“Burgemeester Philippe Close heeft een duidelijke keuze gemaakt in het stadscentrum: vóór spektakel, vóór imago en vóór toeristen.” Dat zegt VUB-stadsonderzoeker Jozef Vandermeulen naar aanleiding van de Blauwe Kubus die heel de zomer het De Brouckèreplein zal inpalmen.
©
ED/BRUZZ
| De blauwe constructie neemt een aanzienlijk deel van het de Brouckèreplein in.
VUB-onderzoeker: 'Philippe Close kiest bewust om publieke ruimte te commercialiseren'
Bio
Doctoraatsonderzoeker bij Cosmopolis Centre for Urban Research, VUB
Verschillende recente evenementen doen de discussie over de commercialisering van de publieke ruimte in Brussel heropleven. Hangar organiseert hippe feestjes op publieke plaatsen in de stad, de Verenigde Staten mogen het Jubelpark op slot doen voor hun 250e verjaardag, en sinds kort palmt een gigantische kubus van blauwe spiegels het De Brouckèreplein in. De multimediashow Prodigy 12 die daarin drie keer per dag plaatsvindt voor de rest van de zomer, kun je alleen zien als je tussen de 23 euro en 35 euro wil neertellen.
Die commerciële inname van de publieke ruimte lokte negatieve reacties uit van stadsbewegingen, maar ook enkele voorzichtige verdedigingen. De bedenkers benadrukken dat de kubus letterlijk “de stad weerspiegelt” en leven geeft aan het plein. Dat speelt in op een veelgehoord argument: het De Brouckèreplein zou “toch altijd wat leeg zijn”, en dit tijdelijke gebruik kan dus niet zo veel kwaad. Maar dat is een cirkelredenering. Het plein werd namelijk in zijn huidige (lege, open) vorm ontworpen, zodat er grote evenementen en installaties op passen. Als het was ingericht met lokale bewoners en kleinschalig, dagelijks gebruik in gedachten, dan zou het plein ook anders gebruikt worden.
Die doelbewuste inrichting van het De Brouckèreplein toont aan dat de blauwe kubus deel is van een bredere strategie. Die is gericht op het opbouwen van het imago van Brussel via grote, vaak exclusieve evenementen. Die strategie krijgt al jarenlang vorm bij het stadsbestuur en het Gewest, de kubus is gewoon het meest recente voorbeeld ervan.
Nut van publieke ruimte
De discussie moet dus verder gaan dan afwegen of dit specifieke project tijdelijk thuishoort op het De Brouckèreplein of niet. De onderliggende vraag luidt eerder: wat is het nut van publieke ruimte? En vooral: voor wie moet het nuttig zijn? Maar in dat grotere debat kun je het stadsbestuur niet vinden. Het beperkt zijn reactie tot het steunen van de initiatiefnemers van Prodigy 12, en claimt dat het project de buurt zal “heractiveren”.
Dat is een bekend verhaal. Ook Hangar zegt dat zijn evenementen bijdragen aan een dynamisch en aantrekkelijk Brussel. Ze zouden de stad bruisend maken, bezoekers uit binnen- en buitenland aantrekken, en Brussel zo een economische boost geven. Die argumenten zijn niet volledig uit de lucht gegrepen, en dit soort citybranding als strategie heeft zijn voordelen.
“Massatoerisme, geluidsoverlast en het blokkeren van doorgangen maken bepaalde buurten totaal onleefbaar en onbetaalbaar voor lokale bewoners”
VUB-onderzoeker
Maar het allerbelangrijkste om te beseffen is dat die voordelen niet voor iedereen gelden. Er bestaat niet zoiets als beleid dat goed is voor iedereen. Daarvoor bevat een stad nu eenmaal te veel tegenstrijdige belangen. De eigenaar van een reeks Airbnb's of restaurants zal heel andere verwachtingen koesteren van de publieke ruimte dan een gezin dat in de buurt in een klein appartement zonder tuin woont. De rol van de politiek is die belangen afwegen en keuzes maken.
Zakeneigenaars
De stad en haar burgemeester Philippe Close (PS) hebben duidelijk een keuze gemaakt in het centrum: vóór spektakel, vóór imago, vóór toeristen. Dat is een structurele strategie, geen eenmalig, tijdelijk project. En die strategie is goed voor (een specifiek deel van) de zakeneigenaars in Brussel, voor de toeristen, en voor het kapitaalkrachtige deel van de Brusselaars dat kan en wil deelnemen aan deze evenementen.
Per definitie vallen anderen uit de boot. Ervaringen in andere steden hebben al bewezen dat massatoerisme, geluidsoverlast en het blokkeren van doorgangen bepaalde buurten totaal onleefbaar en onbetaalbaar kunnen maken voor de lokale bewoners, maar ook Brusselaars die niet in het centrum wonen, hebben belang bij het beschermen van publieke plaatsen in de Vijfhoek. Als we een gedeelde Brusselse gemeenschap willen opbouwen, moeten er ruimtes zijn waar we elkaar vrij kunnen kruisen.
Daarmee bedoel ik fysieke ruimtes: publieke pleinen, parken, ontmoetingsplaatsen en zogenoemde 'sociale infrastructuur'. Maar ook meer abstracte, politieke ruimte: open maatschappelijk debat over waar de stad naartoe gaat en waarom.
We moeten van het stadsbestuur eisen dat het ook dat soort ruimte creëert en beschermt. Dat betekent: het kritische middenveld blijven ondersteunen, Brusselaars reële inspraak geven, en transparant zijn over de eigen aanpak. De socialistische burgemeester Philippe Close en zijn stadsbestuur moeten hun citybranding-strategie dus uit de schaduw doen treden. Ze moeten hun eigen logica durven te benoemen en daar een serieus, inhoudelijk debat over aangaan. Zo krijgen lokale inwoners en stadsbewegingen de kans om de keerzijde van die strategie aan te tonen en alternatieven voor te stellen. Dat kan de noodlijdende Brusselse democratie alleen maar ten goede komen. En wie weet krijgen we er ook nog een leefbaardere stad bij.
Zelf een opiniestuk insturen?
BRUZZ biedt ruimte aan prominente stemmen, experts in hun veld en Brusselaars met een scherpe mening over fenomenen of tendensen in de hoofdstad.
Zelf een opiniestuk insturen? Mail naar de redactie
Lees meer over: Brussel-Stad , Opinie , Philippe Close , Prodigy12 , blauwe kubus , behoud publieke ruimte , Jozef Vandermeulen