Kan AI de tweedehandsindustrie uit het slop helpen? De Brusselse start-up Trosort helpt textielinzamelaars om het sorteerproces te automatiseren. Spullenhulp, Oxfam en De Kringwinkel zijn alvast enthousiast. “Nu verkopen wij ook op Vinted.”
Matthieu Brabant van Trosort sprak erover met Lilith.
Brusselse AI-software helpt tweedehandskledij sorteren in drie seconden
Op Vinted vind je niet enkel individuele Brusselaars die hun kleerkast uitmesten voor verkoop. Steeds meer professionele verkopers vinden hun weg naar het populaire tweedehandsplatform. Een van die verkopers blijkt de sociale onderneming Spullenhulp te zijn. “De organisatie begon in mei met een pop-up op de app Vinted en zijn Franse tegenhanger, Label Emmaüs”, vertelt projectcoördinator Emily Plard aan de lijn vanuit Anderlecht. Dat beviel de organisatie zo goed dat Plard zich inmiddels voltijds toelegt op e-commerce. Sinds september zit Spullenhulp ook op La Récup, een 'solidaire' webshop met hoofdzetel in Namen.
Iedereen die zich ooit al op Vinted en co gewaagd heeft, weet dat je best veel tijd verliest met nieuwe kledingstukken toe te voegen: je moet ze fotograferen en een kort tekstje schrijven, inclusief cruciale kenmerken zoals de maat, het merk, de kleur en de stof. Dan is er nog de prijs: je kunt je helemaal verliezen met zoeken naar soortgelijke stukken om de kledij voor de juiste prijs aan de man te brengen. En dan heb je nog geen enkel pakketje ingepakt en weggebracht.
“Op het vlak van prijs heeft Spullenhulp gelukkig veel ervaring”, benadrukt Plard. Maar dan nog zijn medewerkers makkelijk tien minuten zoet met inschatten en invoeren van de gegevens. Op 2.294 artikelen die momenteel te koop staan op Vinted, 2.454 op La Recup en 1.093 op Label Emmaüs kan dat wel tellen.
Al die gegevens ophalen kan nochtans sneller. In drie seconden, kondigt de Brusselse techondernemer Achille Mathot aan in een filmpje dat hij vorige week lanceerde op sociale media. Mathot is oprichter van een start-up, Trosort, die met behulp van AI het sorteren van textiel wil automatiseren. Met een machine (inclusief infraroodscanner) of een app maakt Trosort een foto. Op basis daarvan bepaalt het systeem automatisch welk merk het is, of het artikel nog in goede staat is en wat het nog waard is. Ook de kleur, maat en stofsamenstelling kan Trosort bepalen en in een automatisch tekstje gieten.
De driesecondenregel van Mathot wil Plard van Spullenhulp nuanceren – doorgaans heeft ze twee minuten per kledingstuk nodig, vooral de prijs wil ze dubbelchecken. “Maar verder is het systeem erg efficiënt”, looft ze de ondernemer.
Textielcrisis
Mathot is ingenieur van opleiding en zette pas in 2023 zijn eerste stappen in de tweedehandsindustrie. “Dat is uit persoonlijke interesse gegroeid. Ik werkte toen voor een bedrijf gespecialiseerd in hernieuwbare energie: een heel andere sector, al heeft het ook met duurzaamheid te maken.”
"In drie seconden kan de nieuwe app de prijs, het merk en de staat van het kledingstuk bepalen"
Oprichter Trosort
Mathot is een modefanaat, vertelt hij, maar aan kleren wil hij niet veel geld uitgeven. “En hebben we niet al te veel in onze kast hangen? Dat heeft een impact. Ik hou van kleren en wou als ingenieur mee nadenken over een systeem waarbij kleren niet zo vervuilend zijn.”
Zijn eerste onderneming heette Globe Drip. Bezoekers van de cultuurhub Continental herkennen de naam misschien nog: het is een van de vele tweedehandspop-ups die de revue passeerden in het voormalige hotel op het De Brouckèreplein. Diezelfde naam gebruikte hij voor zijn tijdelijke Brusselse kledingbibliotheek, een 'gedeelde kleerkast', waarbij Mathot betalende abonnees toegang gaf tot duizenden kledingstukken. “Dat concept heb ik twee maanden uitgeprobeerd. Toen de feedback kwam om de kleren online aan te bieden, merkte ik aan den lijve hoelang het duurde om die stuks op te laden. Om exact die reden ben ik de software voor Trosort beginnen te bouwen.” De eerste machine bouwden hij en zijn medeoprichter Matthieu Brabant zelfs in de Continental.
Nu werkt het duo samen met een hardwarebedrijf in Waver en staat het prototype niet meer in hartje Brussel, maar in Antwerpen. Kringwinkel Antwerpen blijkt net als Spullenhulp een believer van het eerste uur. Met de hulp van de twee Brusselaars lanceert de kringwinkel op 30 januari zijn eerste webshop. Ook Oxfam, dat in Haren textiel sorteert, heeft interesse in de start-up.
Verbazingwekkend is dat niet: de tweedehandsindustrie zit in zwaar weer. Spullenhulp ontsloeg vorig jaar 21 collega's, Kringwinkel Antwerpen vernietigt vier op de vijf kledingstukken die worden ingezameld en Oxfam dreigt in de hoofdstad de handdoek in de ring te gooien. De tweedehandsmarkt wordt overspoeld door weinig kwalitatieve fast fashion en de export van kleren die lokaal niet herverkocht raken, wordt bemoeilijkt door geopolitieke conflicten (zoals in Oekraïne, maar ook in Pakistan) en milieuschandalen, van de textielstranden in Ghana tot de afvalbergen in Kenia.
Jobs inpikken
Artificiële intelligentie is een hulpmiddel, maar zal in zijn eentje de sector niet redden, erkent ook Mathot. Wel geeft het inzamelaars meer tijd om het vele textiel dat ze binnenkrijgen grondig te sorteren. “Het bepaalt automatisch welke merken je met winst kan herverkopen en welke stuks een reparatie kunnen gebruiken.”
Was dat niet de job van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die de sociale organisaties Spullenhulp, Oxfam en De Kringwinkel tewerkstellen? Mathot maakt zich geen zorgen om hun banen. “Er komen taken bij, zoals pakketjes maken. Sorteren is bovendien zwaar werk. Wie dat niet gewend is, voelt zich de eerste weken vaak duizelig of misselijk. Zo erg is het niet dat specifiek dat aspect vereenvoudigd wordt.”
Margot Barmans, innovatiemanager bij Kringwinkel Antwerpen, bevestigt die stelling. Er is werk genoeg, zegt ze. “Er zijn te veel kleren voor het aantal mensen in dienst. Mijn medewerkers hoeven niet voor hun job te vrezen.” Net omwille van hun sociale functie wil ook Spullenhulp blijven innoveren, vertelt Plard. Wie graag snuistert in plaats van scrolt, hoeft evenwel niet te wanhopen. “De onlineverkopen zijn slechts één procent van de totale omzet. Onze fysieke winkels blijven het belangrijkste.”
Lees meer over: Cultuurnieuws , Spullenhulp , Trosort , Achille mathot