Wie begrijpt hen? Af en toe kom je op het openbaar vervoer een passant tegen met een nagelknipper. Die knipt dan achteloos zijn nagels zonder veel oog voor zijn omgeving, weliswaar en gelukkig hoofdzakelijk aan de vingers. Knip! De haren springen al rechtop in mijn nek als ik eraan denk. Laat staan als je het vlak achter je op de metro hoort of ziet gebeuren.
Knip! Is het weer zover? Ik voel mijn nekharen al kriebelen als ik na het werk op de tram zit. Een andere reiziger verzet zich. Maar dan volgt na de knip een ander geluid. Een soort geplof uit de mond. Spuwt iemand zijn nagels weer uit? Ringeling, knip, plof. Schudden, knippen, spuwen. Het is geen nagel: deze man eet verse zonnebloempitten. Hij spuwt de schil weer uit en grabbelt meteen een nieuwe pit uit zijn handjevol.
Sindsdien zie ik de zomersnack overal opduiken, van caféterrassen tot het park en de tram. Gelieve uw pitten zichtbaar te maken alvorens te bijten. En nooit, nooit nog uw nagels te knippen op de tram.
Eva Christiaens