Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260415 1975 Gyselinck Lander & Femke

RobbrechtDesmet

| Lander en Femke Gyselinck zoeken in 'Figures of speech' de spanning tussen controle en improvisatie.

Interview

Lander en Femke Gyselinck treden samen op: 'Pure herhaling voelt snel dood aan'

Maya Toebat
© BRUZZ
24/04/2026

Acht jaar na Flamer staan broer en zus Lander en Femke Gyselinck opnieuw samen op de scène. Met Figures of speech verruilen ze het duet voor een groep van elf performers, en zoeken ze de spanning op tussen controle en improvisatie, ritme en beweging.

Tijdens het videobellen wandelt Lander Gyselinck door Oostende, terwijl zus Femke Gyselinck zich voorbereidt in een hotelkamer in Brugge. In Concertgebouw Brugge gaat diezelfde avond Figures of speech in première. Het is hun eerste gezamenlijke voorstelling sinds Flamer (2018), een intuïtief duet waarin de rollen toen omgedraaid waren: Femke aan de drums, Lander dansend. Dat groeit nu uit tot een grootschalige ontmoeting tussen dans en muziek, waarin ze opnieuw in hun eigen discipline werken, samen met negen performers.

De samenwerking vertrok met een duidelijk doel voor ogen. “Het is niet zo dat we gewoon nog eens iets samen wilden doen en wel zouden zien wat en hoe”, lacht Lander. “Zo zijn we niet. Dat is voor mij ook niet de juiste manier om te werken. Je moet vertrekken vanuit een concept.” Dat groeide de voorbije jaren. Tijdens zijn doctoraat aan KASK & Conservatorium Gent onderzocht Lander hoe hij met akoestische drums de taal van clubmuziek kan vertalen. Dat resulteerde onder meer in twee albums met zijn soloproject Hihats In Trees. “Tijdens mijn doctoraatsverdediging vroeg Femke of ik dat studioproject niet live wilde brengen”, vertelt hij. “Ergens is toen al het idee ontstaan om er beweging aan toe te voegen.”

Zo groeide langzaam het concept van Figures of speech, dat volledig vanuit ritme is opgebouwd. Geluid en stilte, herhaling en variatie: het zijn patronen die niet alleen muziek dragen, maar ook beweging mogelijk maken. Voor Femke was dat geen evident uitgangspunt. “Het heeft jaren geduurd voor we effectief beslist hebben om dit te maken”, zegt ze. “Ik heb ooit tegen Lander gezegd: 'Beats, ritme, herhaling – daar krijg ik geen inspiratie van.' Ik had net een project gedaan met iemand die met beats werkte en dat voelde voor mij afgesloten.” Lander denkt na. “Femkes sterkte als choreograaf ligt in het werken met melodie”, zegt hij. “Zij kan die heel direct vertalen naar beweging. Ritme is abstracter, maar in wezen is het ook een melodie – alleen moet je die zelf meer opsporen. Het is niet zoals bij een piano, waar je met toonhoogtes werkt. Bij drums gaat het sneller, repetitiever, volgens andere regels.”

Voor Figures of speech componeerde Lander volledig nieuwe muziek. “Ik wilde eerst de muziek van Hihats In Trees herdenken voor een ensemble van percussionisten en drummers”, vertelt hij. “Maar toen kwam het idee om er dans bij te betrekken en heb ik beslist om nieuw materiaal te schrijven. Ik vertrok vanuit de vraag: wat gebeurt er als je vier drummers samenbrengt?” Met drie andere drummers speelde hij vorig jaar al enkele concerten. Uit die muziek selecteerde Femke stukken voor deze voorstelling. “Sowieso vertrek ik voor mijn choreografieën altijd van muziek”, zegt ze. “Ik heb Landers muziek obsessief beluisterd en proberen te ontcijferen.”

Lander, jij deed een doctoraat, maar ook Femke zat niet stil. Hoe zijn jullie de afgelopen jaren als makers veranderd?

Lander Gyselinck: Ik heb in een korte periode veel verschillende dingen gemaakt. Vroeger was ik in de eerste plaats een jazzdrummer die startte vanuit de klassieke drumkit, maar ik voelde al langer de ambitie om breder te gaan. Mijn doctoraat heeft daar zeker een rol in gespeeld, vooral door als muzikant echt onderzoek te doen naar je instrument. En de vraag: hoe kan je club­muziek aanleren op een drumstel? Dat heeft mijn visie en de manier waarop ik creëer sterk veranderd.

Femke Gyselinck: Voor mij is het verschil met Flamer heel groot. Lander was sinds zijn afstuderen al bezig met zijn eigen stem als auteur te ontwikkelen. Ik zat toen nog in een andere positie: ik freelancete op verschillende plekken en had een vast contract bij Anne Teresa De Keersmaeker, maar ik zag mezelf niet als choreograaf. Flamer was in die zin een kantelpunt. Het gaf me zin om zelf werk te maken. Dat was wel spannend: ik was pas moeder en ben vrij snel uit een vaste job gestapt om te beginnen als freelancer. Ondertussen ben ik ook coartistiek leider van dansorganisatie GRIP. En met Figures of speech leid ik voor het eerst zo'n grote groep dansers. Dat is weer een andere verantwoordelijkheid. Het voelt als een logisch vervolg.

Is Figures of speech een voortzetting van dat eerste duet of is het eerder een breuk?

Femke: Flamer was ontstaan omdat we samen iets wilden proberen, niet als een voorstelling die we echt moesten verkopen.

Lander: Het kwam tot stand in zo'n korte tijd, binnen een week. En er was onvermijdelijk de broer-zusrelatie omdat je samen op een podium staat, of je dat nu wil of niet. Bij deze voorstelling komen we daar meer los van omdat we met een grotere groep werken.

Femke: We hadden met Figures of speech een try-out in De Brakke Grond in Amsterdam. De eerste avond hebben we een duet van ons in de voorstelling gebracht, maar we hebben besloten om dat te laten vallen. Het is niet de kaart die we willen trekken.

BRZ 20260415 1975 Gyselinck

RobbrechtDesmet

| Femke Gyselinck: "Ik heb Landers muziek obsessief beluisterd en proberen te ontcijferen"

Jullie gaan van een intiem duet naar elf performers. Waarom vroeg deze voorstelling om die schaal?

Lander: Voor de muziek was dat het vertrekpunt. Als je gelaagdheid in ritmes wil creëren, heb je meerdere muzikanten nodig. Eerst dacht ik aan drie drummers, maar vier voelde beter. Ik heb de muzikanten meer gekozen op basis van hun persoonlijkheid, dan puur op hun technische skills. Ik wilde hen eerst ontmoeten en voelen of er een klik was. Met Wouter Van Asselbergh werkte ik al samen aan de opnames van Hihats In Trees. Mien Heyvaert en Hui-Chi Li spelen allebei ook melodische instrumenten – marimba en vibrafoon – wat ik nodig had. En ze zijn allemaal heel leergierig, wat voor mij het allerbelangrijkste is.

Femke: Doordat drums zo'n impact hebben, wist ik dat we met meer dansers moesten zijn. Mijn bewegingstaal is namelijk erg klein, met details en subtiele verschuivingen. Zes dansers zou te veel symmetrie opleveren en daar hou ik niet zo van. Dus zijn we met zeven, met mij erbij. Daarnaast werk ik bewust met verschillende types dansers: mensen met wie ik afstudeerde aan P.A.R.T.S., maar ook nieuwe, jonge stemmen. En bijvoorbeeld iemand die heel expressief danst tegenover iemand die meer lyrisch beweegt. We zijn een supervoetbalelftal. Dat merk je ook in de pauzes.

Hoe verandert de samenwerking tussen jullie wanneer er andere stemmen bijkomen?

Lander: De broer-zusdialoog blijft en die is fascinerend voor anderen om te zien. De andere performers zijn soms voorzichtig om tussen ons te komen, omdat onze communicatie heel direct is.

Femke: Een groep leiden verandert mijn houding wel. Als ik alleen met Lander werk, maak ik meer grapjes. Nu voel ik meer verantwoordelijkheid om ieders tijd goed te benutten. De dansers hebben mijn mopjes ook minder snel door dan Lander, dus ik edit mezelf wat in de groep. Ik ben iets serieuzer, terwijl ik tussendoor tegen Lander nog weleens iets kan mompelen. Tegelijk kan ik artistiek heel koppig zijn, net door met Lander samen te werken. Omdat hij mijn broer is, durf ik sneller te zeggen dat ik niet akkoord ga, want er is veel vertrouwen. Met anderen ben ik voorzichtiger en laat ik meer ruimte. Dat vind ik interessant om op te merken.

Wat ligt vast en wat ontstaat elke avond opnieuw?

Lander: De muziek is volledig uitgeschreven, maar ik kom uit een jazzachtergrond, dus ik zoek graag de marge op. Pure herhaling voelt snel dood aan. Je kunt al spanning creëren, bijvoorbeeld door met volume te spelen. Verder is deze muziek echt moeilijk, vind ik zelf. We're on a tightrope. Maar dat is ook een fundament: dat het risicovol genoeg is en je niet te veel op je gemak bent, maar dat dingen wel nog kunnen bewegen.

Femke: Lander en ik delen een liefde voor improvisatie. Maar net die staat hier onder druk. Hihats In Trees is een studioproject. Als Lander dat live wil brengen met meerdere drummers, moet hij zichzelf ontdubbelen en de muziek repliceren. In jazz is dat bijna een taboe, dat je tegen iemand zegt: “Speel dit exact zoals ik.” Net dat spanningsveld vind ik interessant. Als iets oncomfortabel voelt, is er een uitdaging. In de dans is er wat meer ruimte. Bijvoorbeeld in de drumcanon, waar de muzikanten heel strak moeten spelen, zit er binnen de beweging juist meer vrijheid en zelfs improvisatie. Het interesseert mij minder dat een beweging exact op de juiste tel gebeurt. Dat maakt het spannend.

De titel Figures of speech verwijst naar beeldspraak. Hoe vertalen jullie dat naar beweging en klank?

Femke: Ik wilde een titel die het onderscheid tussen muzikanten en dansers wegneemt. We zijn allemaal figures. Ik heb lang met dat woord gespeeld om de groep te verbinden. Bij dans wordt er ook vaak gevraagd: “Waar gaat dit over?” Er is een sterke drang om het in taal te vatten. Bij muziek wordt dat minder verwacht, de titel is een knipoog daarnaar.

Lander: De paradox is dat we dat soms net wél heel letterlijk vertaalden. Dat een structuur of woord op de partituur vrij direct wordt omgezet in beweging.