeg mijn tuintje amper enkele maanden geleden toegewezen”, zegt hij. “Ik zou er graag een soort omheining rond plaatsen. Er bestaan verschillende regels over wat niet mag, maar over wat wel mag, tast ik voorlopig in het duister.”
Strenge mails
Wie die regels overtreedt, kan een mail van Leefmilieu Brussel verwachten. Vrijwel iedereen met een volkstuintje, zo leert ook een navraag van BRUZZ op verschillende locaties, hoorde weleens verhalen over
de strenge, soms belerende mails die Leefmilieu Brussel uitstuurt.
Ook Deryckere kreeg ooit zo’n mail, geeft hij toe. “Ik wil daar geen groot issue van maken”, vertelt hij, “maar het kwam wat belerend over, als een strenge leerkracht tegenover leerlingen, en kort door de bocht. Als je de situatie uitlegt, is er wel begrip, maar de aanvankelijke communicatie is heel assertief. Sommige andere tuiniers, die al wat langer bezig zijn, hebben het daar wel lastig mee. Uiteraard is het goed dat ze geen verwaarlozing toelaten, ook omdat er heel wat gedreven mensen op de wachtlijst staan.”
“Ik snap dat Leefmilieu Brussel streng moet zijn, maar dan mogen wij ook streng voor hen zijn. De watervoorziening werkt nog altijd niet, terwijl dat toch essentieel is. Ik zeul nu water van thuis mee, maar dat is uiteraard verre van ideaal. Met de fiets kan ik tien liter meenemen, maar dat is te weinig, zeker in droge periodes, zoals nu.”
In het Wilderbos, bij Abdul, werkt de watertoevoer wel. “Ik heb dus geen reden tot klagen.” Een strenge mail heeft hij nog nooit gehad. “Ik hou me aan de afspraken”, maar hij begrijpt dat kordaat zijn af en toe wel nodig is. “Iedereen heeft zich ooit akkoord verklaard met de afspraken, toch?”
Er bestaan strikte regels over wat wel en niet kan in de volkstuintjes, bijvoorbeeld over wanneer de teelt moet beginnen: ten laatste op 15 maart
Strikker, die in het Scheutbospark een tuintje heeft, kreeg zijn perceel nog maar enkele maanden geleden toegewezen. Daarvoor stond hij vijf jaar op de wachtlijst. “Vorig jaar kreeg ik een mail met de boodschap dat ik ergens bovenaan stond en de vraag of ik het nog zag zitten. Ik heb er even over getwijfeld, maar heb uiteindelijk toch toegehapt.”
Met zulke lange wachtlijsten, waar sommigen vijf jaar of langer op staan, loop je het risico op ‘slapende profielen’: mensen die op de wachtlijst staan, maar eigenlijk niet meer geïnteresseerd zijn in zo’n tuintje.
Dat beseft ook Leefmilieu Brussel, zo vertelt een woordvoerder: “De wachtlijst is niet representatief voor het aantal mensen dat daadwerkelijk wacht: tussen het moment van inschrijving en de toewijzing van het perceel kan de situatie van de aanvragers veranderd zijn. Daarom nemen we proactief contact op met de eerste mensen op de wachtlijst om te vragen of hun aanvraag nog steeds actueel is.”
Extra percelen
De instantie neemt ook bijkomende maatregelen om extra percelen te creëren. Wanneer een groot perceel vrijkomt, wordt het opgedeeld in twee of meer percelen. Leefmilieu Brussel eigent zich ook het recht toe om bij “manifest gebrekkig onderhoud” de overeenkomst te ontbinden.
Onlangs werd op drie locaties een proefproject met ‘opvangpercelen’ opgestart. “Zo kunnen we mensen die bovenaan de wachtlijst staan toegang geven tot een tijdelijk, kleiner perceel, zodat ze alvast kunnen beginnen met tuinieren, in afwachting van een permanent perceel. Zo ervaren ze al wat het in de praktijk inhoudt om een moestuin te onderhouden. In totaal hebben vijftig mensen op de wachtlijst al toegang tot zo’n opvangperceel.”
“Ik heb wel het gevoel dat de verwachtingen op de volkstuintjes hoog liggen”, vertelt Strikker. “Gisteren hadden we een vergadering met iedereen die hier een perceel heeft, en dan merk je dat duidelijk. Ze hopen echt dat iedereen zich ten volle voor het tuintje smijt, en dat ga ik ook doen.”
Ook Deryckere, met een tuintje van vijftig vierkante meter in de Zavelenberg, zet zich ten volle in. “Het blijft een enorme buitenkans. Ik betaal jaarlijks amper 15 euro en kan mijn eigen groenten telen.”
“Er is bovendien een enorme uitwisseling met de anderen die een perceeltje bewerken. Brussel blijft een smeltkroes van culturen, en dat zie je hier goed. Mijn buurvrouw is Aziatisch, en je merkt dat zij andere groenten teelt dan ik, een ingeweken West-Vlaming.”
Ook het nabuurschap verloopt goed, vertelt hij. “Leefmilieu Brussel voorziet in houten kisten om ons materiaal in op te bergen. Die deel je met een ander perceel. Ik spreek af wie welk materiaal aankoopt. Het is te dom om elk afzonderlijk een spade aan te kopen, terwijl je die evengoed kunt delen.”
Soms worden zelfs zaden gedeeld. “Een van mijn buren heeft zijn roots in Congo. Hij oogst blauwe aardappelen en gaf me het nodige om dit jaar zelf zulke aardappelen te planten. Technische knowhow, over wat hier wel en niet werkt, delen we eveneens met elkaar. Het is een kleine gemeenschap op zich.” Dat maakt de lichte ergernissen over belerende mails meer dan goed.
Lees meer over: Brussel , Biodiversiteit
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.