Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

| Lies Van Overschée is centrumverantwoordelijke van De Platoo.

Column

Lies Van Overschée: 'Laten we overal in Brussel krijtbakjes zetten voor de kinderen'

Lies Van Overschée
© BRUZZ
05/04/2026

Lies Van Overschée is verantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo in Koekelberg. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.

Het is woensdag en ik stap de berg op. De zon tekent schaduwen op de stoep, ik spring er een gek soort haasje-over mee. Op de grote laan staat elke auto stil. Zijn de bestuurders verblind door het nieuwe licht? Of kijken ze naar de tapijten die na een winterslaap opnieuw als kleurrijke vlaggen over de balkons gedrapeerd zijn? Ze wapperen kruimels door de stad, als herinnering aan de verschillende voorbije feesten. Dan zie ik wat de aandacht trekt: er wandelt zowaar een banaan over de straat. Geen gewone banaan, maar een hele grote, misschien wel groter dan een bananenboom vol. Twee straatvegers in fluogele hesjes proberen er nog achteraan te gaan, maar ze struikelen over het gele ding en elkaars voeten.

Heu?

Ik schrik wakker en voel hoe ik gloei, de eerste lentekoorts brandt gaten in mijn hoofd. Een pijnstiller en enkele uren slaap verder hijs ik me uit het bed en kruip ik met een dekentje voor het raam. Wat een vrolijke warboel daarbuiten. Ik zie kindjes aan de hand van hun papa, ze dansen en tekenen looplijnen met krijt op de stoep. De man voor hen kijkt om en veegt de rondslingerende stukjes glas op. Ik zie meisjes die reclameblaadjes uit de brievenbussen trekken, ze worden tot proppen verfrommeld en dienen als basketbal, of als katapultenprojectiel. Hoorde ik de deurbel? Ik zie twee tieners op een step, ze balanceren als volleerde koorddansers en steken een argeloze fietser luid grinnikend voorbij.

Lachgasflessen? Een step? Een afgedankt winkelkarretje? Kinderen spelen met alles wat ze op straat vinden

Bevangen door de koorts denk ik terug aan mijn kindertijd. Ik speelde op straat, deed belleketrek en plukte soms stiekem maïskolven. Bij de heraanleg van de straat vond ik losliggende stenen die ik met een vriendin tot torentjes verbouwde. We bedachten een heel parcours, het liefst in het midden van de rijweg en gingen dan thuis onze plastic popjes halen. De auto's toeterden driftig, maar we merkten het niet. Heerlijke dagen, we speelden met niets en alles tegelijk. Ik gloei een beetje, maar het is niet van de koorts. Is het dan zover, dat ik vind dat vroeger alles beter was? Denk ik vanaf nu terug aan mijn jeugd in sepiakleurige beelden en projecteer ik mijn persoonlijke herinneringen op elk kind in de stad van vandaag?

Natuurlijk willen kinderen buiten spelen. En natuurlijk doen ze dat met wat ze vinden op straat, soms tot ergernis van anderen. Een parcours lachgasflessen? Een step? Een afgedankt winkelwagentje als raceauto en dan met zijn zessen erin. “Niet zeggen aan mama, ik weet dat ze zegt dat dat niet mag!” Ik hoor net mezelf, als achtjarige in de weer met mijn kasseien. Dan toch sepia.

Donderdag, ik sta gezond weer op. Zouden we iets anders in de Brusselse straten kunnen rondstrooien? Krijtbakjes vol krijt, met cijfercodes die iedereen aan iedereen mag doorgeven. Of gele objecten op wieltjes. Nu en dan koffie, met vorkjes in plaats van lepeltjes. Allemaal om mee te spelen, natuurlijk.

Column Lies Van Overschée