Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

De automaten van Fries & Go beloven verse, dubbel gebakken frieten.

Analyse

Automaten zijn schaars in Brussel, maar Fries & Go wil daar verandering in brengen

Matisse Van der Haegen
19/02/2026

Van bloemen en boeken tot melk en binnenkort ook frieten: Brusselse verkoopautomaten doen het goed, maar blijven een zeldzaamheid. In grootsteden als Amsterdam en Tokio zijn vending machines niet uit het straatbeeld weg te denken: waarom slaan ze bij ons niet aan?

“Niet te zacht of te krokant, goed warm en de saus is mooi verdeeld: franchement ça passe bien”. Het is met een kennersoog dat een jongeman aan het Luikse nieuwsmedium QU4TRE uitlegt wat hij vindt van de nieuwe frietautomaten in zijn stad.

Fries & Go, het geesteskind van de Luikse onderneemsters Yoko Uhoda en Arianne Polis, belooft op 35 seconden een dampend bakje verse frieten. Vers ja, niet opgewarmd dus, maar ter plekke dubbel gebakken zoals in een echte frituur en voor de democratische prijs van 3,5 euro. Het kartonnen bakje haal je na betaling uit een luik onderaan. Technisch gezien is dat een huzarenstukje in een automaat met de afmetingen van een kloeke Amerikaanse frigo.

“De machines vonden we na lang zoeken in Kroatië”, vertelt Uhoda aan BRUZZ. “Binnenin zit een vriezer waar wel 20 kilo aardappelen in kan en zijn er twee friteuses.” Fries & Go lanceerde in september zijn eerste toestellen in Luik, Brugge en nabij de luchthaven van Zaventem. Dit jaar plant het nog 26 nieuwe waarvan de helft in Brussel, onder meer in Brussels Expo en La Madeleine.

Hoewel België een land is waar frieten zowat het nationale dieet vormen, gaan de Luikse onderneemsters er prat op dat er voor hun automaten nog plaats is. “We kwamen op het idee na een avondje stappen in Luik toen we echt honger hadden, maar er bijna niets open was”, aldus Uhoda. “Toen bleek dit concept nog niet te bestaan. De reacties van klanten zijn tot nu toe zeer positief en we krijgen enorm veel vraag om machines te komen plaatsen: van sport- en concertzalen tot cinema’s en politiekantoren.”

Van bloemen tot côte à l'os

De onderneemsters raken daarmee meteen aan hét selling point van een verkoopautomaat of vending machine: 24/7 beschikbaarheid. In een stad die nooit slaapt, is er altijd wel iemand te vinden voor een midnightsnack, toch? Zeker als de prijzen laag zijn en ook op dat vlak is een automaat handig: ondernemers kunnen immers fors besparen op loon- en huurkosten door hun waren aan te bieden via een machine.

In Brussel zijn er al een aantal succesvolle voorbeelden. Zo plaatste André de Mooy van bloemenhandel Brussels Flowers in de Lemonnierlaan een automaat in de covidperiode toen zijn winkel dicht moest. “Gemiddeld verkoop ik er zo’n acht boeketten per dag mee”, vertelt hij. “Dat is mooi meegenomen, zeker omdat het vooral ‘s avonds verkoopt als de winkel gesloten is.”

De Mooy ziet zijn machine vooral als een extra service voor klanten. “Stel je zit hier op hotel en je leert ‘s avonds een dame kennen. Je wil haar graag een bloemetje geven en vraagt dus aan de bagagist waar je dat kan vinden: intussen weten die allemaal dat ze daarvoor hier moeten zijn.”

"Mijn automaat kostte 40.000 euro, maar ik verkoop er gemiddeld wel zo'n acht boeketten per dag mee"

André de Mooy

Bloemenwinkel Brussels Flowers

Ook in de stadslandbouw slaat het concept aan. Melkveehouder Koen Heymans van de Neerpedehoeve in Anderlecht laat weten met zijn bijvulautomaat zo’n 2.000 liter per maand te verkopen. De Fleurakker-boerderij van vzw Groot Eiland verblijdt wandelaars in het Laarbeekbos dan weer met aardbeien en kerstomaten. “De 45 porties die in de automaat passen, worden twee keer per week bijgevuld en vliegen in de zomer vlot de deur uit”, vertelt beheerder Annemie Knaepen.

Na wat zoekwerk vinden we ook nog de prachtige Blow Book-automaten met stripboeken in Sint-Pieters-Woluwe en aan de ULB. En in Sint-Gillis plaatste beenhouwerij Carlos een uit de kluiten gewassen exemplaar waarin je uit schuifjes tal van producten kan trekken: van cordon bleu tot hamburgers en gebraden kip. “Qui dit Carlos, dit côte à l'os”, staat er in zwierige letters op.

Toch blijven verkoopautomaten in Brussel eerder een zeldzaamheid. Op de 90 snoep- en frisdrankmachines in de metro's na zijn het eerder unieke easter eggs dan een vaste waarde in het straatbeeld.

Volgens verschillende verkopers heeft dat vooral te maken met het feit dat er voor de meeste producten weinig vraag is naar machines. In tegenstelling tot Vlaanderen - waar je in kleinere dorpjes en landelijke gebieden nog vaak groente- of broodautomaten ziet - heeft Brussel al een groot aanbod van winkels op wandelafstand die vaak laat en zelfs in het weekend open zijn. Of om het met de woorden van bloemist De Mooy te zeggen: “Als het hier ergens niet aan ontbreekt, zijn het nachtwinkels en snackbars”.

Eten uit de muur

Maar automaten zijn niet per definitie schaars in grootsteden. Kijk maar naar de Nederlandse buren waar ‘eten uit de muur’ via ‘automatieken’ - glazen kasten waar je tegen betaling warme snacks uithaalt - qua cultureel erfgoed op gelijke voet met het Wilhelmus staan.

1cd28ad5-ubel-zuiderveld.jpg

Ubelski 

| Horeca-expert Ubel Zuiderveld: "Nederlanders zijn altijd wat efficiënter en minder bourgondisch met eten omgegaan."

Dat weet de Nederlandse Horeca-expert Ubel Zuiderveld, die een boek over het fenomeen schreef, als geen ander. “De automatieken beleefden bij ons hun hoogdagen in de jaren ’50”, vertelt hij. “Door de strenge sluitingswetten voor winkels, moesten ondernemers op zoek naar een manier om toch nog te kunnen verkopen en zo brak het concept door.”

Op die erfenis bouwde het inmiddels beroemde fastfoodbedrijf Febo vervolgens een klein imperium en maakte van Amsterdam de Europese automatiekhoofdstad. De keten met zijn iconische snackmuren telt nu zo’n 75 filialen, waarvan 23 in Amsterdam.

“Dat automatieken bij ons zo populair zijn, is dus vooral een gevolg van de handelsgeest uit de jaren 50”, aldus Zuiderveld. “Daarnaast speelt ook het calvinisme mee. In tegenstelling tot pakweg de Italianen zijn wij Nederlanders toch altijd wat efficiënter en minder bourgondisch met eten omgegaan.”

Die jarenlang opgebouwde cultuur is volgens docent consumentenpsychologie Wannes Heirman (AP Hogeschool Antwerpen) een van de redenen dat Nederland vandaag de dag nog steeds een automatenland is. “Het is een sociale norm. Als je je ouders regelmatig snacks uit de muur ziet kopen, ga je dat zelf op latere leeftijd ook makkelijker doen. Zien eten doet eten dus, maar het tegengestelde is ook waar. Wij Belgen zijn dat niet gewoon. Ik ging met mijn ouders vroeger regelmatig naar Tilburg en dan zeiden ze geregeld dat ze dat vies en onhygiënisch vonden.”

Vandalisme

Gemiddeld staat er bij onze Noorderburen 1 machine per 57 mensen, waar dit in Europa slechts 1 machine per 200 mensen is (kantoren en openbare instellingen meegeteld). Daarmee is de Europese automatenkampioen echter nog een maatje kleiner dan de absolute wereldtopper: Japan.

In het land van de rijzende zon vind je gemiddeld maar liefst 1 vending machine per 23 inwoners. In tegenstelling tot Nederland heeft dat minder met cultuur en meer met demografie te maken. Een laag geboortecijfer in combinatie met vergrijzing maakt arbeidskrachten om een winkel uit te baten in Japan erg schaars en dus duur. Machines vormen hiervoor een oplossing. Bovendien is het land erg dichtbevolkt - 93 procent van de Japanners leeft in drukke stedelijke gebieden - waardoor een automaat op een kruispunt plaatsen, makkelijk rendabel wordt.

Consumentenpsycholoog Wannes Heirman ziet nog andere redenen. “Technologisch staat dat land erg ver. Ik ben er geweest en het is ongelooflijk: je kan bijvoorbeeld een volledige verse wrap krijgen met een druk op de knop.” Ook veiligheid speelt een belangrijke rol, weet hij: Japan heeft een van 's werelds laagste criminaliteitscijfers en automaten worden er zelden tot nooit gevandaliseerd.

1a4ab447-brz202602181967automaatccqatobeljaers.jpg

Saskia Vanderstichele

| Vandalisme aan de automaten is schering en inslag zegt de MIVB.

In Brussel blijkt dat anders. Zo laat de MIVB weten dat er bijna wekelijks vandalisme wordt vastgesteld aan de toestellen in de metrostations. Een probleem dat handenvol geld kost. Vorig jaar nog berichtte BRUZZ over een man met psychiatrische problemen die tientallen automaten via het uithaalluikje volpropte met kleurrijk afval. De dader werd al een aantal keer opgenomen, maar kwam telkens vrij.

Voor de jonge onderneemster Francesca Kitoko, die tot voor kort in Brussel woonde, maar intussen terugkeerde naar Vlaanderen, was het alvast één van de redenen om de hoofdstad links te laten liggen. Met haar merk Kitoko Vending baat ze sinds 2024 twee automaten uit voor lokale beautyproducten in de stations Gent-Sint-Pieters en Antwerpen-Berchem.

"Mensen trekken soms de stekker uit mijn automaten in het station"

Francesca Kitoko

Kitoko Vending

"Voor een Brusselse automaat hou ik voorlopig de boot wat af. Ik heb nu al last van mensen in Gent die bijvoorbeeld de stekker uit mijn machine trekken om hun gsm te laden, maar in Brussel kan het wel nog een pak erger zijn. Verder merk ik ook wel dat mensen hier veel minder een mentaliteit van lokaal shoppen hebben. In Vlaanderen wordt dat bijna door je strot geduwd, maar hier lijkt het voor niemand een prioriteit.”

Slapend rijk worden

Verder is een verkoopmachine in de meeste gevallen toch een forse investering. Verschillende keren horen we cijfers van meerdere tienduizenden euro’s. Die van Brussels Flowers kostte 40.000 euro terwijl de frietmachines van Fries & Go voor 38.000 euro per stuk werden aangeschaft.

Daarbij loop je dan nog het risico dat het concept niet aanslaat. Zo investeerde de traiteur en lunchzaak Eat Well in de Ravensteingallerij twee jaar terug in een chique automaat voor afhaalmaaltijden. “Het bleek te veel werk voor weinig opbrengst”, vertelt de uitbater. “Bovendien verkocht de Delhaize hiernaast maaltijden die half zo duur waren. Na 6 maanden ben ik ermee gestopt.”

Ook de bloemenwinkel David’s Hof in Ganshoren installeerde er een tijdens de covidperiode, maar verwijderde die intussen weer. “We zijn nu alle dagen open en enkel voor de nacht is zo’n toestel niet rendabel”, klinkt het bij uitbater David Verbelen.

Tot slot benadrukken verschillende ondernemers ook dat je met een automaat allesbehalve slapend rijk wordt. Zo hebben de frietmachines van Fries & Go een capaciteit van 150 porties, maar ze moeten wel dagelijks aangevuld worden.

“Ze moeten ook minimum om de 10 dagen een grondige kuisbeurt krijgen”, aldus Yoko Uhoda. “Per machine zijn we daar 3 uur mee bezig. Dat zijn kleine keukens hé: je moet dat telkens volledig reinigen en de olie vervangen.” Ook Koen Heymans van de Neerpedehoeve zegt iedere dag zijn melkautomaat aan te vullen en de leidingen te reinigen.

De aantrekkingskracht van passief inkomen blijkt dus grotendeels een illusie. Zonder een uitgelezen locatie en de nodige opvolging kunnen verkoopautomaten zelfs al snel geld beginnen kosten.

Yoko Uhoda en Arianne Polis van Fries & Go laten zich daar niet door afschrikken en dromen, na het veroveren van de Brusselse straten, zelfs al luidop van internationale expansie. “Het klopt dat automaten hier nog niet zo ingeburgerd zijn, maar wie proeft, is meteen verkocht. ‘Ze smaken net als thuis’, horen we dan vaak. Dat is natuurlijk ook de bedoeling.”

Zelf de proef op de som nemen? De eerste frietmachines in Brussel worden in maart verwacht.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Economie , Verkoopautomaten , automaten , Machines