Ratten, muizen, schildpadden, kakkerlakken en zelfs termieten. Allemaal vonden ze de voorbije decennia Hans Groeninck (64) op hun pad. Het leverde de ongediertebestrijder een blijvende fascinatie op voor het dierenrijk. “De beste verdelgers zijn ook dierenliefhebbers.”
©
Ivan Put
| Hans Groeninck in de bestelwagen van zijn firma Blatella. "Dat betekent kakkerlak in het Latijn, maar een woord op 'b' was ook een manier om vooraan te staan in het telefoonboek."
Hans verdelgt ongedierte: 'Ratten blijven me verbazen'
Eigenlijk droomde hij van studies psychologie of psychiatrisch verpleger. Alleen zeiden zijn ouders njet. Land- en tuinbouw dan maar, al leverde ook dat diploma in de jaren 1980 niet per se een baan op. “Via mijn oom, die een zaak in bestrijdingsmiddelen had, ben ik dan in de business gerold.”
De voorbije decennia brachten Hans, die lang in de Rand woonde, steeds opnieuw naar Brussel. Hij wordt er evengoed ingeroepen in de hoogste kringen als voor de meest schrijnende situaties. En af en toe vindt hij die zelfs onder hetzelfde dak. “Ooit bestreed ik faraomieren in de residentie van de Braziliaanse ambassadeur. Het ene moment was ik in de weer tussen de lingerie in de dressing van de ambassadeursvrouw, om even later te zien hoe het personeel in de kelders woonde: zonder daglicht. Ze mochten één keer per maand naar buiten, zonder identiteitskaart.”
Furieuze minister
Dat hoogwaardigheidsbekleders niet altijd makkelijke mensen zijn, ondervond Hans toen hij voor een vermeende vlooienplaag op een federaal SP.A-kabinet arriveerde. “Ik had al snel door dat het echte probleem de bewegende stoelen op het tapijt waren. Die veroorzaakten statische elektriciteit die stofdeeltjes tegen de benen van de werknemers schoten. Met een waterbehandeling kon ik dat een tijdje verhelpen, maar de minister begon te roepen van 'Zot, kent gij uw job wel?'”
In de loop der jaren zag Hans het ongedierte veranderen. “Klerenmotten en bedwantsen had je praktisch niet in de jaren 1990. Bij motten komt dat doordat twee van de drie verdelgingsmiddelen waarmee kleren werden behandeld, verboden zijn door Europa. Tegen het derde zijn ze resistent geworden.” Bedwantsen merkte Hans in het begin dan weer enkel in jeugdherbergen op. “Maar tegenwoordig kampt zowat elk hotel ermee.”
"Enkel onervaren ratten kun je in een val lokken. En zodra die jonge exemplaren weg zijn, is er meer voedsel voor de resterende dieren, die daardoor ook grotere nesten krijgen"
ongediertebestrijder
Het ongedierte dat misschien nog het meest tot de verbeelding spreekt, blijft de rat. “Ik bestudeer ze in elk geval nog altijd even graag. Het kan vreemd klinken, maar als ongediertebestrijder ben je best ook een dierenliefhebber.” Of Hans dan ook een dierenbibliotheek heeft? “Een tweehonderdtal boeken misschien.”
Onder meer het aanpassingsvermogen van ratten boeit Hans mateloos. “Neem nu die luikjes waar kippen op moeten staan om aan hun eten te raken. Een rat is daar te licht voor, maar ze leren wel snel dat het met twee ratten tegelijk wél lukt. Bovendien geven ze die kennis nog eens aan hun jongen door ook.”
Datzelfde observatie- en leervermogen maakt de job van rattenvanger erg moeilijk. “Letterlijk vangen is bijna onbegonnen werk. Enkel onervaren beesten kun je in een val lokken. En zodra die jonge exemplaren weg zijn, is er meer voedsel voor de resterende dieren, die daardoor ook grotere nesten krijgen.”
"Zoals veel handwerkers uit de Rand verdraag ik de files in de stad niet meer. Tegen opdrachten in Brussel of Antwerpen zeg ik sinds kort neen"
ongediertebestrijder
Om dezelfde reden moet het rattenvergif erg langzaam werken, legt Hans uit. “Als een rat ziet dat een ander dier last krijgt na het eten, zal hij dat voedsel mijden als de pest. Maar als het heel langzaam inwerkt, is dat oorzakelijk verband niet meer duidelijk. De rat wordt loom, trekt zich terug, gaat in coma, sterft en droogt uit.”
Als er iets moeilijk is aan zijn job, zijn het wel de vaak schrijnende toestanden in woningen. “Ooit kwam ik voor het Brusselse OCMW in een woning waar een man met drie vrouwen en twaalf kinderen leefde. De kinderen hadden allemaal rode ringen onder de ogen. Dat bleek het werk te zijn van de duizenden kakkerlakken die ik er vond. Die kwamen 's nachts het oogvocht drinken.”
©
Ivan Put
| Blokjes met rattenvergif
Ook het stadsverkeer wordt Hans stilaan te veel. “Zoals veel handwerkers uit de Rand verdraag ik de files in de stad niet meer. Tegen opdrachten in Brussel of Antwerpen zeg ik sinds kort neen. Ik hoor dat ook van jonge collega's.”
“De grootste troef? “Behalve dieren waar ik me kan in verdiepen, is dat het menselijke contact. De persoon mogen zijn die de problemen van mensen komt oplossen en dan nog bij hen thuis, dat is een dankbare rol. Klanten zijn daardoor heel toegankelijk. Straks ga ik op pensioen en ik heb duizend plannen, maar dat contact zal ik misschien wel missen.”
Lees meer over: Brussel , Economie , Milieu , City jobs , ratten in Brussel , ongediertebestrijding
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.