Marc Didden en Dominique Deruddere gaven in de jaren 1980 Brussel een gezicht in de cinema en daarbuiten. De eerste bleef er altijd wonen, de tweede is na een vrijwillige ballingschap in LA en Oostende terug. Voor tien jaar BRUZZ kijken de Statler en Waldorf van de Zenne met scherpe blik naar de stad, toen en vandaag.
©
Heleen Rodiers
Lees ook: Ras El Hanout bouwt aan de toekomst
Op het hoekterras van Au Laboureur, waar de Vlaamsesteenweg en de Léon Lepagestraat elkaar een tong draaien, sluit Brussel de wereld in de armen. Toch op een vrijdag in de paasvakantie, wanneer het er een va-et-vient is van zelfbewuste hipperds, achteloze slenteraars en haveloze inwijkelingen op zoek naar een nieuw doel. Grijsaards laten de pietjesbak knallen, de radio spuwt oude eightieshits door de openstaande ramen en deuren, Jan Decorte en Sigrid Vinks komen er hun dagelijkse dorst lessen.
Aan de overkant lacht Giulia Trattoria ons toe, geen Italiaanse schoonheid maar het restaurant waar Brad Pitt onlangs een glutenvrije pizza kwam eten die zo lekker was dat hij de restjes meegriste in een doggybag. Om maar te zeggen: Brussel en Hollywood zijn slechts een kasseisteen dan wel een pizzakorst van elkaar verwijderd.
Wat verder in de Vlaamsesteenweg houdt Marc Didden het schouwspel in de gaten van op de luifel van de voormalige wijkcinema Tabora, waar nu het fietsatelier CyCLO de wielen doet draaien. Niet hijzelf, wel het beeld dat kunstenaar Senne Dehandschutter van hem maakte voor zijn reeks Lichtzoekers. “In het echt ben ik veel schoner”, grijnst de 76-jarige schrijver en filmmaker wanneer hij zijn stoel bijschuift. Dominique Deruddere, op zijn 68e nog altijd zijn scherpe zelf, lacht zijn oude kompaan toe, terwijl hij ons vervoegt voor een gesprek over tien jaar BRUZZ en tien jaar, nee, veel meer jaren, broederschap in Brussel. “Laat de champagne maar aanrukken!” grijnst Didden. Het worden twee koffies en een water.
De twee stadsgenoten gaan ver terug, helemaal tot in Limburg zelfs. Didden kwam bij de Derudderes over de vloer in Leopoldsburg, toen hij er als jong Brussels ketje de gezonde boslucht ging opsnuiven. “Ik was bevriend met zijn oudere broers en verliefd op zijn oudere zus. Dominique en ik verschillen acht jaar. Toen hij één was, heeft hij een keer op mij gepist. We keken naar Bonanza en hij zat op mijn schoot. Toen voelde ik plots nattigheid, 'Gij vettige klootzak', dacht ik, maar ik durfde niets te zeggen.”
Jaren later liepen ze elkaar weer tegen het lijf in het slijk van Jazz Bilzen, toen Deruddere op een diefje Lou Reed kwam fotograferen voor het muziekblad Riff. Didden troonde Deruddere daarna mee als beeldenschieter op een hallucinante trip met de Britse band Madness, en hun (artistieke) band was bezegeld. Niet veel later stonden ze samen te filmen. Bij Diddens debuut Brussels by night was Deruddere regieassistent, in zijn film Istanbul speelde Deruddere een van de hoofdrollen. Didden schreef dan weer mee aan de scenario's van Derudderes debuut Crazy love en daarna Hombres complicados.
Die 'hombres complicados', dat waren ook Didden, Deruddere en hun confraters Jan Decorte, Josse De Pauw en Arno, een bende creatievelingen die in het Brussel van de jaren 1980 schoonheid creëerden waar lelijkheid regeerde. Na omzwervingen langs Los Angeles en Oostende is Deruddere weer op kousenvoeten naar zijn eerste liefde geslopen.
©
Heleen Rodiers
| Marc Didden (vooraan) is blij dat zijn kompaan Dominique Deruddere weer in Brussel is neergestreken: “Wij hebben maar twee woorden nodig om elkaar te begrijpen.”
Ben je definitief terug in Brussel, Dominique?
Dominique Deruddere: Ja. Ondertussen al bijna een jaar. Omdat mijn beide zoons nu ook weer in België wonen, hebben we alles verkocht in LA. Ik ben blij om weer in Brussel te zijn. Na al die jaren in LA viel mij wel op hoe smal de straten hier zijn. “How do you make a U-turn in your city”, vroeg Charles Bukowski altijd. Ik begrijp hem volkomen. (Lacht)
Marc Didden: Deze straat was je leven, Dominique. Je had kunnen blijven. Ik denk dat je ook gelukkig had kunnen zijn in LA, maar ik ben blij dat je terug bent. Wij lopen vandaag elkaars deur niet plat, maar we gaan regelmatig een koffie drinken. We hebben maar twee woorden nodig om elkaar te begrijpen. Ik ben de peter van zijn ene zoon, mijn vrouw is meter van de andere. We werken intussen opnieuw samen, aan een nieuw project dat ik Fiesta noem ...
Deruddere: ... en ik Brainstorm. (Lacht)
Hoe kijken jullie vandaag naar de stad die jullie in de jaren 1980 mee hebben verbeeld?
Didden: Ik zou soms graag in LA wonen, ik heb altijd van die stad gehouden. Ik ben niet het reclamebureau van Brussel waar sommigen mij voor nemen. Niet alles is hier tof. De voorbije jaren waren op gezondheidsvlak niet prettig. Ik ben ziek geworden. Toen ik bijna genezen was, werd mijn vrouw ziek. Ook professioneel waren de afgelopen jaren geen hoogvlieger. Een paar projecten werden afgevoerd en Radioman, de film van Frank Van Passel waar ik ook aan meegewerkt heb, kreeg amper aandacht.
Deruddere: In de jaren 1980 was er meer eenheid tussen Vlamingen en Franstaligen. Zeker in de culturele wereld was er veel meer interactie. Vandaag lijken we elkaar amper nog te kennen.
Didden: Door al die vervelende dingen heb ik een wat afstandelijke blik op het Brussel van nu. Ik zal de stad altijd verdedigen wanneer mensen haar aanvallen, maar op een grijze dag kan ik snel 120 dingen opnoemen waaraan ik mij erger. Ik ben geen flamingant, maar het respect voor het Nederlands gaat er niet op vooruit. En dan die Good Move, voor mij horen auto's in een stad. Ik heb liever auto's dan fietsers. (Grijnst) De meeste fietsers zijn klootzakken. Serieus, ken jij veel auto's die over de stoep rijden? Mijn liefde voor Brussel is diep. Maar ik ben geen kritiekloze burger.
Ik ben niet het reclamebureau van Brussel waar sommigen mij voor nemen. Niet alles is hier tof
“Niets werkt in Brussel, en dat vind ik tegelijk de gesel en de grote charme van die stad”, schreef je al in Een gehucht in een moeras, je boek uit 2013. Die haat-liefde lijkt iedere Brusselaar te delen in een stad waar regeringsvormingen soms meer dan zeshonderd dagen duren.
Didden: Al mijn Amerikaanse vrienden vinden Amsterdam fantastisch, omdat ze Europa associëren met kleine straatjes op oude postkaarten of beschilderde keramieken borden. Ze denken dat het allemaal cute en charming is, maar Amsterdam kan ook een nest zijn. In Londen en New York zijn veel huizen hetzelfde, hier is elk huis anders, dat vind ik geweldig.
Deruddere: LA is een fantastische stad. Maar het is ook a very lonely place. Toen ik er net was, gingen we ergens eten. De serveuse was een bloedmooie vrouw uit New York. Na een tijdje kwam ze bij ons zitten en vertelde ze dat ze terugging. “Waarom?” vroeg ik. “Because I can't get laid in this fucking town”, zei ze. (Lacht) Brussel is veel socialer. Je moet maar je deur uitstappen en je komt iemand tegen. In LA zie je vooral auto's als je buitenkomt.
Je woont in Kuregem, een wijk met een hardnekkig afvalprobleem. Wat zie je daar als je buitenstapt?
Deruddere: Een wasteland. Drugsverslaafden, opengescheurde vuilniszakken. Mensen worden er behandeld als vijfderangsburgers. Precies alsof je niet bestaat. Dankzij Lize Spit en een paar gelijkgezinden is er nu een buurtcomité, waar ik zelf ook deel van ben, dat de boel probeert op te kuisen. Ook Fien Troch kwam onlangs langs gefietst. In twee uur tijd hebben we driehonderd kilogram afval opgeruimd.
Aan de Luchtvaartsquare vlak bij waar ik woon zijn een paar hotels. Als toeristen daar de straat op gaan, geloven ze niet wat ze zien. Hetzelfde ervaart iedereen die van de Eurostar stapt en het Zuidstation verlaat. Als we een stad willen waar we trots op kunnen zijn, moeten we toch beter kunnen doen, zeker op plekken waar je ze binnenkomt.
Bij een terugblik op de voorbije tien jaar kom je onvermijdelijk uit bij de aanslagen van 22 maart 2016. Hoe hebben jullie die beleefd?
Deruddere: Ik was voor een paar dagen hier om een project te verdedigen bij de filmcommissie. Net zoals iedereen was ik totaal van slag. Maar uiteindelijk moest ik weer naar LA. De luchthaven was dicht, dus ging ik via Brussel-Zuid met de trein. Ik dacht dat het daar vol politie zou staan, maar daar was niemand. Er was zelfs niemand om al die verdwaasde reizigers te zeggen waar ze naartoe moesten. Heel bizar.
Didden: Ik zat in Café OR, op de radio werd over de eerste aanslag bericht. De uitbaters werden bang en wilden sluiten. De man met het hoedje liep nog vrij rond. Ik kon hen ook niet beschermen, ik ben maar een broekschijter. Toen kwam die tweede aanslag, in een buurt waar ik vroeger zelf had gewoond. Niet veel later ben ik daar met een taxi gepasseerd. Dat was zeer bevreemdend. Sindsdien ben ik nooit meer in een vliegtuig gestapt.
©
Heleen Rodiers
| Dominique Deruddere woont sinds een jaar in Anderlecht: “Mensen worden er als vijfderangsburgers behandeld.”
Hebben die gebeurtenissen Brussel voorgoed veranderd?
Didden: Of de stad veranderd is weet ik niet. Ik ben veranderd.
Deruddere: Zeg maar gerust: de wereld is veranderd.
Van brassers naar charlatans
De koffies worden vervangen door pintjes en witte wijn. Een stoet bonte punks paradeert voorbij, figuranten voor de nieuwe film met Brad Pitt, waarvoor een scène wordt gedraaid in het Jezusstraatje naast de voormalige Daringman. Toen Brussel door de aanslagen werd platgeslagen, sloeg de kunstenscene terug met een ongekende bloei. In de muziek, dankzij Zwangere Guy en co, maar zeker ook in de film. Brussel kweekte de voorbije tien jaar vruchtbare humus voor film- en seriemakers, acteurs en actrices.
“En toch weet ik niet of je die bloei kan linken aan de stad”, twijfelt Didden. “Er zijn vandaag veel filmscholen, die leveren elk jaar heel veel talent af.” “Toen ik zei dat ik filmmaker wilde worden in de jaren 1970, lachte iedereen mij uit”, treedt Deruddere hem bij. “Als je dat nu zegt, is dat heel normaal. De stad is voor Marc een inspiratiebron geweest voor Brussels by night. Voor mensen als Bas Devos is de stad dat vandaag evenzeer. Dat is goed. Maar het feit dat er meer goede dingen gemaakt worden, komt vooral omdat er een betere structurele omkadering is.”
Maar de stad is toch veel nadrukkelijker aanwezig in de filmscene? Op de Ensors eiste Brussel de voornaamste prijzen op. In series als Putain speelt ze net zo goed een hoofdrol.
Didden: Dat klopt en dat is prima, maar er zijn makers die denken dat Brussel automatisch een extra laag geeft aan hun films of series, zonder dat ze lang genoeg over hun scenario hebben nagedacht. Het moeilijkste aan een goed scenario is driedimensionale mensen schrijven. Die niet gewoon iets zeggen, maar die je ook kunt geloven, zelfs al zijn ze fictief.
Zien jullie jezelf nog als een deel van die filmstad, of voel je je eerder toeschouwer?
Deruddere: Ik voel me daar eigenlijk geen deel van, omdat ik zo lang weg ben geweest. Er zijn zeker mensen die mij omarmen, zoals Michaël Roskam. Maar ik heb een hele generatie overgeslagen.
Didden: Ik ken al die nieuwe makers wel, vaak heb ik aan hen lesgegeven toen ik docent was op Sint-Lukas, zoals Tim Mielants of Robin Pront of Fien Troch. Maar ik speel geen rol meer in de wereld van de cinema. De oude garde krijgt soms wat weinig aandacht. Mensen onderschatten wat het is om een film tot een goed einde te brengen.
Deruddere: Buiten dat project met Marc hoop ik volgend jaar de film Bleu te kunnen draaien, een coproductie tussen UK, Luxemburg en België. We zijn bezig met de financiering en de casting. Hopelijk komt de film er. De filmwereld is onvoorspelbaar, op elk moment kunnen je plannen omgegooid worden, zonder dat je daar controle over hebt.
Didden: Zoals acteurs die sterven. Ik had een scenario geschreven, maar de twee acteurs die ik daarvoor in mijn hoofd had, zijn dood: Johan Leysen en François Beukelaers.
Deruddere: Ik heb ooit eens op een nacht zitten becijferen wat het kost om een film te maken zonder iemand te betalen. Uit dat zotte plan is Hombres complicados geboren. Dat onderscheidt ons van de nieuwe generatie, die is veel meer met geld bezig. Wij wilden gewoon iets maken dat moest gezien worden, wij dachten niet aan de centen.
Wij wilden gewoon iets maken dat moest gezien worden, wij dachten niet aan de centen
Wordt creatief zijn moeilijker met ouder worden?
Didden: Behalve als ik in de spiegel kijk, voel ik me niet oud. Ik ben een kind gebleven en ik ben daar trots op. Ik spreek over andere mensen als volwassenen. Als ik aan zee met mijn vrouw langs een restaurant wandel en ze vraagt of we daar kunnen eten, antwoord ik: “Nee, dat zit hier vol oude mensen.”
In de VRT Max-documentaire En toen was er new wave zit een fragment over De Brassers, die net als jij uit Hamont kwamen, Marc. De Brassers was voor hen een geuzennaam, omdat ze zo genoemd werden door de ouderen op café. Is elke generatie te streng voor de volgende?
Didden: De Brassers werden niet geapprecieerd omdat ze tegen de kerk hadden gepist. Ik vond hen vanaf het begin authentiek, ook al was ik niet zo gek van punk. Hun song 'En toen was er niets meer' vond ik heel filosofisch. Nog één stap verder en je valt in de afgrond.
Deruddere: Op mijn 18e ben ik samen met Marcel Vanthilt een café begonnen in Leopoldsburg, De Wrat. Daar kwamen De Brassers soms optreden, De Kommeniste ook, en Arno. Maar om op je vraag te antwoorden: ik ben helemaal niet streng voor de nieuwe generatie. Ik vind die geweldig.
Didden: Ik heb zo lang lesgegeven dat ik elk jaar een nieuwe generatie heb leren kennen. Die zijn ook wel benieuwd naar onze tijd, die ze vaak idealiseren.
Deruddere: In mijn boek Met de helm geboren vertel ik mijn leven aan de hand van de films die ik heb gemaakt, maar nog meer door de films die ik niet heb gemaakt. Eigenlijk heb ik dat boek geschreven voor de generatie na mij, om hen te zeggen: cineast zijn is niet gemakkelijk, maar laat je nooit ontmoedigen en geef nooit, nooit op.
Vinden jullie dat jullie je eigen talent genoeg hebben kunnen gebruiken?
Deruddere: Marc Punt heeft ooit eens gezegd over mij dat als ik minder zou zuipen, ik meer goeie dingen zou hebben gemaakt. Dat is gedeeltelijk waar. Als je drie katers per week hebt, blijft er niet veel tijd meer over om te schrijven.
Didden: Daarom heet onze volgende film Fiesta.
Deruddere: Nee, Brainstorm! (Lacht)
“Probeer de mensen niet te vervelen als je iets doet”, was een van je inzichten in de gelijknamige rubriek van dit blad. Is dat altijd een leidraad geweest?
Didden: Ja. Zo heb ik mijn studenten ook opgevoed. Zelfs drie minuten kunnen lang duren. Ik ben een keer jurylid geweest op een kortfilmfestival van de VUB. Niets duurt zo lang als een kortfilm met een slap scenario.
©
Heleen Rodiers
| De voorbije jaren waren voor Marc Didden op gezondheidsvlak geen pretje: “Door al die dingen heb ik een wat afstandelijke blik op het Brussel van nu.”
Geen slap scenario was het leven van Arno, dat jij vijf jaar geleden naar de driedelige docu Charlatan hebt vertaald, Dominique. In het interview dat we toen met jullie deden, noemde jij de hele bende – Arno, Marc, Jan Decorte, Josse De Pauw en jezelf – 'charlatans'.
Deruddere: Arno kon de realiteit omdraaien. Met één oneliner vatte hij een interview samen, of draaide hij een meisje binnen. Als ik terugkwam was Arno altijd de eerste die ik zag. En Arno en ik hadden altijd dorst, dus gingen we op stap. (Lacht)
Arno is ondertussen vier jaar dood. Is de stad anders zonder Le Plus Beau?
Deruddere: Deze wijk alleszins. Arno was een ijkpunt voor veel mensen. Ze trokken zich op aan hem. Elke grote artiest inspireert, of biedt troost.
Didden: Troost en trots, dat was Arno.
Deruddere: Ik mis hem nog altijd.
Didden: Je kon hem hier ook niet ontlopen, ik kwam hem elke dag tegen, op café, bij de bakker. Arno was overal.
Als jullie samen één film zouden maken, wie geeft dan de regie uit handen?
Didden: (Snel) Ik! Dominique leeft op op een set en ik heb er stress. En Dominique kan dat ook gewoon veel beter.
Deruddere: Het is heel bizar, maar op een filmset word ik rustig. Alles mag uit de hand lopen, dan nog blijf ik zen.
Didden: Een ploeg weet dat hij het weet. Bij mij weten ze dat ik het niet weet.
Lees meer over: Brussel-Stad , Cultuurnieuws , 10 jaar BRUZZ