Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Longread

Het museum en zijn café: vaak een lastig huwelijk in Brussel

Bettina Hubo
© BRUZZ
10/04/2026

Bart Dewaele

| Restaurant Albert, op de vijfde verdieping van de KBR (Koninklijke Bibliotheek), draait volgens de directie op volle toeren.

Van snackbar tot sterrenrestaurant, of helemaal niets. Het horeca-aanbod in de Brusselse musea is uiterst gevarieerd. En dan is er binnenkort Kanal, dat het compleet anders wil doen en uitpakt met vijf eetgelegenheden, allemaal in eigen beheer.

Een topcafé met een vrij aardig museum eraan vast. Met die badinerende reclameslogan werkte het Londense Victoria & Albert Museum zich eind jaren tachtig in de kijker. De slagzin weerspiegelde de nieuwe tendens in de museumwereld om het eigen café aantrekkelijker, hipper en professioneler te maken.

De trend hing samen met de verplichting voor veel musea om, onder druk van neoliberale overheden, eigen inkomsten te verwerven en ook met een mentaliteits­verandering bij het publiek. Dat wilde bij een museumbezoek een totaalbeleving: een goede expo én een lekkere koffie of lunch.

Zo evolueerde het museumcafé van ongezellig koffiehoekje tot fancy eettent. De afgelopen decennia verrezen in grote musea wereldwijd door designers ingerichte restaurants met originele menukaarten.

Meer nog, sommige musea gingen samenwerkingen aan met bekende chefs of openden een sterrenrestaurant om zo ook niet-museumgangers te lokken, denk aan het MoMa in New York, het Guggenheim in Bilbao of, dichter bij huis, het Rijksmuseum in Amsterdam en het Antwerpse MAS.

In Brussel kan alleen Bozar zich meten met dit high-end aanbod. Het kunstenhuis heeft zijn Café Victor, zijn nieuwe bar in de Hortahal en huisvest ook het tweesterrenrestaurant van chef Karen Toroshyan.

Topchef Peter Goossens

Elders in de stad is het aanbod een stuk bescheidener. In de musea rond het Koningsplein – Schone Kunsten (KMSKB), Belvue en het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) – is er al enige tijd zelfs niets meer van horeca.
In Schone Kunsten gingen in het begin van corona zowel het café met uitzicht op de beeldentuin als de net heropende brasserie aan het plein dicht. Sindsdien is er geen horeca meer. Het museum schreef in 2023 wel een aanbesteding uit om een uitbater te vinden. Dat leverde echter geen geschikte kandidaat op.

kmsk_terras_brasserie.jpg

Het café van het KMSKB, met uitzicht op de beeldentuin, is ondertussen al zes jaar dicht.

Intussen heeft de directie beslist om alleen het café te heropenen. Over enige tijd zal er een nieuwe aanbesteding de deur uitgaan. De brasserie is in afwachting in gebruik als personeelsrefter.

Opmerkelijk, want een kleine twintig jaar geleden koesterde het museum nog hoge ambities voor zijn brasserie. De ruimte werd helemaal heringericht en topchef Peter Goossens werd binnengehaald om de menu's te bedenken. Goossens zelf vertrok al vlug, het restaurant bleef tien jaar open.

Daarna, in 2017, zou Yves Mattagne in de potten gaan roeren, maar dat project strandde. In 2020 lukte het alsnog. Enkele dagen na de start van Mattagnes pop-up brak echter corona uit, meteen einde verhaal.

“De tijden zijn veranderd”, verduidelijkt directeur publieksdiensten Isabelle Vanhoonacker de beslissing van het museum om alleen het café te heropenen. “We moeten ons concentreren op de zaken die we aankunnen. Het is niet de missie van het museum om een restaurant gericht op de stad uit te baten. Er is genoeg aanbod in de buurt. Daarom mikken we nu enkel op een aanbod voor de bezoekers. Het café vormt een deel van de bezoekersbeleving.”

Het is niet de missie van het museum om een restaurant gericht op de stad uit te baten. Er is voldoende aanbod in de buurt.

Isabelle Vanhoonacker

Directeur publieksdiensten Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB)

KMSK

Aan de andere kant van het plein staat ook het restaurant van museum Belvue leeg. De zaal met de aangename binnenkoer werd de laatste jaren gerund door cateringgroep Les Filles, die vorige zomer failliet ging.

“We zoeken een opvolger. We hebben de ideale plek voor horeca en vinden het belangrijk om deze dienstverlening aan te kunnen bieden aan ons publiek”, zegt communicatieverantwoordelijke Mathilde Oechsner.

Ook Belvue besliste om niet meer voor een echt restaurant te gaan. “Het aanbod van Les Filles voldeed op het vlak van duurzaamheid, maar wij merkten dat veel van onze bezoekers, vaak families, het te duur vonden. De meeste restaurantbezoekers waren mensen van buitenaf. Daarom opteren we nu voor een comptoir met een makkelijk, simpel aanbod, een slaatje of een sandwich die je eventueel meeneemt voor later.”

Minder horecapersoneel nodig

Zo’n comptoir vergt ook minder horecapersoneel, wat het volgens Oechsner makkelijker zal maken om een uitbater te vinden. Want dat is geen evidentie, is de afgelopen jaren gebleken. “Er zijn de openingsuren. Een restaurant als het onze moet overdag open zijn, ook in het weekend. ’s Avonds gaat het dicht want we kunnen het gebouw niet openhouden alleen voor het restaurant,” vertelt Oechsner.

“In het lastenboek van de concessie staan nog andere voorwaarden die de exploitatie uitdagend maken. Zo vragen wij dat het horecapersoneel meertalig Frans-Nederlands-Engels is. Voorts zitten we in een oud gebouw, er is weinig parkeerplek, leveren is lastig. Sommige potentiële uitbaters verkiezen dan ook een restaurantruimte waar ze zelf de baas zijn boven de concessie van een museumcafé.”

Om de hoek van het Koningsplein ligt ook het Muziekinstrumentenmuseum (MIM). Dat staat bekend om zijn rijke collectie en het schitterende art nouveaugebouw waarin het is gevestigd, maar het was jarenlang ook een trekpleister vanwege zijn panoramische café met terras op de bovenste verdieping. ‘Tijdelijk gesloten wegens renovatiewerken’, staat op de website. Dat is al zo sinds 2020. Het terras moet heraangelegd worden, wat blijkbaar nog altijd niet is gebeurd.

old_england.jpg

| Het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) had tot voor enkele jaren een panoramisch café met terras op de bovenste verdieping.

Het MIM hangt af van het grote Museum voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) in het Jubelpark en ook daar is het armoe troef als het op horeca aankomt. Tussen 2000 en 2020 was er de behoorlijk draaiende brasserie Le Midi 50. Na afloop van de concessie slaagde het museum er niet meer in om zijn restaurant blijvend open te houden. Cateraar Choux de Bruxelles baatte er een tijd Le Gédéon uit, maar dat hield niet stand.

Geen restaurant met grote R

Hoewel de directie van het KMKG eerst voornemens was om een nieuwe restaurant­exploitant te zoeken, besloot ze onlangs om de plannen bij te stellen, net zoals in het KMSKB en bij Belvue. “Het project voor een restaurant met grote R werd opzijgeschoven”, zegt de woordvoerder. “Het wordt meer een cafetaria”.

Wie vandaag op de Jubelparksite vertoeft, hoeft niet van de honger om te komen. Bezoekers kunnen terecht in de Brasserie Bagnole van Autoworld, ook toegankelijk voor wie het automuseum niet bezoekt.

Aan de overkant in het Legermuseum is er het Sky Café, weliswaar alleen voor museumgangers. Het is een bescheiden etablissement dat broodjes en enkele snacks aanbiedt en sinds jaar en dag wordt opengehouden door de vriendenverenigingen van het museum. “Het is allemaal heel eenvoudig en democratisch, niks fancy”, geeft adjunct-administrateur-generaal Peter Carpreau toe. “Wij vinden dit atypische, niet-commerciële model wel mooi. Geen privéconcessie puur om geld te verdienen. De opbrengst gaat naar de vrijwilligerswerking.”

BRZ 20260408 1974 Sky Cafe

Bart Dewaele

| Het Sky Café van het Legermuseum wordt opengehouden door de vriendenverenigingen van het museum.

Hoe is het in de overige musea gesteld met het horeca-aanbod? Het Stripmuseum in de Zandstraat heeft al jaren zijn brasserie Horta. In het Natuurhistorisch museum is er het Dino Café, een kleine snackbar waar de bezoeker aanschuift voor hotdogs, panini's of een slaatje. Bij Wiels' Café in Vorst kun je in de vroegere brouwzaal terecht voor een gezonde dagschotel.

En Le Bar du Baron, het museumcafé van de Villa Empain, wisselt om de paar seizoenen van cateraar, die telkens kookt met een oosterse toets. Momenteel is de keuken in handen van sociaal restaurant Refoodgees.

Een succesverhaal is ook Albert, op de bovenste verdieping van de KBR, de Koninklijke bibliotheek. Het lunch­restaurant met zijn schitterende uitzicht op de stad en fijn dakterras draait volgens directeur Sara Lammens op volle toeren. “En met de nieuwe buitenlift hoeven de bezoekers niet meer door het museum om het restaurant te bereiken.”

Het restaurant werd vanaf de start in 2020 uitgebaat door cateraar Witlof, die kort geleden werd overgenomen door Choux de Bruxelles. Of de concessie een belangrijke bron van inkomsten is voor het museum? “Het levert een maandelijkse huur en een percentage op de omzet op,” zegt Lammens. “Dat is mooi meegenomen in tijden van besparingen. Geld in het laatje brengen is nochtans niet de eerste doelstelling, wel de service aan de bezoeker.”

De opbrengst van de concessie is mooi meegenomen in tijden van besparingen. Geld in het laatje brengen is nochtans niet onze eerste doelstelling, wel de service aan de bezoeker.

Sara Lammens

Directeur KBR

Sara Lammens, directeur ad interim van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)

Minder geluk had het Africamuseum in Tervuren. Bistro Tembo, in de door Stéphane Beel getekende nieuwbouw, moest vorig jaar sluiten na het faillissement van uitbater Lunch Garden. Intussen heeft het museum wel een nieuwe concessiehouder op het oog, die de bistro komende zomer wil heropenen.

Grootse aanpak bij Kanal

Tot slot is er Kanal, dat zich op de kaart wil zetten met een soort next generation horecamodel. Voor het kunstencentrum, dat opent op 28 november, is restauratie iets anders dan loutere dienstverlening aan de museumbezoeker.

“De horeca wordt heel belangrijk”, legt woordvoerder David Salomonowicz uit. “Het is niet alleen een bron van inkomsten, maar ook een substantieel onderdeel van het hele project. Kanal is een verlengstuk van de stad, meer dan alleen een museum. Mensen kunnen gewoon iets komen eten. Daarom zullen we proberen om ook een identiteit te creëren met onze restaurants.”

Liefst vijf eetgelegenheden zijn in de maak in de voormalige Citroëngarage aan IJzer. Beneden in de centrale hal komt de bakkerij. Aan de Akenkaai wordt bar-­brasserie Carrosserie ingericht. Op de vijfde verdieping krijgt het gastronomische vegetarische restaurant Jeanne uitzicht op de voormalige showroom, en helemaal boven kan er gegeten worden in de rooftopbar. Ten slotte is er nog een verplaatsbare eetkiosk die her en der kan worden ingezet.

“Voor elk wat wils”, zegt Salomonowicz. “Je zult hier kunnen binnenlopen voor een stokbrood of een koffie, maar je kunt ook chic eten.”

BRZ 20250521 1936 Kanal Goldstein 30

Bart Dewaele

| De rooftop bar (hier in aanbouw) wordt een van de vijf eetplekken van Kanal.

Ook het exploitatiemodel is vernieuwend: geen klassieke concessies, maar alles in eigen beheer. Hiervoor richtte de Stichting Kanal een vennootschap op: het Agentschap Kanal Food & Beverage. Dat zal het benodigde personeel – naar schatting minstens tachtig man – in dienst nemen en huurgeld, onkosten en een deel van de opbrengst overmaken aan de Stichting.

“Door alles in eigen beheer te doen, lukt het hopelijk om de kwaliteit van het aanbod beter te kunnen bewaken, zodat hier straks niet iemand hamburgers staat te verkopen”, zegt Agathe Plumereau, hoofd van het agentschap. “Er moet in dezelfde geest gewerkt worden als in het museum en de restaurants moeten een coherent geheel vormen.

Daarom zal alles aangestuurd worden vanuit één centrale keuken. De chefs zullen moeten samenwerken en samen nadenken over zaken als duurzaamheid en welzijn op het werk.” Ook dat laatste is belangrijk voor de organisatie. “Iedereen krijgt een deftig contract.”

Kanal moet het nog waarmaken, maar de bedoeling is duidelijk. Zoals Plumereau het uitdrukt: de restauratie mag niet onderdoen voor het museum. An ace caff with quite a nice museum attached, de oude slogan van het Victoria & Albert Museum kan misschien nog van pas komen.