Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260114 1962 Column Duchka Walraet

Mihnea Popescu

| Duchka Walraet

Column

Schrijver Duchka Walraet: 'Ik wil niet dat de lokale handelaar mijn naam kent'

Duchka Walraet
© BRUZZ
26/04/2026

Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column voor BRUZZ beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.

Kopen bij een lokale handelaar is nooit slechts een botte transactie. Klant zijn betekent vooral: verschijnen, en daarna opnieuw verschijnen. In een stad als Brussel zal geen handelaar ooit je naam kennen, laat je niet in de luren leggen. Je wordt na enkele verschijningen wel herkend. Aan je krullen. Aan het feit dat je mordicus weigert Engels te spreken. Omdat je telkens weer voor oranje wijn kiest. Die herkenning heeft niets diepzinnigs. Ze ontstaat uit herhaling en uit een bilateraal leerproces. De handelaar leert. Zij koopt gamay. Ze leest alles van Françoise Sagan. Ze draagt een small, heeft korte benen. Ze wil per se gevouvoyeerd worden. Jij leert. Hier kun je om wijnadvies vragen. Ook al praat de verkoopster wat zweverig over het effect van de volle maan op het palet van een Pouilly-Fumé. Daar moet je cash bij je hebben en spreken ze je plots aan in het Portugees. Bij dat antiquariaat krijg je een bemoedigend compliment bij elk filosofieboek dat je koopt.

Zoals je ziet: er worden in de winkel aardig wat praatjes geslagen. Smalltalk, shoptalk. De relatie die zich tussen de winkelier en jou ontspint is gepast, maar net niet hartelijk. Je mag rustig Alpenkazen monsteren achter het glas, struikelen over de prijs, verschillende saucissons vergelijken, zonder dat het op wantrouwen of gierigheid lijkt. Je kunt zeggen dat je een vegan zuurdesem croissant wil. Geen gewone. Zonder dat het klinkt alsof je de bakker corrigeert of veroordeelt.

In een stad als Brussel zal geen handelaar ooit je naam kennen

Soms word je overmoedig. Al meer dan vijftien jaar kom je bij de boekhandelaar. Hij wil je boeken op de klantenkaart van Wuppens zetten, in plaats van op Walraet. M'enfin. Wuppens is zo'n kolderieke naam zonder allure! Verbeter je hem? Glimlach je, ga je nu je familienaam herhalen, maar zonder emotie, alsof het niets uitmaakt? Je gezicht en je handen verzetten op zulke momenten het heftigste werk. Ze verbergen net genoeg van je verbijstering en ergernis. Het went nooit helemaal: je hebt geen naam. Het is precies door dit soort sadomasochistische frustraties dat je zo graag terugkomt naar een winkel.

Zoals bij die barista waar je elke morgen op precies hetzelfde uur dezelfde latte bestelde. Enkele jaren terug. Peperdure gewoonte. Eerst kwamen er onschuldige vragen, later gerichtere. De complimenten begonnen nonchalant. Ze werden daarna dwingender. Wel proper gericht op je kleren, op je gevoel voor stijl. Je liet ze toe, tot op zekere hoogte. Je ontweek ze ook. Iets meer dan je ze toestond. Maar niet veel meer. Want je had een vriend. Nooit vroeg hij je naam.

Het spelletje bleef duren tot die ene ochtend. Terwijl je bestelde, keek je gefascineerd door het raam naar de slager aan de overkant die worsten aan het draaien was. Toen kwam de vraag: “U kijkt graag naar dat soort dingen?”

Dat soort dingen … euh ...

Je bent nooit meer teruggegaan.

Column Duchka Walraet

In haar tweewekelijkse column beschrijft de Brusselse auteur Duchka Walraet de stad als een zinnelijk organisme.