Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Emiel Viellefont

Interview

Joke van Leeuwen schrijft boek over haar jeugd in Brussel: 'Spannender dan een dorp'

Michiel Leen
© BRUZZ
27/02/2026

Met haar nieuwe boek Plooi u in tweeën neemt schrijfster, dichteres en illustratrice Joke Van Leeuwen de lezer mee naar haar jeugdjaren in het Brussel van de jaren zestig. “Veel Vlamingen lijken een afkeer te hebben van Brussel, maar lijken de stad ook niet zo goed te kennen.”

Ternauwernood dertien is Joke van Leeuwen wanneer ze, in 1966, met haar ouders, broers en zussen vanuit een klein Nederlands dorp in Gelderland naar Brussel verhuist, waar haar vader aan het werk gaat als protestants theoloog. Van Leeuwen behoort zo in één klap tot drie minderheden: Nederlander in België, Nederlandstalige in Brussel en protestant in een nog grotendeels katholiek land.

“Dat was een grote cultuurschok”, zegt ze naar aanleiding van Plooi u in tweeën, haar jongste boek over specifiek die periode. “Nederland en België zijn dan wel buurlandjes, maar elk heeft zijn eigenheid. Brussel was toen nog erg dominant Franstalig. Mijn hele klas was tweetalig, maar ik kwam niet veel verder dan 'papa fume une pipe'.”

“Het is goed voor je schrijverschap om dat op die gevoelige leeftijd mee te maken. Je gaat inzien dat vanzelfsprekendheden niet vanzelfsprekend zijn. Je ontdekt dat er andere perspectieven bestaan. De geschiedenis van 1830 wordt aan de andere kant van de grens bijvoorbeeld heel anders verteld. Op het moment zelf vind je zoiets verwarrend, maar eigenlijk vind ik dat heel gezond.”

Vond u uw draai in Brussel?

Joke Van Leeuwen: Het was leren om daarmee om te gaan, maar ik vond wel mijn draai. De stad was toen ook al een mengelmoes van mensen. En het was spannender om in een grote stad te wonen dan in een dorp.

Wat voor een stad was Brussel in 1966, toen u er arriveerde?

Van Leeuwen: Brussel werd gedomineerd door het FDF (de voorloper van het huidige Défi, red.). Ik herinner me de affiches met Gotische letters waarmee ze de Vlamingen als collaborateurs bestempelden. Er was weinig interesse in de Nederlandse taal, wat je merkte aan al die totaal verkeerd vertaalde opschriften in etalages. De taalgrens was nog maar net vastgelegd, Brussel was officieel tweetalig, maar de Franstaligen wilden dat niet echt accepteren. Ze riepen in verkeerd vertaald Frans: “Keer naar uw dorp.”

Wat maakte u zelf mee van die taalstrijd als Nederlander?

Van Leeuwen: Ik moest vooral snel mijn Frans bijwerken. In winkels stuitte je weleens op personeelsleden die niet de moeite deden om je in het Nederlands te bedienen. Het gebeurde dat ik tijdens het winkelen naar huis moest en in het woordenboek het juiste Franse woord moest opzoeken omdat ze me anders niet begrepen. (Lacht) En ik heb heel veel gezwegen tijdens de Franse les, maar ik spreek nu wel beter Frans dan menig Nederlander.

"Ik heb veel gezwegen tijdens de Franse les, maar ik spreek nu wel beter Frans dan menig Nederlander"

Viel er wat te beleven in Brussel? Was het een levendige stad om jong in te zijn in de sixties?

Van Leeuwen: Ik vond van wel. Als we met het hele gezin een zeldzame keer uit eten gingen, kwamen we bijvoorbeeld naar een choucroute-restaurant. Daar kun je dan zuurkool eten op twintig of dertig verschillende manieren. In de Marollen had je La Grande Porte, bekend om zijn uiensoep, met op de achtergrond klassieke muziek. 's Zondags naar de kerk en daarna soms naar Roy d'Espagne op de Grote Markt. Dat was als gezin even van de grote stad proeven. Ik hield ook van de natuur in de omgeving: het heuvellandschap tussen Brussel en Leuven, het Zoniënwoud.

Je kon rondlopen en dingen ontdekken, bijvoorbeeld het designcenter in de Ravensteingalerij. Er waren jeugdclubs en cafés, ik heb prachtige jazzconcerten gezien in de Botanique, of een onvergetelijk muziekfeest met een groep Congolezen – die heetten toen Zaïrezen – waar mijn vriend en ik de enige blanken waren. Dat was een groot verschil met een dorp.

Had u in de jaren zestig niet liever in het woelige Amsterdam gezeten?

Van Leeuwen: Integendeel. Na mijn Brusselse middelbare schooljaren ben ik weleens een kijkje gaan nemen in de Amsterdamse kunstacademie. Daar moest ik toch merken dat ik geen échte Hollander meer was. Het was er te lawaaiig naar mijn zin. Ik was zo beïnvloed door mijn Brusselse jaren dat ik niet meer zo nodig terug hoefde naar Nederland.
Ik hield ook van bepaalde Brusselse parken die de 19e-eeuwse sfeer nog hadden, oude huizen en muren langszij, alles nog niet zo gladgetrokken.

Op dat moment is de 'verbrusseling' al bezig. U wijdt er zelfs een hoofdstuk aan in het boek.

Van Leeuwen: Een hele samenleving, een hele levendige wijk is weggevaagd om plaats te maken voor die waanzinnige plannen voor een Brussels Manhattan, dat later decennialang braak bleef liggen. De zone lag erbij als een oorlogsgebied. Er moesten autowegen komen, dwars door de stad, die Brussel zouden verbinden met Scandinavië en Spanje, en van de kust naar Oost-Europa. De voetgangers moesten over loopbruggen boven de autowegen wandelen. De auto was wel héél dominant in de jaren zestig.

Opvallend: met Koninginnedag liepen sommige Nederlandse scholieren met een oranje lint op hun kleding. In Nederland, zo schrijft u, zouden ze dat niet in hun hoofd hebben gehaald.

Van Leeuwen: Dergelijke omkeringen vond ik belangrijk om in beeld te brengen. Een lerares heeft me weleens toegesnauwd dat ik maar terug moest naar mijn eigen land, omdat ik mijn huiswerk verkeerd begrepen had. In Nederland vind je vandaag heel wat mensen die vinden dat anderen maar eens terug moeten naar hun eigen land, maar wat zou er gebeuren als het tegen henzelf gezegd wordt?

Die oranje linten zijn zo'n voorbeeld. Je hebt je maar aan te passen, zeggen vooral mensen die nooit zelf ervaren hebben wat het is om in een andere cultuur terecht te komen, of om twee culturen in zichzelf te moeten verenigen. Die Nederlandse jongeren in België wilden toch hun eigenheid benadrukken te midden van de Belgen, terwijl ze in Nederland zo'n lintje gênant zouden hebben gevonden. Mijn zus en ik deden er niet aan mee.

Joke van Leeuwen

Emiel Viellefont

| Joke Van Leeuwen: "Ik wilde niet alleen mijn verhaal vertellen, maar ook de geschiedenis van de stad."

Voelde u zichzelf langzaam ver-Belgen?

Van Leeuwen: Dat groeit, ja, dat voel je. Sommige dingen waren in België gewoon beter geregeld. Er waren al veel meer vrouwen aan het werken, bijvoorbeeld. In Nederland werken nog altijd veel meer vrouwen halftijds in vergelijking met België. Je ontdekt de verschillen en de overeenkomsten, de mooie woorden en uitdrukkingen die in Nederland niet gebruikt worden. Als ik een prijs win, zeg ik: “Ik ben fier als een gieter”, en niet “trots als een pauw”.

Een Belgische nummerplaat op de auto was dan weer voldoende om bij een uitstapje naar Nederland uitgelachen te worden.

Van Leeuwen: Ze konden natuurlijk niet zien dat er Nederlanders in die auto zaten. (Lacht) Het was een plaag, hoor. De Belgenmoppen, en als reactie daarop de Hollandermoppen, dat was te veel. Grappig vond ik het niet.

Wat stak het meest: Belgenmoppen opgedist krijgen, of Hollandermoppen?

Van Leeuwen: Het feit dát het gebeurde, en het gevoel van tussen twee vuren te staan. Klasgenootjes die Hollandermoppen vertelden, en die dan een beetje gegeneerd stonden te gniffelen want ja, ik was er ook een.

Merkte u veel van de demografische verandering in de stad?

Van Leeuwen: Dat was volop aan de gang. Dat je op de tram om je heen keek en, puur afgaand op het uiterlijk, zou kunnen denken “Ik ben hier de enige Belg”. En dat was ik ook al niet. Brussel was toen al een echte mengelmoes. Ik voel me vaker thuis in een gelijkaardige omgeving waar allerlei verschillende mensen door elkaar wonen, dan in een omgeving waar iedereen op elkaar lijkt.

U ontdekt al opgroeiend ook dat u zelf niet in een vakje zult passen: niet op persoonlijk vlak, niet in de liefde, niet qua bezigheid en carrière. Dan lijkt het België van die jaren niet de meest evidente plek om zo buiten de hokjes te gaan denken.

Van Leeuwen: Mijn eigen stijl, ook in de manier waarop ik kinderboeken schrijf, heeft te maken met die Brusselse ervaring van niet mee te gaan in vanzelfsprekendheden, maar ze altijd een keertje om te draaien. Ik vind het nog altijd een compliment wanneer volwassenen die als kind mijn kinderboeken lazen me zeggen dat mijn werk hun manier van kijken heeft beïnvloed. Ik heb anders leren denken en kijken, dankzij Brussel.

Maar u bent er niet gebleven.

Van Leeuwen: Met mijn gezin heb ik in Elewijt gewoond en later een tijd in Nederland. Na mijn scheiding was Antwerpen praktischer omdat ik zowel in Nederland als in België werk. In Antwerpen was de lijn naar de stad ook minder complex dan in het intussen erg gecompliceerde Brussel. Antwerpen heeft mij geadopteerd en ik de stad – onder meer als stadsdichter. Maar ik ken nog steeds de weg in Brussel en ik kom er nog vaak. Voor tentoonstellingen, om met kinderen te spreken en ze te enthousias­meren voor boeken en lezen via de workshops van Tada. Dat zijn momenten waarop je weer even snuffelt aan de stad, aan haar uitdagingen en problemen, maar ook aan haar verrassende vindingrijke kracht.

Is er heimwee als u op bepaalde plekken komt?

Van Leeuwen: Ik heb op te veel verschillende plekken in de stad gewoond om heimwee te hebben. Ik voel wel sterk: dit is de stad geweest van mijn vormingsjaren, van mijn jongvolwassenheid. Op die manier voel ik me er ook thuis.

Wat is in uw ogen de grootste verandering ten opzichte van toen?

Van Leeuwen: Daar kan ik moeilijk op antwoorden omdat ik maar zo incidenteel in Brussel kom. Ik heb een scherpere kijk op het toenmalige Brussel dan op dat van vandaag. Het lijkt me maar griezelig om veel commentaar te geven.

"Ik heb anders leren denken en kijken dankzij Brussel"

Hebt u de Brusselse formatie gevolgd?

Van Leeuwen: Dat het zo lang heeft geduurd en dan plots, in een paar dagen en nachten onderhandelen, werd opgelost, vind ik problematisch. Maar dergelijke dynamieken zie je ook bij landelijke verkiezingen in Nederland: er wordt te veel gedacht in blokkades, in veto's, eerder dan in wegen naar samenwerking.

Wat vindt u zelf van de manier waarop de Belgen naar hun hoofdstad kijken?

Van Leeuwen: Veel Vlamingen lijken een afkeer te hebben van Brussel, maar lijken de stad ook niet zo goed te kennen. Brussel moet je leren kennen, je moet leren waarderen dat het zo'n gevarieerde stad is. Er is vandaag niet meer één dominante cultuur, zoals de Franstalige dat in mijn jeugd nog wel was. Mensen uit het buitenland vertellen me dat ze dat wel prettig vinden: er is niet één manier van doen waar iedereen zich aan moet aanpassen.

Er hebben wel meer Nederlanders in Brussel gewoond en daarover geschreven: Jeroen Brouwers, Willem Frederik Hermans, Jan Greshoff. Speelt dat mee als u zelf over Brussel gaat schrijven?

Van Leeuwen: Nee, want zij kwamen meestal als volwassenen naar Brussel, voor het werk of voor de liefde. Dat is een heel ander gegeven dan een kind dat nog groeit en gevormd wordt in het onderwijs van het land.
Ik wilde niet alleen mijn verhaal vertellen, maar ook de geschiedenis van de stad en het land erbij betrekken. Dan wijd ik even uit over de Brabantse geschiedenis van Brussel, het verhaal van de onafhankelijkheid … Ik heb mezelf als kapstok genomen om al die jassen aan op te hangen. Af en toe hoort er een woordje uitleg bij. In de twee richtingen, trouwens. Als Nederbelg ben je toch het bruggetje tussen de twee culturen.

Was u niet bang om op de clichés te blijven hangen?

Van Leeuwen: Ik heb niet de indruk dat ik dat gedaan heb. Ik denk dat ik er net erg alert op ben om ze te vermijden, omdat ik uit ervaring wéét hoe men clichés op jou wilt plakken, of hoe men ze gebruikt om Brussel af te serveren.
Daarom vond ik de respons van de Brusselaars zo geweldig toen Donald Trump de stad een hellhole noemde. Meteen hoorde je in Brussel mensen zeggen: “Welcome to the hellhole.” Die humor, een vleug Brusselse zwanze, dat is de enige juiste reactie op dergelijke waanzin.

Plooi u in tweeën, Een memoir , Joke van Leeuwen, Uitgeverij Querido, 216 blz., 21,99 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Literatuur , Joke Van Leeuwen