Twaalf uur. Ik hoef geen sirene om me er attent op te maken dat het tijd is voor de schaft. Mijn goed afgestelde biologische klok geeft dat vanzelf aan. Voor ik hangry word, rep ik me naar de nabije broodjeszaak, waar al snel een rij ontstaat van al even hongerige schafters. Nog twee klanten en het is aan mij. De jongeman voor me rekent af en haast zich de deur uit, maar dat is buiten de bakker gerekend.
“Monsieur Monsieur”, roept hij zo luid dat de hele straat het mag horen. “Vergeet je toiletpapier niet!”
Alle hongerige wolfogen richten zich nu op de onfortuinelijke jongeman als was hij een schaapje. Rood aangelopen ontkent hij stellig dat de zes rollen toiletpapier die zich ter hoogte van de eclairs bevinden van hem zijn. Van wie dan wel? Een mysterie ontvouwt zich.
Wanneer enkele seconden later een andere jongeman binnenstuift, denkt iedereen hetzelfde: de eigenaar van het papier meldt zich. Toch niet: hij was zijn bonnetje vergeten. Als ik betaal, denk ik even dat de bakker mij het papier in mijn handen zal duwen met een begeleidende 'Mag het iets meer zijn?' Maar hij zet het resoluut achter de toog. Wellicht mag de eigenaar zich nog discreet melden.
Heleen Rodiers