Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Column

Lies Van Overschée: 'Ik vind niet altijd mijn plek in deze stad'

Lies Van Overschée
© BRUZZ
27/02/2026

Lies Van Overschée is verantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo in Koekelberg. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.

Het is vrijdagochtend. Ik fiets van het ommeland terug naar de grootstad en rijd zoals elke week voorbij hetzelfde café. Het ziet er aan de buitenkant nog een beetje donker uit, maar er beweegt iets achterin en ik probeer de klink. Een schlemielig hondje struikelt mijn richting uit, ik ontwijk het net op tijd en stap aarzelend de stilte binnen. Enkel het grijze geruis van een frigo vult de plek. Er zitten drie oudere mannen in het café. Ze zwijgen zich de ochtend door. Een van hen staat op, plooit een vaalblauwe dweil in vier gelijke hoeken en gaat weer zitten. De deur waait open, iemand geeft me een hand, hij vraagt me of ik die van het gelijkvloers ben.

11.23 uur. Vijf verse pintjes op de toog. “Fais attention hein, pas trop vite.” Ik twijfel, maar bestel een tweede koffie. “Grand ou petit?” Verder geen vragen.

Buiten raast het leven verder. De al jaren verloederde steenweg is een aaneenschakeling van mercantiele ketens. Klein en groot elektro, doe-het-zelfmateriaal, bordkartonnen dromen. Stuk voor stuk anonieme winkels waarin echte mensen werken. Ze zijn zo onzichtbaar dat het krassen in hun ziel maakt. Wat doe ik hier eigenlijk, vraag ik me af.

Van de buitenkant gezien lijken deze mensen onzichtbaar: veel tristesse, weinig kleur

Ik vind niet altijd mijn plek in deze stad. Nochtans wordt ze me ruimschoots toegemeten, met al wat ik aan voorrecht heb. Ik kan ervoor kiezen om hier binnen te stappen, maar ik kan ook naar die hippe koffieplek. Ik word officieel uitgenodigd om een daklozenorganisatie te bezoeken en amper een uur later stap ik een boekenwinkel vol filosofie binnen. Msemmen met vache qui rit en honing? Heerlijk. De wonderlijke idylle van de grootstad. Nu ja. En geldt dat wel voor iedereen? Of kunnen veel mensen niet zomaar kiezen waar ze binnenstappen? “Wat doet die hier eigenlijk, met zo'n uitgerafelde boodschappentas?” en “Weet die niet dat je hier niet mag telefoneren?” De idylle doorgeprikt.

Dat laatste geldt op deze nochtans een beetje troosteloze plek alvast niet. Van de buitenkant gezien lijken deze mensen onzichtbaar: veel tristesse, weinig kleur. Ik hoor mijn eigen vooronderstellingen verder tekeergaan, tot plots de cafébazin uit de achterkeuken komt. Ze zet muziek op – 'Live is life, lalaalalala' – en komt naar me toe. “Bom dia! Eet je straks mee? Elke vrijdagmiddag eten we hier samen. Simpel eten, un peu comme chez soi.” In een paar tellen verandert de plek in een soort ouderwetse gelagzaal. Bijna iedereen herkent elkaar en een maaltijd lang gaat het niet over zorgen. Wordt er gezorgd.

Zouden er voor genoeg mensen genoeg plekken als deze zijn in onze stad, bedenk ik me 's avonds. Waar normen en vormen even mogen wijken voor gewoonte en gemak. Waar je misschien een beetje onzichtbaar bent, maar waar je wel gezien wordt. Ting. Een WhatsAppbericht. Kom je volgende vrijdag mee?

Column Lies Van Overschée

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Column , Column Lies Van Overschée