Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel.

In november verhuisde ik naar een gelijkvloers met een grote voortuin in Anderlecht. Ik wilde buiten meteen alles opbreken en herinrichten, naar mijn eigen totalitaire inzichten. Ik waande me al de hoftuinier van Versailles, die de natuur temde in geometrische modellen en perfecte symmetrieën.

Maar iedereen zei: wacht eerst een jaar. Doorloop minstens de cyclus van de vier seizoenen en zie wat er allemaal bloeit.

Een half jaar verder is dat al een indrukwekkend lijstje: spoorbloem, langlijfje, druifhyacint, pinksterbloem, tuinjudaspenning, bergcentaurie, boshyacint, bosvergeet-­mij-nietje, kornoelje, bosaardbei, stinkende lis … 

Maar blijft de vraag: wat ga ik doen met de tuin? En kan ik het wel allemaal zelf? Niet onbelangrijk, die laatste vraag. Want op een gegeven moment was ik onkruid aan het wieden, dacht ik. Tot de bovenbuurvrouw passeerde en naar mijn hoopje groen afval keek. 

“Heb je nu die klimopbremraap uitgetrokken?”

“Uhm?”

“Die is redelijk zeldzaam.”

Versailles was ook niet in één dag gebouwd. Toch?

Zelf een ultrakorte column insturen? Dat kan. Mailen naar redactie@bruzz.be

Reeks: Stadsleven

In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel.