“Het is hier toch goed wonen, hé.” Op een zonovergoten middag in de Vlaamse rand schuiven vrienden en oude bekenden aan. Twee van hen zullen dit jaar verhuizen. Ze vonden een tuin en garage in die Rand, een begrijpelijke zet in deze levensfase.
“Al die haters, ze komen toch terug”, denkt een vriendin er het hare van. Ze trok zelf nooit naar Brussel. “Er is toch gewoon meer agressie in de stad?” zei een andere vriendin zopas. Nog een vriend mist sociale cohesie, anderen stellen de scholen in vraag.
Het is oppassen voor wie de stad nog luidop wil verdedigen. Woon-werkverkeer of pragmatisme zullen het niet halen van de bekende afknappers. Die voel ik ook. Maar verstoord woon-vriendschapsverkeer, een dertigersplaag, knaagt evengoed. In beide richtingen lijkt Brussel soms een eiland dat je best alleen nog oversteekt per koersfiets.
De achterblijvers kunnen binnenkort weer eilandhoppen in hun zomerbars. In Koekelberg komt er een nieuwe bij. “Net nu ik vertrek”, zucht een vriend. Komen ze dan toch terug?
Eva Christiaens