Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.
©
Mihnea Popescu
| Column Duchka Walraet
Schrijver Duchka Walraet: 'De unieke biotoop van een wasserette'
Oké, niet in Ukkel of in Woluwe, maar op het einde van bijna elke Brusselse straat staat een vaal raam. Een treurende deurklink. De openingstijden geprint in Arial 12, gelamineerd en vastgeplakt met een reepje plakband, de kleur van vergeelde tanden. Binnen: tien wasmachines op een rij. Acht droogkasten. Op elkaar gestapeld als kubussen. Eén wasmiddelautomaat. Twee houten banken. Twee vuilnisbakken (De ene altijd vol, de andere altijd leeg). Een prikbord.
Een wasserette, dus. Zodra je de deur openduwt, wikkelt zich een doffe klamheid rondom je wangen. Restwarmte. Als een adem, uitgeblazen door het gestommel van de wasmachines. Die restwarmte kleeft aan je huid en mengt zich met de geur. Die komt in laagjes. Er is wasverzachter die verwijst naar een frisheid die zich buiten in haar puurste vorm ophoudt, maar die zich in wasserette compact naar binnen keert. En een walm vochtigheid. Op het randje van een stank, nog net geen moeras, nat dier of schimmel. Daaronder een lauwe, bedrijvige, enigszins bedreigende metaalgeur.
Je gaat zitten. Staat weer op. Telt munten. Staart naar draaiende trommels. Aan de muur hangt een prikbord vol vervaagde aankondigingen. Openingsuren. Een geïndexeerde prijslijst. Gedragsregels. Allemaal in bevelende wijs geredigeerd. Je staat nu in het voorgeborchte. Een halte in de gerodeerde mechaniek van de dagen. De tijd rekt zich uit en rolt zich op, zonder zijn gebruikelijke lineaire logica. Minuten rekken zich uit als een eindeloze zomerdag, gevangen in gefilterd tl-schijnsel.
De wasserette herinnert ons dat ook wij bestaan uit restwarmte. Uit bewegingen die nagloeien
Een vrouw sorteert haar fijne was met neurotische precisie. Ze behandelt haar kleren alsof ze een fragiel stukje van haar eigen bestaan vasthoudt en troost. Klaar om gegeseld te worden door het geweld van de wastrommel. De cyclus duurt 37 minuten. De kleren stijgen op. Vallen opnieuw neer. Een going-out-top. Een kussensloop. Een kousenbroek. Een slip. Ze springen omhoog. Een beetje vernederd. Onhandige planeten, gevangen in een te nauwe baan. De machine verzwakt niet en geeft niet op. Onvermoeibaar blijft dit linnen heelal verder duiken, draaien, vallen en weer opstaan.
De aanhoudende warmte zoemt over al het andere gezoem heen. Over made in China-wasmanden, afgeleefde pufferjacks, witte sportsokken in plastic Adidas-sandalen. En over de knikkebollende zwarte honden die meegekomen zijn om hun roes mee uit te slapen in de wasserette. Zo vormt zich een stille gemeenschap. Een gemeenschap van residuele warmte. De tweede wet van de thermodynamica verklaart dit in theorie. De wasserette maakt het tastbaar. Ze herinnert ons dat ook wij bestaan uit restwarmte. Uit bewegingen die nagloeien. Lang nadat hun oorspronkelijke energiebron werd uitgeschakeld.
Lees meer over: Brussel , Column , Column Duchka Walraet , wasserette