Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Column

Lies Van Overschée: 'Elke laatste dinsdag van de maand krijg ik bloemen van mijn lief'

Lies Van Overschée
© BRUZZ
08/03/2026

Lies Van Overschée is verantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo in Koekelberg. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.

Elke laatste dinsdag van de maand krijg ik bloemen van mijn lief. Dat gaat zo omdat dinsdag de dag was waarop we elkaar voor het eerst zagen. Je kent het wel, van die kleine verhaaltjes die tussen twee mensen bestaan, omdat ze het geluk hadden elkaar ooit zomaar tegen het lijf te lopen. Niemand die die verhaaltjes kent, al moet ik zelf mijn best doen om ze niet telkens weer boven te halen.

Mijn buren hebben een gelijkaardige gewoonte. Elke eerste vrijdag van de maand verschijnen de kleurrijkste boeketten achter het raam, van roze lelies tot witte pioenrozen. Een beetje schreeuwerig vind ik ze soms, maar wat zou ik uitspraken doen over wat er zich achter een andere voordeur bevindt. “Ieder het zijne is maar juist goed genoeg”, zei mijn oma altijd, en bovendien kan de liefde niet genoeg gevierd. Ik ben blij voor de buren en kijk uit naar dinsdag.

Het ruikt vanochtend naar oranjebloesem. Ik stap de trein in en rijd naar de plek waar ik opgroeide. Een aaneenschakeling van velden, nu en dan een boom. Het lijkt alsof het contrast met de stad niet groter kan. Als ik het huis uit mijn kindertijd nader, merk ik, als was ik er voor het eerst, dat de voorkant maar heel kleine ramen heeft. Perfect om pottenkijkers buiten te houden. Wat er binnenskamers gebeurde, werd aan het zicht onttrokken. Ik herinner me hoe ik er de stilstand verafschuwde. De enige manier waarop alles in beweging gebracht werd, was met een zoveelste storm. Of leek dat alleen maar een storm? Als niemand het zag, bestond het dan wel?

Ik heb zin in iets zoets, maar ruik de scherpe geur van anijs.

Er is niets spannends aan geweld. Het is banaal, het wordt zelfs voorspelbaar

Sinds enkele maanden ligt het ritme van de buren overhoop. Ik zie niet alleen op vrijdag een verse ruiker bloemen, maar nu en dan ook op maandag, of op donderdag. Het lijkt alsof er vaker iets te vieren valt. Een nakend huwelijk? Een kindje op komst? Ik kijk in gedachten al uit naar het gehuil van een baby. Intussen strompelt mijn jongste zoon de trap af en vraagt of zijn kamer slecht geïsoleerd is. “Er is de laatste tijd veel gestommel bij de buren. Gebonk op de muur. Erna volgt gesnik. Een lange stilte. Vroeger gebeurde dat nu en dan, tegenwoordig gaat het er vaker hard aan toe. Nu ja, je wordt het gewoon hoor.” De bloemen aan het raam hangen verwelkt in hun vaasje.

Er is niets spannends aan geweld. Het is banaal, het wordt zelfs voorspelbaar. En het wordt gemaskeerd. Soms met bloemen, soms met een extra vleugje vanille. Wat er maar nodig is om te verbergen wat niemand mag zien. De leugen als waarheid. Geen bloemen, maar mensen die verwelken.

Ik kom thuis van de markt met brood en eieren, met een vers pakje tulpen. Voor ik het goed en wel weet, bel ik aan bij de buren. Ik sta plots achter hun voordeur en ik maak van ieder het zijne zo mee het mijne. Omdat ook wat je niet meteen ziet, soms wel bestaat. En dan hoef je niet te wachten op een uitnodiging.

Column Lies Van Overschée