Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Column

Lies Van Overschée: 'Toen een kleine jongen overleed in het Elisabethpark'

Lies Van Overschée
© BRUZZ
08/02/2026

Lies Van Overschée is centrumverantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.

Beeld je eens even in: het is hoogzomer, bloedheet, je plant een uitstap naar de grootstad en op de terugweg wandel je door een schaduwrijk park. In het midden van een grasveld trekt een bijzondere boom je aandacht. Ernaast twee houten bankjes met een naam erin gegraveerd. Je aarzelt. Zou de bank aan iemand toebehoren? Zou je er ook mogen gaan zitten? Het park is er voor iedereen, denk je, dus je zet je voorzichtig neer, blij even te kunnen rusten. Jusqu'ici, tout va bien.

Beeld je eens even in: niet lang nadat je je telefoon hebt bovengehaald om de wereld te bespioneren, komt er een groepje mensen aan. De meesten spreken een verschillende taal, maar ze begrijpen elkaar wel, lijkt het van een afstand. De kinderen spelen voetbal of lopen elkaar achterna met een verdorde tak, de grote mensen spreiden een deken uit: taart, chips, een verloren bakje framboos. Een oudere vrouw gebaart of de plaats naast je vrij is. Natuurlijk, zeg je, kom, zet u.

Entr'acte: op de achtergrond dreunt de stad onophoudelijk. Je hoort auto's en vliegtuigen en om de zoveel tijd slingert er een sirene door de kruin van de platanen. Een moment lang voel je onrust: las je immers geen berg aan zenuwachtige berichten over deze stad? En hoorde je daarnet niet duidelijk een beetje een verdachte taal? Misschien kloppen ze dan toch, al die onheilstijdingen. Ach welnee, jusqu'ici, tout va bien.

Dan wordt het stil. Plots. In het midden van de grootstad. Kun je je dát inbeelden?

In de nadagen van de eens zo glorieuze lente van 2025 werd het stil in het Elisabethpark. Geen sirene, geen verklaringen. Geen hartslag

In de nadagen van de eens zo glorieuze lente van 2025 werd het stil in het Elisabethpark. Geen sirene, geen verklaringen. Geen hartslag. Een kleine jongen overleed.

Afgelopen maandag, precies acht maanden later, werd er een herdenkingsplek ingehuldigd. Al die tijd bestond de plek al, gebouwd en zorgvuldig onderhouden door de buren. Maandag werd er een boom geplant, opvallend door zijn rode bladeren, met een houten bank ernaast. Zonder de constructieve, gedeelde verontwaardiging en de niet-aflatende daadkracht van buren die vaker niet dan wel elkaars (moeder)taal spreken was dat waarschijnlijk nooit gebeurd.

Kan het dus dat je dan misschien wel verschilt van uitzicht, van geur, van taal, van gewoontes, maar dat je toch samen kunt bouwen aan een gedeelde publieke plek? Kan het dat je daarvoor uithoudingsvermogen nodig hebt, zelfrelativering nu en dan, dat je werkt en zoekt en vast weleens vloekt, maar dat je wel altijd weer van op diezelfde bank vertrekt? Kom, zet u, ge hebt geluk. De frambozen zijn op, maar er is nog taart. Ik hoor jou. Jij mij.

Beeld je eens in … Welnee, dat hoeft helemaal niet. Want het bestaat, het gebeurt, in vele Brusselse wijken. Dat is geen inbeelding. Dus kom, zet u, en doe mee.

Column Lies Van Overschée

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Koekelberg , Column , Column Lies Van Overschée , aanrijding Fabian , Fabian , Elisabethpark