Iedereen die op wandelafstand van Pannenhuis woont, kent Steve (48), de friturist en zelfverklaarde babbeltuut die er al vijftien jaar met vaste hand frieten bakt. “De voorbije jaren zijn er enorm veel Nederlandstaligen bijgekomen in de buurt.”
©
Ivan Put
| Steve in actie.
Friturist Steve: ‘Ook ministers staan hier soms 40 minuten in de rij’
Lees ook: Françoise verkoopt partykleren in de Agoragalerij: 'Onze klanten zijn vaak erg uitgelaten'
De uitbater is net druk in gesprek met een klant, vreemd genoeg over hoe moeilijk het is om een levenloos lichaam te verplaatsen. “Weet gij wel dat weegt?” Voor de friturist is het een onderwerp als een ander. In de loop van het volgende uur converseert hij evengoed over voetbal of de nadelen van spiegelfrietkoten of de gasprijs.
“Ik ben een babbeltuut”, zegt de geboren Oudergemnaar Steven Peeters. “Ik heb contact nodig. Als je mij een pree van 4.000 euro, een auto en een bureau geeft, ben ik na twee weken depressief. Ik moet bewegen en voorkomen zoals ik zèn. Mensen appreciëren dat. Het maakt ook dat ik mijn klanten en hun kinderen ken. Die kinderen willen trouwens meekomen naar Steve. Ze krijgen hier hun stempelke met frietjes. En thuis heb ik ondertussen een dikke map met kindertekeningen.”
“Ik heb contact nodig. Als je mij een pree van 4.000 euro, een auto en een bureau geeft, ben ik na twee weken depressief"
uitbater van frituur Steve aan Pannenhuis
Steve nam de frituur over in 2011, maar had er toen al een loopbaan in de horeca op zitten. “Ik ben opgegroeid in de sector. We hadden een tearoom in Oudergem en de familietafel stond niet in de verdiepingen die we bewoonden boven de zaak, maar in de zaal. Ook dat contact met klanten is er ingelepeld. Als wij naar huis kwamen, moesten we eerst alle mannen een hand en alle vrouwen een bees geven. Later heb ik dan leercontract gedaan en heb ik in een hele reeks van zaken gewerkt.”
Een werkdag in de frituur is pittig. “Ik ben open van dinsdag tot en met vrijdag, maar het zijn dagen van 9 uur 's ochtends tot 9 uur ‘s avonds. Je moet sauzen klaarzetten, poetsen, frieten voorbakken en voor je het weet is het 11.30 uur en open je. Ook in de middagpauze kan ik zelden stilzitten. Zeker op vrijdag is het vollen bak voorbakken, dan ligt er hier zeventig kilo klaar als ik openga. Er is net niet genoeg werk voor twee en eigenlijk te veel voor één persoon. Met mijn boekhouding erbij kom ik toch aan 250 uur werk per maand. Maar bon, ik leef er goed van. En het weekend is vrij voor mijn kinderen, dat is onbetaalbaar.”
Chic volk
In de vijftien jaar dat hij er frieten bakt, zag Steve de buurt rond Pannenhuis veranderen. “De bevolking is diverser geworden, op een goeie manier, geen enkele groep domineert echt. Er zijn ook enorm veel Nederlandstaligen bijgekomen. Het komieke is dat er bijna geen Brusselaars zoals ik bij zijn. Ik plaag mijn klanten daar wel eens mee: ‘Gij zijt helemaal geen Brusselaar, maar een Bruggeling. Uw kinderen, met hun accent en hun manier van doen, dát zijn Brusselaars.'”
©
Ivan Put
| Steve voor zijn frietbarak: 'Vaak heerst hier een cafésfeer'
Onder die klanten is er ook best wat chic volk, weet de friturist. “Ministers, staatssecretarissen, schepenen, advocaten … Ans Persoons, Bart Dhondt, Benjamin Dalle, die wonen hier allemaal in de buurt. Het leuke is dat die allemaal ook maar gewoon klant zijn, ook de minister staat soms 40 minuten in de rij. A la friterie on est tous pareils.”
Als er een klant van Steve in de problemen komt, staat de friturist dan weer paraat. “Een paar maanden geleden heb ik nog een klant ontzet die vlakbij door vier man werd overvallen.”
"Van mijn collega's hoor ik dat de isolatie en de algemene kwaliteit van de spiegelfrietkoten niet goed zijn. Ook dat beschutte cafégevoel zal verdwijnen, zo'n kot heeft enkel nog een dak om onder te schuilen”
Uitbater frituur Steve aan Pannenhuis
Het frietkot van Steve is er nog een in de oude stijl, met een kleine veranda, statafeltjes en een elektrische verwarming, zodat klanten al eens een half uur blijven hangen en kletsen. “Als er drie man voor mijn raam staat en met elkaar aan de praat gaat, krijg je echt een cafésfeer. Klanten vinden dat zalig. Dat je nog door de baas wordt bediend, helpt voor die ambiance, denk ik. Maar ook de vorm van mijn frietkot, nog een echte barak, is een voordeel.”
In de toekomst moet Steve overschakelen op een spiegelfrituur, zoals er onder meer aan de Kapellekerk en IJzer al een staat. Het zal met tegenzin zijn. “Van mijn collega's hoor ik dat de isolatie en de algemene kwaliteit niet goed zijn. Ook dat beschutte cafégevoel zal verdwijnen, zo'n kot heeft enkel nog een dak om onder te schuilen.” Wanneer het spiegelkot er echt komt, dat valt nog af te wachten. “Ze kondigden het eerst aan voor 2019, nu zal het al niet voor eind 2027 zijn. De Stad Brussel is failliet, hoor ik.”
Lees meer over: Brussel-Stad , Laken , Economie , City jobs , spiegelfrietkot , frituur , Frituur Steve
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.