Op een bankje in de schaduw staat ze plots voor me en vraagt ze me hoe het gaat. Een jonge vrouw, thuisloos, alleen. Over haar schouder hangt een plastic tas met verweerde kledij en een deken.
Een uitnodiging tot gesprek?
Mogelijk, maar nog zonder enig verzoek van haar kant, tast ik al naar muntstukken om haar te geven.
Ik strek mijn hand naar haar uit, zachtjes neemt ze mijn pols beet. Haar tengere vingers omsluiten de rechtermouw van mijn oude tweedehandsjas.
Moederlijk bekijkt ze de rafelende draadjes die uit de stof steken, om ze vervolgens één voor één uit te trekken. “Zo, dat is beter”, zegt ze met een glimlach.
Het geld legt ze terug in mijn handpalm, voor de volgende keer dat we elkaar ontmoeten. We nemen afscheid.
“Stomme vooroordelen”, denk ik nog, terwijl ze om de hoek verdwijnt.
Nordin Sermant