Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260114 1962 Column Duchka Walraet

Mihnea Popescu

| Duchka Walraet

Column

Schrijver Duchka Walraet: 'Hoogbouw pleegt roofbouw op de mens'

Duchka Walraet
© BRUZZ
29/03/2026

Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.

Het plateau aan de Congreskolom. Achter jou, de monumentale stijve waarop de vader van de natie, Leopold I, gemonteerd is. De skyline van de Laagstad verschijnt. Blokken vastgeschroefd als spijkers tussen trottoirs en boulevards.

De torens in de Noordwijk ontstaan onverschillig in een glazen perimeter. Ze verhouden zich niet tot hun context. Niet tot de voedselbedeling van de lokale humanitaire hub. Niet tot de Albanese pizzeria op de hoek, met zijn verbleekte affiches van Robert De Niro. Niet tot het bronzen standbeeld door gemeentearbeiders overgeschilderd in fluorescerend groen om een patina van oxidatie te veinzen. Wolkenkrabbers oriënteren zich niet naar het licht. Ze wenden zich naar het idee van hoogte zelf. (En je weet, het zijn niet de wijzen die ideeën bedenken.) Ze zijn een minerale impuls die lucht wordt.

Ja, er is een uitzicht, een rooftop, een ecologisch terras, een restaurant. Men zegt vaak dat de stad van bovenaf adembenemend is. Helemaal waar. Als je stil wordt van maquettes en pointillisme.

Humor geneest alles wat ongeneeslijk is

Een lift brengt je naar omhoog en omlaag. Het is een keurig geregeld selectiemechanisme. Dat scheidt en schift. Toon goed gedrag, dan mag je erin. Je krijgt vervolgens een gestandaardiseerde glimlach en een praatje met losse mazen. In de lobby bestel je twee sazeracs. De barman zegt dat hij absint moet halen op het achtentwintigste. Even geduld. Torens verbruiken massa's energie. Domotica tot in de nok. Liften, ventilatiesystemen, airco's, pompen, lichten. Ze consumeren ook landschap en mogelijkheden. En plegen roofbouw op intermenselijke ecosystemen. Boven op de negenentwintigste verdieping wordt alles glad en glossy zoals het lopende eigeel in je tortilla en de witte kabeljauwfilet die je hebt besteld die baadt in een viskeuze sepiasaus. Een zwarte brij die je doet denken aan ruwe aardolie. Er circuleert geconditioneerde tocht waarin geconditioneerde lichamen paraderen. Je had al lang geen rokje meer aangetrokken. Je maakt een cynische grap over de Straat van Hormuz. Humor geneest alles wat ongeneeslijk is.

Hoogbouw ontdoet lucht van haar tonische kwaliteit. Op de negenentwintigste verdieping is ze niet langer dünn und rein. Niet die koude lucht die het denken aanscherpt. Niets van. Achter dubbel glas roept niet de verkwikkende afgrond die je zo goed kent van in de bergen. Op het dak is nochtans een terras aangelegd, maar met een hekje op heuphoogte. Vallen is op het negenentwintigste enkel theoretisch mogelijk. Je staart hier niet naar de soort afgrond die een onderonsje voor je zal beleggen tussen je angsten en je vrije wil.

De zwakken zullen hier niet neerstorten. De sterken zullen niet springen. Zoveel verticaliteit. Je vergeet bijna dat je in een stad vooral horizontaal moet leven.

Column Duchka Walraet

In haar tweewekelijkse column beschrijft de Brusselse auteur Duchka Walraet de stad als een zinnelijk organisme.