Op het perron in Simonis passeer ik een man, een twintiger, die op een bank nerveus zit te wiebelen en te mompelen. Ik stap de metro in en neem plaats. Een meisje van rond de twintig stapt ook op.
Achter haar doet de nerveuze man hetzelfde en hij klampt de vrouw aan. Ze gebaart geen interesse te hebben en komt op de vrije plaats tegenover mij zitten.
Het metrostel vertrekt en de man stapt opnieuw op haar af. Ze zegt voor een tweede keer geen interesse te hebben. Ik doe eveneens teken dat het geen zin heeft. Hij kijkt kwaad en druipt af.
De vrouw en ik beginnen een gesprek. Ze komt uit Kopenhagen en is op Erasmus. Op dat moment doet hij nog maar eens een poging. Ik zeg daarom dat wij samen horen.
“Oh, ben jij haar moeder dan?”
Ik denk, welja, ze zou best wel voor mijn dochter kunnen doorgaan, mijn Deense dochter. Dus ik beaam en vraag hem nogmaals mijn dochter en ons met rust te laten.
Aan de volgende halte moet ik eruit. Mijn 'dochter' stapt veiligheidshalve mee uit.
Sandra Schreurs