L'Archiduc is goed bekend bij Vlamingen en expats voor optredens, livepiano, poëzie en dj-sets, en dat is het resultaat van honderd jaar aan stadsgeschiedenis. Dat vertelt journalist Johan Ral in een lijvig geïllustreerd boek.
Honderd jaar L'Archiduc: van privéclub tot cultureel icoon
“We weten dat David Bowie in L'Archiduc is geweest omdat Arno dat heeft vermeld, maar wie kan dat bewijzen? Jean-Louis (de huidige uitbater, red.) heeft het zelf niet gezien.” Muziekjournalist Johan Ral kent deze en andere anekdotes over café L'Archiduc als geen ander. De oudgediende van onder meer Knack en de openbare omroep schreef al een boek over de Ancienne Belgique, nu is L'Archiduc aan de beurt. Tegenwoordig een populaire uitgaansplek voor jonge expats, schrijft hij, maar net zo bekend bij Vlaamse Brusselaars die er vanaf de jaren 1980 onder anderen Arno en Marc Didden konden treffen.
Nog altijd blijft L'Archiduc, met een piano van wel zeventig jaar oud, populair om 's middags te keuvelen of tot de vroege uurtjes te blijven dansen. Ral leidt ons in ruim 200 pagina's langs minder bekende verhalen. Van de horlogewinkel die ooit in het pand huisde tot de privéclub die er in 1943 zijn intrek neemt. Terwijl alcoholverkoop onder de Wet-Vandervelde in die tijd strikt beteugeld was, zochten de leden van Les Amis de l'Art Décoratif een plek om cognac en sigaren te proeven achter de gesloten deuren in de stad.
“Dat een café sinds 1943 in dezelfde vorm bestaat, is echt uniek.”
Journalist en schrijver
“Die vrienden hebben zich in 1943 in L'Archiduc gevestigd, maar hun club bestond al sinds 1925”, vertelt Ral. “Een typische businessclub waar je niet zomaar in kwam. Dat voedt natuurlijk roddels over geheime afspraken en clandestiene affaires.”
Het huidige decor van L'Archiduc is nog altijd dat van de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw: de inkom, iconische stoelen en zetels, de massieve ronde bar, de diepe nissen, de mezzanine. “Er zijn nog beschermde plaatsen in Brussel, maar dat een café op deze manier al sinds 1943 in dezelfde vorm en sinds 1985 met dezelfde functie bestaat, is wel uniek”, zegt Ral.
Jazz en oorlog
In de jaren 1940, midden in de Tweede Wereldoorlog hadden Les Amis de l'Art Décoratif Alice Praxel – in de volksmond bekend als 'Madame Alice' van het café aan de overkant van de Dansaertstraat – in de arm genomen als uitbaatster. Na haar overlijden in 1951 deed jazzmuzikant Constant Brenders, met artiestennaam Stan, zijn intrede. Hij speelde al eens piano aan de overkant van de straat en nam L'Archiduc over in 1953, samen met zijn vrouw: nog steeds als privéclub, maar dan voor jazzliefhebbers. Clémence Jacqueline Cambien, voor de vrienden bekend als 'Boule' zal de zaak tot 1985 runnen, na het overlijden van Stan.
©
RV
| Stan Brenders met zijn orkest.
Alleen had diezelfde Brenders tijdens de oorlogsjaren voor de Belgische radio gewerkt, die toen gecontroleerd werd door de bezetter. “Hij is inderdaad blijven optreden met zijn orkest, zowel live – hij was zeer populair – als op de openbare radio”, zegt Ral. “Naar eigen zeggen vooral om zijn muzikanten te behoeden voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Ik denk persoonlijk niet dat Stan Brenders een collaborateur was, in de politieke zin van het woord. Hij is wel na de oorlog geviseerd en te hard gestraft voor het voortzetten van zijn werk als orkestleider. Dat zie je overal: in tijden van bezetting blijft het uitgaansleven nu eenmaal doorgaan.”
En dat uitgaansleven kreeg vooral een boost na de oorlog, in de jaren 1950. Brenders nam L'Archiduc over op het moment dat de theaters en bioscopen van De Brouckère tot Rogier floreerden. “Je vond daar toen ook restaurants en cafés waar artiesten tot laat uitgingen. Daar is L'Archiduc er eentje van”, zegt de journalist. Onder meer Nat King Cole speelde in die tijd al eens op de iconische piano in L'Archiduc, net als talloze collega-muzikanten van Brenders.
Tot vandaag trekt het café een publiek van artiesten aan: soms omdat zij later op de avond in het stadscentrum moeten optreden, soms omdat ze er na hun concert nog een glas komen drinken. Zo komen we weer bij de anekdote van David Bowie uit. Maar behalve de internationale namen is er een opvallend Vlaams publiek. In de late jaren 1970 werd de toen piepjonge Johan Verminnen in L'Archiduc geïntroduceerd. Later groeide in het café een Vlaamse vriendenkring rond Arno, theatermakers Josse De Pauw en Jan Decorte, en filmmakers Dominique Deruddere en Marc Didden. De zogenoemde Arno-bende werd door Vlamingen geassocieerd met het café.
De magie van Jean-Louis
“Ik heb tijdens mijn zoektocht veel meer ontdekt dan ik ooit had gedacht”, zegt Ral, die het levenspad van al die figuren aanstipt in zijn boek. De anekdotes gaan zo van jazzoptredens in de jaren vijftig tot de rol van de piano of andere kunstvormen vandaag. Ook Jacqueline, de weduwe van Stan Brenders, krijgt een eigen hoofdstuk omdat ze het café nog zestien jaar lang in haar eentje uitbaatte na zijn dood. Zij was in de oorlog trouwens met een Duitser getrouwd leren we, en stond bij de klanten bekend als een wat stiller figuur. Het is Jacqueline die het café in 1985 verkocht aan de huidige uitbaters, Jean-Louis Hennart en zijn echtgenote Nathalie Dufour, die het nadien openstelden voor het brede publiek.
“Waarom voelde Arno zich zo thuis in L'Archiduc en waarom blijft Luc Tuymans met zoveel respect spreken over Jean-Louis? Dat komt allemaal door diezelfde vrijgevigheid en de banden die er zijn geschapen.”
Muziekjournalist en schrijver
“Ik heb ervoor gekozen om de geschiedenis in al haar dimensies tot haar recht te laten komen, van de schilders die in L'Archiduc kwamen schilderen tot de schrijvers die er kwamen schrijven”, zegt Ral over zijn brede vertelling. L'Archiduc is namelijk nooit een jazzcafé geweest, ook nu nog niet. Het is een bar, een café waar geregeld optredens worden georganiseerd.”
Zo kom je tot een waaier aan verhalen, die je bij cafébaas Jean-Louis Hennart niet altijd in een eerste gesprek ontdekt, vertelt Ral. “Hij is in al zijn vrijgevigheid heel bescheiden en vindt dat het café van zijn gasten is, maar eigenlijk is hij een avonturier die voortdurend bruggen slaat.” Hennart reisde in de jaren 1980 al naar Azië en organiseerde eigenhandig een tentoonstelling met werk van Albert Pepermans – nu een gerenommeerd schilder in ons land.
“Waarom voelde Arno zich zo thuis in L'Archiduc en waarom blijft Luc Tuymans met zoveel respect spreken over Jean-Louis? Dat komt allemaal door diezelfde vrijgevigheid en de banden die er door Jean-Louis en Nathalie zijn geschapen”, zegt Johan Ral. “Als we L'Archiduc een magische en bijzondere plek noemen, dan hebben we het meestal over de architectuur, de piano en de artiesten die er zijn geweest. Maar het echte DNA zit hem in wie de zaak allemaal heeft beheerd en geleid. Dat Jean-Louis en Nathalie de toestemming kregen van Jacqueline om het café over te nemen, komt omdat zij net in hén vertrouwen voelde. Jean-Louis was al in de jaren 1970 geëngageerd in een politiek theatergezelschap. Hij is dat engagement altijd blijven uitdragen.”
Vandaag is Jean-Louis 72, maar staat hij nog altijd in de zaak. “Op dit moment zie ik geen reden om ermee te stoppen”, vertelt hij daar zelf over in het boek. Zijn café is wel veranderd sinds de beginjaren, zegt Ral. “Na een verfransing in de jaren 1990, ironisch genoeg via de Franse en Franstalige vrienden van Arno, zien we nu een jong, hoog opgeleid internationaal publiek en zijn er vaker dj-sets.”
Toch ziet Ral in L'Archiduc een houvast en continuïteit. “In onzekere tijden als vandaag hebben mensen dat nodig. Waardevol patrimonium, dat mooi is in de eenvoudige definitie van het woord, dat kan aanspreken en waar je inspiratie vindt, dat is zoals op reis gaan in de tijd, een tijdloos, oud gebouw bezoeken. Ik denk dat de fascinatie voor erfgoed in de stad dan ook niet meer is dan dat: het biedt houvast.”
L'Archiduc Forever, Johan Ral, uitgeverij Luster, 40 euro
Lees meer over: Brussel-Stad , Cultuurnieuws , L'Archiduc , Johan Ral , beschermd erfgoed , Art Deco
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.