Een aantal jaren geleden, na een relatiebreuk, kocht ik een agapornis – een dwergpapegaai. Blauw en zwart van kleur, luid van gemoed: amper dertien centimeter groot, maar maakt het lawaai van een heel orkest samen. (Niet zo handig, in een appartement in Anderlecht.)
Ronny, heet het beestje.
Volgens de verkoper was Ronny een mannetje. “Al valt dat moeilijk te zeggen bij papegaaien, tenzij je een DNA-test doet.”
Goed zot, dacht ik, vijftig euro extra betalen om het geslacht te weten.
Momenteel staat Ronny bij mijn huidige vriendin in Molenbeek. Ik moet mijn nieuwe huis in orde brengen – het appartement ingeruild voor een gelijkvloers – en verfdampen zijn giftig. Ik neem het risico niet. Zeker nu niet. Want een paar dagen geleden belt mijn lief me in opperste verwondering op. “Ronny is geen Ronny”, zegt ze. “Er liggen twee eitjes in zijn hokje. Sorry, haar hokje.”
Wat?
“Ja, al die jaren verkeerd gegenderd.”
Vijftig euro extra destijds had me het plezier niet kunnen geven dat ik nu ervaar.
En Ronny? Die blijft gewoon Ronny.
Maarten Goethals
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.