Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260114 1962 Column Duchka Walraet

Mihnea Popescu

| BRZ 20260114 1962 Column Duchka Walraet

Column

Schrijver Duchka Walraet: 'In het Zuidstation voel ik me onderdeel van de grote machine'

Duchka Walraet
15/02/2026

Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.

Er valt inderdaad iets te zeggen voor het maken van reizen. Het is een voorrecht dat je vaak uitoefent. Maar verplaatsingen zijn altijd een beproeving. Je moet je spullen bij elkaar rapen. Ondoorgrondelijke tariefsystemen begrijpen. Kaartjes kopen. Je legitimeert je aan een autoriteit en aan het principe van de redelijkheid. Je stemt schoorvoetend toe. Je verlaat Brussel dus wel vaker. Niet zelden met tegenzin.

Verwarring. Er zijn in een stad geen formele drempels. Geen gietijzeren poorten. Of bogen van zandsteen die een demarcatie aangeven. Er is de drempel die gesymboliseerd wordt door de deur van je appartement. Ja, die markeert wel duidelijk de bakens tussen binnen en buiten. Andere drempels zijn vager. Buiten stel je een ontelbare reeks tussenruimtes vast. Meer overgang dan ingang.

Het Zuidstation, bijvoorbeeld. Je stapt binnen zonder ooit volledig binnen te zijn. Je loopt door een automatische deur die opengaat voor je een beslissing hebt kunnen nemen. Nu ben je binnen, maar het is een dubbelzinnig binnen. Winkels, overdekte straten eigenlijk, ondergrondse passages, liften, roltrappen. Toegang tot de metro, parkeerplaatsen, bussen. Het station is een samengesteld geheel: enerzijds imposant, vooral onzeker. De drukte werkt verticaal en horizontaal op je in. Boven jou sluit een massa het licht af. Een hal strekt zich voor je uit.

Een vrouwenstem zonder eigenschappen weerklinkt in het Zuidstation. Altijd met dezelfde intonatie en neutraliteit

Een vrouwenstem zonder eigenschappen weerklinkt. Altijd met dezelfde intonatie en neutraliteit. Lichtpanelen knipperen met instructies en vertragingen. Elke verandering zet een cascade kantelingen in gang. Alsof een onzichtbare roulettecroupier het bord door elkaar schudt. Mensen raadplegen hun telefoons als een kompas dat nergens naartoe wijst. Meer talisman dan kompas. Rolkoffers krassen gebroken lijnen en minuscule herhalingen over de vloer. Trappen eisen een keuze: omhoog of omlaag. Perrons zweven ergens tussen binnen en buiten, geventileerd door een onmenselijke tocht. Hartstocht ook, want wie verliefd is, staat eeuwig op het perron. Zo luidt het gezegde in ieder geval.

Je koopt dan maar die koffie. Hij smaakt naar karton en verschroeide koffiebonen. Het station is een ingedikt model van het stedelijke leven. Het brengt tegenstellingen samen die elders in de stad diffuus zijn. Eenzaamheid en mensenzeeën. Bewegingen en stilstand. Aankomsten die slechts gedefinieerd worden door de zekerheid van een volgend vertrek.

Soms kom je binnen via de achterkant. De dienstingang. Langs blinde muren, buizen en kabels. Je komt arbeiders tegen die wijde laarzen dragen en jassen van toile cirée. Zo ontdek je de stad op een andere manier. Via haar technische corridors en haar functionele onderlichaam. Je bevindt je in de machine van de stad. Niet langer als architectuur, onthult de stad zich nu als pure infrastructuur. En jij bent één van haar bewegende onderdelen.

Column Duchka Walraet

In haar tweewekelijkse column beschrijft de Brusselse auteur Duchka Walraet de stad als een zinnelijk organisme.