Op 3 maart verschijnt Dodeman, de debuutroman van de Brusselse schrijver Uschi Cop. Een verhaal over tweelingzussen die elkaar na twintig jaar terugzien, over femicide en over de grenzen aan verzet. “De mannelijke personages hebben bewust geen naam gekregen.”
©
Emiel Viellefont
| Schrijver Uschi Cop woont in Anderlecht en debuteert met de roman Dodeman.
Schrijver Uschi Cop: 'Ik mis de man vaak in de strijd tegen femicide’
Tien jaar geleden verhuisde Uschi Cop naar Brussel. Daar ontstond niet alleen haar feministische collectief Hyster‑x, maar ook het idee voor haar debuutroman. Met Dodeman wil Cop verder gaan dan de kortstondige verontwaardiging die telkens oplaait na een nieuw slachtoffer van femicide. “Al is het geen pamflet”, benadrukt ze. “Ik noem het een ideeënroman.”
Die ideeën komen onder andere aan bod in de vergaderingen van een radicaal feministisch collectief, waar volop gediscussieerd wordt. Cop wil daarmee laten zien dat de feministische beweging allesbehalve uniform is. “Het boek is echt een oproep om zelf te denken, weg van slogans en leuzen.”
In Dodeman staan twee tweelingzussen centraal. Jij hebt zelf een identieke tweelingzus, Ilke, die de cover schilderde en je eerste lezer was. Hoe was het om een boek over zusterschap samen met haar vorm te geven?
Uschi Cop: Dat was heel bijzonder. We hebben het ontwerp voor het schilderij samen geconcipieerd. Ilke heeft het boek al vier keer gelezen en wil er een vijfde keer aan beginnen. Het is heel fijn om zo’n eerste lezer te hebben, iemand die met zoveel zorg en aandacht naar je werk kijkt en daar dan ook een eigen artistiek werk tegenover zet.
Het boek is opgedragen aan haar, met heel mijn hart. Onder alle grote thema’s ligt immers ook de vraag hoe verhalen vormen wie iemand wordt. Bij een identieke tweeling is dat zo intens zichtbaar. Je leeft eigenlijk in een soort experiment: identiek in aanleg, en toch vorm je andere ideeën, een andere persoonlijkheid, andere hobby’s en keuzes. Hoe komt dat? En wat is die connectie die zo sterk is, die ik ook wetenschappelijk niet helemaal kan verklaren?
In het boek zijn er veel spiegelingen en echo’s. Een van de personages raakt de grens tussen haarzelf en haar zus kwijt. Wie heeft wat meegemaakt, welke herinnering is van wie? Als je dat niet meer weet, wie ben je dan? Het is een ode aan tweeling zijn, maar ook een schurende zoektocht naar wat het betekent om zo verbonden te zijn met iemand die in theorie eigenlijk jijzelf is.
Activisme speelt een grote rol in je boek, en in je leven. Moet literatuur maatschappelijk engagement tonen?
Cop: In de literatuur mag alles bestaan, maar voor mezelf, als maker en als mens, voel ik de verantwoordelijkheid voor wat ik aan de wereld toevoeg. Literatuur is bovendien nooit helemaal neutraal, ook als een auteur zegt geen standpunt in te nemen. Als je een boek schrijft met enkel mannelijke personages, zeg je daarmee iets over wie de autoriteit krijgt om een verhaal te vertellen.
In Dodeman zijn alle personages vrouwelijk, transgender of non-binair. De mannelijke personages hebben bewust geen naam gekregen. Dat deed ik niet om mannen te ontmenselijken, maar als reactie op hoe vrouwelijke personages historisch in boeken en films worden afgebeeld: vlak, stereotiep, met weinig persoonlijkheid of agency.
Maar ik wilde vooral een roman schrijven: een verhaal dat meesleept, dat empathie oproept, dat iets menselijks toont. Het gaat over feminisme, zeker, maar uiteindelijk heb ik een boek geschreven over mensen. Het recht van een vrouw om als mens gezien te worden is daarin cruciaal. De hoop is dat dat ooit geen expliciet statement meer hoeft te zijn. Dat we het gewoon als een roman kunnen lezen.
©
Emiel Viellefont
| Schrijver Uschi Cop: "Theoretisch vind ik het idee van geweld aan systemen wel een interessant gegeven. Niet aan mensen, maar aan infrastructuur"
Dodeman gaat ook over de morele grenzen aan verzet. Waar liggen die grenzen?
Cop: Ik ben daar zelf nog heel hard naar op zoek. Theoretisch vind ik het idee van geweld aan systemen wel een interessant gegeven. Niet aan mensen, maar aan infrastructuur, aan de financiële structuren van een onethische heersende klasse. Wie heeft kapitaal en bezit eigenlijk tot zo’n hoge ethische waarde verheven? Waarom staat dat boven alles? Als een fabriek kinderen schaadt, waarom zouden we die fabriek dan niet mogen opblazen? Die fabriek opblazen wordt als meer schadelijk gezien dan het geweld dat de kinderen wordt aangedaan. Eén zichtbare activistische daad weegt vaak zwaarder dan jaren van onzichtbare onrechtvaardigheid.
Zelfs bij vreedzame protesten, zoals een haven bezetten, wordt steeds strenger opgetreden. Terwijl het ons recht is om te protesteren. En dat protest is nodig in de strijd naar gelijkheid. Want alles wat we zien in de wereld – onze taal, ons rechtssysteem, onze democratie – zijn afspraken die wij als mensheid hebben gemaakt. We kunnen die dus ook veranderen.
Een van de centrale thema’s in Dodeman is femicide. Het is een term die al lang bestaat, maar pas de laatste jaren gangbaar lijkt te zijn. Hoe belangrijk vind je het om die term te gebruiken?
Cop: Enorm belangrijk. Taal is hoe wij denken, hoe wij ons uitdrukken. Als er geen woord voor is, bestaat het ook niet. Wat mij heel hard opvalt is de taal van de media. Tot voor kort – want het is echt veranderd, dat moeten we ook erkennen – werd zoiets een “familiedrama” genoemd, of een “passionele moord”, alsof dat iets positiefs is. “Hij hield zoveel van haar dat hij haar vermoordde.” Dat is niet de reden. Die taal verbergt heel veel. Taal die geweld verbloemt en wegwuift is zelf ook een vorm van geweld.
De eerste stap is het benoemen. In mijn boek noem ik de voornamen van de Belgische slachtoffers van femicide. Ik vind dat die vrouwen dat verdienen: in elkaars gezelschap genoemd te worden, erkend te worden in wat hen is overkomen.
Het begrip bestaat al lang, maar bij elke nieuwe moord lijkt het alsof we opnieuw moeten uitleggen wat femicide betekent.
Cop: Dat klopt, en ik denk dat dat heel menselijk is. Er gebeurt iets gruwelijks, dat triggert iets, het duikt even op in het collectieve bewustzijn en dan glijdt het weer weg. Maar het is ook precies waarom ik dit boek heb geschreven. Een roman is een traagwerkend iets. Met mijn boek hoop ik dat er iets duurzamer kan veranderen. Dat als mensen de systemen begrijpen, de onderliggende structuren, alle lijntjes beginnen te verbinden, er een blijvender collectief bewustzijn ontstaat over wat er gaande is en waar de oorzaak ligt.
Ik mis vaak die analyse van diepe oorzaken, van waarom mannen het gevoel krijgen dat ze bepaalde dingen kunnen doen. Dat is niet omdat mannen slechter zijn dan vrouwen of anders geboren worden. Het is een soort opvoeding waar we allemaal aan onderhevig zijn, ook vrouwen, al van jongs af aan.
Ik begrijp wel waarom mensen verward zijn door de term, vooral door de definitie: een vrouw die wordt vermoord omdat ze een vrouw is. Mensen begrijpen dat niet. Ze denken: die vrouw is toch niet vermoord omdat ze een vrouw is? Die man was jaloers, die man was kwaad. Maar dat is precies wat ik bedoel met de systemen die eronder liggen. Die vrouw is niet simpelweg vermoord omdat ze een vrouw is. Ze is vermoord door ingesleten ideeën over wat vrouw-zijn en man-zijn betekent.
Mijn boek zal niet ineens heel veel veranderen, maar als er voldoende boeken, series, films en gesprekken zijn die dieper gaan dan: “Er is een vrouw dood, erg”, dan kan er iets verschuiven.
“Ik hou van het woord ‘woke’: wakker worden is precies wat het is”
Wat moet er concreet gebeuren om die shift te maken, en wie moet dat dan doen?
Cop: Er is nog een zware strijd te voeren. Een strijd met gesprekken, woorden en ideeën en ik hoop dat zoveel mogelijk mannen zich daarbij aansluiten. Ik mis de man vaak in die strijd. Er wordt gezegd: not all men. Niet alle mannen zijn daders, dat klopt. Als echter één man een denigrerende opmerking maakt over een vrouw, drie mannen lachen mee, twee zwijgen, en één denkt: “Dat is niet oké”, maar zijn mond niet opendoet, dan zijn het toch all men.
Dat geldt ook binnen de zogenaamd progressieve kringen. Ik denk dat veel mannen na een caféavond naar huis gaan, niet hebben meegedaan met de schunnige moppen, en tegen zichzelf zeggen dat ze aan de goede kant staan. Maar ze hebben zich niet uitgesproken, omdat dat zogezegd niets zou uithalen. Veel mensen geloven in gelijkheid en in vrouwenrechten, maar de wereld verandert pas door het uit te spreken, door ergens tegenin te gaan. Niet door te zwijgen.
We moeten ook meer onze eigen positie in vraag durven te stellen en ons bewust worden van onze privileges. Ik ben een witte vrouw met een opleiding, een netwerk, een familie. Dat vormt hoe ik de wereld zie, maar iemand met een andere achtergrond zal een ander wereldbeeld hebben.
Het is belangrijk daar oog voor te hebben, om woke te zijn. Ik hou van dat woord: wakker worden is precies wat het is. Ik voel echt dat ik wakker ben geworden vijf jaar geleden, terwijl ik ben opgevoed met gelijkheidsprincipes en een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ik denk dat Brussel dat heeft aangewakkerd.
Hoezo?
Cop: In Brussel is er zo’n enorme diversiteit aan perspectieven. Hier besefte ik pas echt hoeveel manieren er zijn om naar de wereld te kijken, en hoeveel onrechtvaardigheden er nog zijn. Gewoon in die stad zijn, doet al iets met je.
Ik heb veel mensen ontmoet die willen praten over die onrechtvaardigheden en uitdagingen in de maatschappij. Kunstenaars, academici, denkers, mensen die heel bewust nadenken over hoe ze willen leven en werken.
In een grote stad vinden mensen elkaar sneller om ideeën samen te ontwikkelen en zichzelf intellectueel verder te pushen. Het is niet toevallig dat ik in Brussel schrijver ben geworden.
©
Emiel Viellefont
| Dodeman van Uschi Cop is verschenen op 3 maart, uitgegeven bij de Arbeiderspers, 24,99 euro
Lees meer over: Anderlecht , Literatuur , femicide , Uschi Cop
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.