Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.
©
Mihnea Popescu
| Duchka Walraet
Schrijver Duchka Walraet: 'Een vos in de stad is geen ongedierte'
De stad is niet alleen een repetitief weefsel van menselijke motiefjes. Van lijnen, hoeken, roosters, webben. Ze bestaat ook uit verschijningen. Barstjes in het membraan. Zoals de vos. Zijn fysieke magerte vloekt met zijn reputatie van sluwheid. Je verbaast je over zijn schuchtere gangetje. Vlucht in voorbereiding, klaar om opnieuw te verdwijnen. Alleen zijn wiegende pluimstaart, een subliem penseel, introduceert hem met swagger in het nachtelijke decor.
Zijn verschijning is het gevolg van een geleidelijke verschuiving. Tot voor kort was de vos veroordeeld tot het platteland, want verjaagd uit de stad tijdens de 19e eeuw. Nu keert hij terug. In de stad is er meer voedsel dan op het land, waar hekken, autosnelwegen en pesticiden zijn bewegingsvrijheid inperken. Merkwaardige paradox. Het wilde dier zoekt zijn toevlucht in de stad, terwijl de stedeling droomt van een neoruraal, idyllisch offgrid-leven. Zijn aanwezigheid is geen gebeurtenis an sich, het moment waarop je hem opmerkt wel. Dan breekt een symbolische grens. De zekerheid dat de stad een afgebakende wereld is, barst open. Andere levensvormen circuleren, wonen en gedijen er. De wilde wereld slaat terug.
Het wilde dier zoekt zijn toevlucht in de stad, terwijl de stedeling droomt van een neoruraal, idyllisch offgrid-leven
Zijn aanwezigheid is geen teken van wanorde, maar van een geslaagde aanpassing. Dat maakt hem verdacht. Alsof hij verraad pleegt aan zijn waarachtige aard die we associëren met een verre, geïdealiseerde natuur. Hij is geperverteerd, geen echt wild dier meer, maar ambigu. Een ontkenning van zijn ware natuur. Ongedierte.
Hij beweegt vooral 's nachts wanneer de stad vertraagt. In de instabiele intervallen van de duisternis. Het versterkt het gevoel van ontregeling wanneer je hem tegenkomt. Hij wordt geproblematiseerd zodra hij sporen nalaat: een geur, een gat in het gazon, een omvergegooide vuilnisbak. Af en toe, een kadaver. Zo toont hij op het nippertje toch zijn verdorven natuur. Vervolgens ontstaat een dovemansgesprek, zelden op basis van objectieve feiten. Intrieste passie. De beschermde diersoort wordt dan een agent provocateur, het ecosysteem een potentieel plaats delict. De wet spreekt over dierenbescherming, de bewoner over verlies van controle.
Rose de la Haye is kunstenares. Ze heeft her en der in de stad vossen geschilderd. Op elektriciteitskasten, blinde muren, verwaarloosde uithoeken. Vossen die neusje-neusje doen. Een volwassen vos op wandel met een jong, staarten verstrengeld in een beschermende boog. De antropomorfe boodschap bij deze tekeningen luidt: “Je ne suis pas un nuisible.” Ik ben geen ongedierte.
Ze herinnert eraan dat de stad niet uitsluitend menselijk is en dat ongedierte geen biologische, maar een menselijke categorie is.
Lees meer over: Brussel , Column , Column Duchka Walraet