Achteraan mijn tuin ligt het karkasje van een houtsnip. Een plompe, compacte vogel, met korte poten, en een lange, puntige bek. Ietwat grijze borst, de vleugels en de rug bruin en zwart gevederd. De perfecte camouflagekleuren voor in het bos, zijn natuurlijke habitat.
Ik vond de vogel oorspronkelijk tegen een boom liggen, een paar straten verder, toen ik onderweg was naar een dierenwinkel om hondenbrokken te kopen. Allicht te pletter gevlogen tegen een raam, nog een paar meter half bij bewustzijn geweest, en dan neergestort ter aarde. Op een grindpad in Anderlecht. Einde leven.
Maar niet einde verhaal. Want ik heb de houtsnip meegenomen in een poepzakje (zwart zakje om de uitwerpselen van mijn hond te verzamelen). De insecten en maden vreten momenteel het vlees van de botten. Ondertussen heb ik met een snoeischaar de kop al kunnen losknippen; die wil ik binnen op een schap zetten. Zodat het mij de hele tijd kan aankijken.
Als een soort herinnering: to fly or not to fly, that is the question.
Maarten Goethals