Het is voor veel Brusselse woningeigenaars schrikken wanneer ze het aanslagbiljet voor de onroerende voorheffing van 2026 te zien krijgen. Verhogingen met honderden euro's ten opzichte van een jaar eerder zijn schering en inslag.
©
Shutterstock
| Meerdere Brusselse gemeenten verhogen de onroerende voorheffing.
Vastgoedbelasting stijgt in negen gemeenten met honderden euro's
De overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is begonnen met de aanslagbiljetten voor de onroerende voorheffing naar circa 400.000 woningeigenaars uit te sturen. Die vastgoedbelasting stijgt sowieso jaar na jaar, omdat het kadastraal inkomen - het referentiebedrag waarop ze berekend wordt - elk jaar geïndexeerd wordt. Maar in negen Brusselse gemeenten komt daar dit jaar bij dat het gemeentelijke deel van de onroerende voorheffing flink de hoogte ingaat.
De totale factuur stijgt daardoor niet met de gebruikelijke tientallen euro's, maar meteen met honderden euro's. De verhogingen lopen via de zogeheten opcentiemen die de gemeenten heffen bovenop de basisbelasting van 1,25 procent van het Brussels Gewest. Belangrijk om te weten is dat de opcentiemen een vermenigvuldigingsfactor zijn. Elke verhoging weegt daardoor meteen flink door in de portemonnee.
Cijfervoorbeeld
Een voorbeeld maakt dit duidelijk: Ganshoren hanteerde vroeger het tarief van 3.240 opcentiemen, waardoor het gemeentelijke deel van de vastgoedbelasting op 32,4 keer 1,25 procent, of 40,5 procent, uitkwam. Maar dit jaar verhoogt de gemeente haar tarief naar 3.880 opcentiemen. Het gemeentelijke belastingpercentage verhoogt daardoor naar 3,88 keer 1,25 procent, of 48,5 procent.
De hogere gemeentebelasting komt bovenop de gewestelijke belasting van 1,25 procent, en de extra belasting voor de agglomeratie (12,4 procent). De totale onroerende voorheffing bedroeg vorig jaar in Ganshoren zo 54,1 procent van het geïndexeerde kadastraal inkomen en stijgt dit jaar naar 62,1 procent.
Concreet: de onroerende voorheffing voor een woning met een geïndexeerd kadastraal inkomen van 3.500 euro stijgt door dat alles van 1.894 euro naar 2.227 euro.
De enige troost is dat de gewestelijke huisvestingspremie Be.Home, waarmee het Gewest de financiële druk van de verhoogde onroerende voorheffing toch een beetje wil compenseren, is gestegen van 160 naar 164 euro.
Uitzondering op de regel
De belastingverhogingen komen niet uit de lucht vallen. De ene gemeente na de andere kondigde vorig jaar aan dat ze de opcentiemen zou verhogen. Daarbij werd steevast gewezen naar de benarde situatie van de gemeentefinanciën, waardoor extra inkomsten nodig zijn. In sommige gemeenten werd dat wel gecompenseerd door een verlaging van andere belastingen of specifieke premies.
De grootste belastingverhoging komt op rekening van het zieltogende Sint-Joost-ten-Node. De gemeente van burgemeester Emir Kir (onafhankelijk) verhoogde de opcentiemen in een klap van 2.980 naar 4.090 opcentiemen, wat betekent dat het gemeentelijke deel van de onroerende voorheffing van 37,2 procent naar 50,1 procent stijgt.
Buurgemeente Schaarbeek blijft met 4.191 opcentiemen wel nog steeds de ranglijst aanvoeren.
Is er dan geen enkele Brusselse gemeente die ruimte heeft om de vastgoedtaks te verlagen? Toch wel: Sint-Lambrechts-Woluwe. Burgemeester Olivier Maingain (Libres) doet dat zelfs voor het tweede jaar op rij, dankzij een begrotingsoverschot.
Tabel: evolutie opcentiemen
Lees meer over: Brussel , Economie , vastgoedbelasting , opcentiemen , onroerende voorheffing , belasting