Lies Van Overschée is verantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo in Koekelberg. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.
© Ivan Put
Lies Van Overschée: 'Mensen voelen de nood aan snelle herkenbaarheid'
Stel: je woont in Brussel, maar je maakt een uitstapje naar een andere stad. Je wandelt er voorbij een school. Huizenhoge foto's achter gevelbrede ramen schreeuwen om je aandacht. Jonge mensen als breed glimlachende ambassadeurs van de school, die je trots tonen waar het huis voor staat.
Je bekijkt de vriendelijk ogende beelden met enige verbazing. Is het omdat de gezichten zo sterk op elkaar lijken? Je ziet weinig verschil, weinig rafelrand of stedelijke chaos. Alsof kennis vergaren nog steeds een eenduidig en herkenbaar gezicht moet hebben, een geruststellend verhaal. Maar herkenbaar voor wie? Geruststellend voor wie? Misschien, nee, beslist draagt elk en ieder van die jonge mensen wel een leven met zich mee dat je onmogelijk van een gevel kunt aflezen. Een mens is altijd meer dan wat zichtbaar wordt in één beeld. Duizend woorden zeggen meer dan een beeld, het spreekwoord mag voor jou wel op de schop.
Je wandelt verder. Onderweg naar het winkelpaleis bots je op nieuwe foto's. Een bekend sportmerk portretteert allemaal andere mensen: verschillende lichamen, achtergronden, leeftijden. Ergens achter in het beeld staat er iemand die op jou lijkt, ergens voorin iemand op je zoon. Verder lijkt niemand op elkaar. Het voelt als een verademing.
De stad bestaat uit duizend verhalen die voortdurend langs elkaar bewegen
In de trein naar huis lees je een boek. Een Nigeriaanse schrijfster heeft het over 'the danger of a single story'. Het gevaar schuilt niet (alleen) in wat verteld wordt, maar vooral in wat altijd opnieuw onbenoemd blijft. Hoe vaker dezelfde gezichten verschijnen, hoe natuurlijker ze gaan aanvoelen. Alsof zij vanzelfsprekend thuishoren in bepaalde ruimtes en anderen niet. Is dat omdat we de nood voelen aan snelle herkenbaarheid? Aan categorieën die de wereld overzichtelijk houden. Ergens onderweg vergeten we hoeveel mensen uit beeld verdwijnen zodra één verhaal te luid verteld wordt.
Een zeker cynisme maakt zich van je meester. Is het niet bitter dat net reclame, de logica van het geld, sneller begrijpt wat publieke instellingen soms nog lijken te missen: dat mensen recht hebben op (h)erkenning. Dat ze niet toevallig bestaan aan de rand van een verhaal dat eigenlijk over iemand anders gaat.
Ting. We komen aan in Brussel-Zuid.
De stad bestaat uit duizend verhalen die voortdurend langs elkaar bewegen. Verhalen die schuren, botsen, klinken of overlappen. Many stories. Geen perfecte puzzel, wel een levend geheel van verschillen. Een school zou die veelheid zichtbaar moeten maken, denk je dan. Niet als marketingtrucje, maar als maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als erkenning dat kennis nooit ontstaat binnen één referentiekader alleen.
Misschien was dat de verbazing die je staande hield, daar aan die ramen: niet de aanwezigheid van die vrolijke gezichten, maar de stilte van alle andere. De verhalen die nergens hingen, maar er evengoed waren.
Lees meer over: Brussel , Column , Column Lies Van Overschée