Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.
©
Mihnea Popescu
| Schrijfster Duchka Walraet
Schrijver Duchka Walraet: 'De Congreskolom is een draak van een monument'
Vorm volgt functie. Dat heb je van het modernisme geleerd. Aan de Congreskolom springt de functie meteen in het oog. Rechtop blijven staan, vooral niet verslappen. De kolom werd opgetrokken in 1859 om het jonge koninkrijk België van een passend symbool te voorzien. Aan haar voet flakkert de eeuwige vlam voor de onbekende soldaat die in 1922 aan het monument werd toegevoegd. Rond de sokkel van het monument staan vier allegorische figuren opgesteld die de pasverworven vrijheden van de toen nog gloednieuwe staat moesten verbeelden. Vrijheid van eredienst, vereniging, onderwijs en pers. Bovenaan, 47 m hoog, prijkt een Leopold I, vader vaderlands, herleid tot een parmantig topje. Met een tuttig verguld randje aan zijn voeten.
Vandaag staat de kolom achter steigers en zeilen. Ze wordt gerestaureerd. Je vindt dat het haar goed afgaat. De stellingen hebben iets van een theatergordijn of van cadeaupapier, maar ook van fijne lingerie. Het is een klassiek erotisch mechanisme: het zichtbare zichtbaar verbergen. Je blik wordt een luilak wanneer hij alles zomaar krijgt voorgeschoteld. Onvermijdelijk denk je aan Christo en aan de Arc de Triomphe die in 2021 in wapperend wit textiel werd verpakt. Ontdaan van zijn details werd de triomfboog een pure vorm. Een ademend volume.
Je blik wordt een luilak wanneer hij alles zomaar krijgt voorgeschoteld
Je herkent in de Congreskolom iets vergelijkbaars. De zeilen en het exoskelet volgen haar contouren en laten de tijd in haar plooien zichtbaar worden. Simultaan ontstaan drie verhalen, de drie cycli van de incarnatie. Het soort driestemmige poëzie die het Justitiepaleis je ook influistert. Oprichting, verval en wedergeboorte. De eeuwige terugkeer is niet langer een ondoorlaatbaar mysterie. Het voltrekt zich voor je blote oog.
Neemt niet weg dat je het een draak van een monument vindt. De congreskolom is op haar eigen een voldoende synthesis van wat de wansmaak der kunstenaars van de jaren 1830 vermocht. Dat was het vernietigende oordeel van Herman Teirlinck. In zijn boek Brussel 1900 merkt hij op dat de kolom haar persoonlijkheid minder aan zichzelf te danken heeft dan aan haar omgeving. Die omgeving is de Laagstad die panoramisch onder haar lonkt. Teirlinck wordt teder wanneer hij de plezierigere geaardheid van haar steegjes beschrijft. Ze ronkt, dampt, zwelt van leven, ademt, hijgt en klaagt in zoevend rumoer, schrijft hij. Onder zijn pen wordt de Laagstad een lichaam. Preciezer: een voldaan postcoïtaal vrouwenlichaam.
De nationale monumenten van de Hoogstad pretenderen eeuwig te zijn. Ze tonen dat overeind blijven een belachelijke inspanning vergt. Dat geldt in het bijzonder voor de Congreskolom. Bij extensie voor een kleine bufferstaat als België. En voor de meer intieme delen van de mannelijke anatomie.
Noot: de cursieve stukken zijn originele citaten uit het boek Brussel 1900 van Herman Teirlinck.
Lees meer over: Brussel-Stad , Column , Column Duchka Walraet