De regering-Dilliès voert het statuut van 'stedelijke vrijzone' in voor de sites van Audi en het havengebied. Bedrijven die zich daar vestigen, moeten minder belastingen betalen en worden administratief geholpen. Kan dat werken? "Je moet er grote bedrijven mee aantrekken die anders niet voor Brussel zouden kiezen", zegt Philippe Ledent, econoom bij ING. "Anders is het oneerlijke concurrentie."
©
Haven Van Brussel
| De regering-Dilliès voert het statuut van 'stedelijke vrijzone' in voor de sites van Audi en het havengebied.
Gemengde reacties op stedelijke vrijzones: 'Leidt vereenvoudiging tot werkgelegenheid?'
Lees ook: Volg alles over de regering-Dilliès
"Economie blijft de motor van ontwikkelingen. Die motor onderhouden en zijn prestaties verbeteren, is cruciaal", zei minister-president Boris Dilliès (MR) maandagnamiddag in het parlement, waar hij de beleidsverklaring van zijn regering voorstelde. "Om nieuwe ondernemingen te overtuigen in Brussel te investeren, voert de regering twee stedelijke vrijzones in, in de Haven van Brussel en op de site van Audi in Vorst."
Zo'n stedelijke vrijzone bestaat uit drie luiken. Het eerste is fiscaal: de onroerende voorheffing en registratierechten worden verlaagd voor (nieuwe) bedrijven die zich daar vestigen en jobs creëren. Een tweede hefboom is administratief: de investeerder zal beroep kunnen doen op een uniek loket voor alles qua vergunningen, premies, milieu en mobiliteit. Werkzoekenden laten doorstromen via een door Actiris op maat gemaakte HR-oplossing, vormt de derde pijler.
Op dit moment is het nog maar een concept dat in enkele zinnen beschreven staat in de Brusselse beleidsverklaring. Het is dus nog maar een concept. Maar is het een goed idee?
Waterbed
"Dat hangt af van de modaliteiten", zegt ING-econoom Philippe Ledent. "Voor bedrijven die buiten die gebieden gevestigd zijn, kan het oneerlijke concurrentie zijn. Mogelijk verhuizen zij zelfs naar die vrijzones."
Het helpt wel dat er niet zo gek veel industriezones meer zijn in Brussel, en er niet zoveel bedrijven concurrentie zouden ondervinden van zo'n vrijzone. Maar toch is de kans op een waterbed-effect reëel. "Je kan er ook nieuwe en grotere bedrijven mee aantrekken, die geen concurrentie vormen met de bestaande bedrijven in Brussel, en die voor aanvullende jobs zorgen", aldus Ledent. "Bedrijven die anders niet naar Brussel zouden komen, zullen dat dankzij de vrijzone misschien wel doen. Dan is zo'n vrijzone wél interessant."
Vooral het tweede luik, dat van de administratieve vereenvoudiging, kan overtuigend werken, zegt Ledent. "Vergunningen kosten veel tijd in Brussel, zo'n hervorming is dus interessant. Een algemene vereenvoudiging voor álle bedrijven is nog interessanter, maar het unieke loket in de vrijzones kan een voorbode zijn. Als het daar goed werkt, is het duidelijk dat men dat moet uitbreiden. Mij lijkt die vereenvoudiging in elk geval belangrijker dan de fiscaliteit of de jobopleidingen."
De Haven van Brussel reageert alvast positief. "We juichen elk initiatief toe dat de activiteiten stimuleert en versterkt", zegt CEO Gert Van der Eeken, "zeker als ze de werkgelegenheid helpen."
Wel geeft ook Van der Eeken aan dat er nog vragen zijn, bijvoorbeeld rond concurrentievervalsing. "Er moet nog bekeken wat haalbaar is."
Staatssteun
Het is niet voor het eerst dat het concept van een stedelijke vrijzone opduikt in Brussel. In 2013 werd dit overwogen om de werkgelegenheid in de arme sikkel rond het centrum op te krikken. Maar tot uitvoeringsbesluiten kwam het nooit. Toenmalig minister van Economie Didier Gosuin (Défi) botste op juridische obstakels: de steun aan die bedrijven mocht door Europa niet als staatssteun aanzien worden en dat bleek moeilijk. Daarom werd niet meer verder gegaan met dit idee.
Het is zelfs helemaal niet gezegd dat het voor meer werk zorgt. "Stel dat een bedrijf zich door die vrijzone niet in Vilvoorde maar in Schaarbeek vestigt. Qua werkgelegenheid maakt dat geen verschil voor de Brusselaars", zegt gewezen minister van Werk Bernard Clerfayt (Défi), nu in de oppositie.
"Qua inkomsten brengt dat het Gewest ook niet zoveel op", gaat Clerfayt verder. "De inkomsten uit de vennootschapsbelasting gaan naar het federale niveau, de onroerende voorheffing voor 90 procent naar de gemeenten. Als econoom vind ik dit kortom een slecht idee en ik ben niet alleen. Een analyse in het weekblad The Economist was duidelijk: free trade-zones werken niet", aldus Clerfayt.
Hublet
De meningen lijken dus verdeeld, toch zet deze regering hier vol op in. "Dit is gesneden koek voor Laurent", zei Dilliès nog, daarmee verwijzend naar kersvers minister van Economie Laurent Hublet (Les Engagés), die een diploma bedrijfskunde en een MBA op zak heeft, waarna hij als consultant en ondernemer aan de slag ging. "Hij zal zijn expertise in deze materie ten dienste zal stellen van het gewest", alsnog Dilliès.
Lees meer over: Brussel , Economie , Politiek , Brussels regeerakkoord , vrijzone , beleidsverklaring , Boris Dilliès