Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Diabetes groeit, maar preventie hapert: 'Laat je op tijd screenen'

Eva Christiaens
© BRUZZ
15/05/2026

shutterstock

“Wie diabetes in de familie heeft, laat zich best vanaf zijn twintigste screenen.” Endocrinoloog Bart Keymeulen doet een opvallende oproep tot preventie van diabetes type 2, een ziekte die blijft groeien en dan vooral in armere wijken in Brussel én bij mensen van niet-Europese origine. Toch schiet anderstalige preventie tekort. “Ik maak zelf folders met zoveel mogelijk afbeeldingen.”

In wijkgezondheidscentrum Noordwijk in de Groendreef werkt verpleegkundige Eline Verheyen sinds kort ook als diabeteseducator. In hun hele patiëntenbestand lijdt een honderdtal mensen aan diabetes. “Ik onderhoud de driemaandelijkse afspraken met die mensen, kijk of hun medicatie goed werkt en hoe zij complicaties kunnen voorkomen”, legt ze uit. Diabetes kan leiden tot zenuwaantastingen in de voeten, oogaandoeningen en mondklachten. “Dus sturen we de mensen jaarlijks naar de tandarts, oogarts en eventueel een podoloog”, zegt Verheyen. Ze begeleidt nu al zo'n zes procent van de grofweg 1.800 patiënten in het wijkgezondheidscentrum, dat pas anderhalf jaar geleden opende. “Al heb ik nog niet al onze patiënten met diabetes gezien. Heel wat mensen weten niet dat ze de ziekte hebben”, voegt ze eraan toe.

Haar kleine steekproef komt overeen met wat in heel Brussel groeit: al 8 procent van de volwassen Brusselaars lijdt nu aan een vorm van diabetes. Dat weet het nationaal gezondheidsinstituut Sciensano op basis van cijfers uit 2023. Dat is iets minder dan in Wallonië, waar bijna 9 procent van de volwassenen diabetes heeft, maar meer dan Vlaanderen (6,5 procent) of het nationale gemiddelde (7,4 procent). En, belangrijk, bijna veertig procent meer dan in 2007.

Overal in ons land neemt diabetes toe, gelinkt aan de vergrijzing en toegenomen overgewicht, en alle bekende cijfers blijven een onderschatting. Eén op de drie diabetes­patiënten zou nog niet weten dat die de ziekte heeft.

Bovendien zijn er forse verschillen naargelang de woonplaats: een recente publicatie door het Brusselse Observatorium voor Gezondheid en Welzijn toonde al dat liefst dertig procent van de 65-plussers in Molenbeek, Anderlecht of Sint-Joost-ten-Node aan diabetes lijdt. Ze baseren zich daarvoor op dezelfde cijfers van Sciensano, maar dan opgedeeld per gemeente. Diabetes komt wel twee tot drie keer minder voor in het zuidoosten van de stad.

31 procent

van de armste 65-plussers in Brussel kreeg de diagnose diabetes. Bij de rijkste Brusselaars is dat maar 11 procent.

Nog meer ingezoomd valt zelfs een duidelijke kaart op: in de armste wijken van Brussel kan liefst één op de vijf volwassen inwoners diabetes hebben, tegenover amper 2 à 4 procent in de rijkste buurten. Die arme wijken liggen doorgaans ten westen van het kanaal of in het noorden van de stad. Zijn de inwoners ouder, dan groeit hun kans op diabetes, al ziet de zorgsector ook die grens zakken. “Onlangs zag ik een nieuwe patiënte van 55 jaar. Dat is heel jong om nog je hele leven met diabetes voort te moeten”, zegt Eline Verheyen.

In het pas dit jaar opgerichte wijkgezondheidscentrum Peterbos in Anderlecht, een buurt met bekende sociale risico's, loopt het aantal diabetici al op tot “veertig procent van de patiënten boven de vijftig jaar”, zegt huisarts Peter Decat daar. “Soms hebben die mensen complicaties zoals wonden aan de benen, nierinsufficiëntie, blaasontstekingen of een verzwakt bloedvatenstelsel, met risico op hartinfarcten of trombose.” Decat waaide pas afgelopen januari over uit Gent en ziet in Anderlecht beduidend meer diabetes tijdens zijn consultaties, zegt hij. “Het is evident dat de tijd die we aan diabetes besteden ten koste gaat van aandacht voor andere aandoeningen of eventuele mentale klachten.”

Calorierijke voeding

Het hoge aantal diabetici in Brussel zet dus druk op de eerstelijnszorg. Dat dertig procent van de 65-plussers in kwetsbare wijken de diagnose al kreeg, verbaast endocrinoloog en diensthoofd Bart Keymeulen van de Diabeteskliniek in het UZ Brussel niet. “Het zijn er wellicht nog tien procent meer. In de ziekenhuizen zien wij maar het topje van de ijsberg, maar het klopt zeker dat wij meer patiënten uit Molenbeek zien dan uit de Vlaamse rand.” Inkomens en opleidings­niveau spelen daarbij een rol, zegt Keymeulen, maar ook het multiculturalisme van bepaalde Brusselse wijken.

“Diabetes type 2 is deels erfelijk en bepaalde etnische groepen hebben een hoger biologisch risico om de ziekte te ontwikkelen”, zegt hij. Het gaat om mensen uit Noord- en Sub-Sahara-Afrika, Oost-Europa, Zuid-Azië en Zuid-Amerika. Onder meer overgewicht komt bij die bevolkingsgroepen vaker voor, wat diabetes in de hand kan werken. “Je ziet wereldwijd dat obesitas en diabetes type 2 toenemen, maar dan vooral bij mensen met een etnische achtergrond uit die regio's. Dat is zo in Brussel, maar ook in Gent, Antwerpen of Londen. Alleen is zo'n etnische voorbestemming niet allesbepalend. Lifestyle, van voeding tot beweging, is vaak even belangrijk”, zegt Keymeulen.

“Mensen met grote financiële zorgen hebben andere dingen aan hun hoofd, waardoor ze niet of zelden naar de huisarts stappen”

Eline Verheyen

Verpleegkundige in wijkgezondheidscentrum Noordwijk

En daar speelt inkomen wél een rol, want wie minder geld voorhanden heeft, zal gemiddeld sneller voor calorierijke voeding kiezen. “Chips en frieten zijn goedkoper, maar ook makkelijker dan vers koken voor wie weinig tijd of motivatie heeft om gezond te leven. En wie in de buurt van het Zoniënwoud woont, kan veel eenvoudiger bewegen dan iemand uit Molenbeek”, zegt Keymeulen.

Daarnaast is zorg voor mensen in armoede minder top of mind. “Wij hebben de indruk dat mensen met grote financiële zorgen niet of zelden naar de huisarts stappen omdat ze andere dingen aan hun hoofd hebben”, zegt Eline Verheyen uit de Noordwijk. De kans op diabetescomplicaties, zoals aangetaste nieren, voeten, ogen of zelfs blindheid, ligt dan ook hoger in wijken met minder buurtgerichte zorg.

BRZ 20260513 1979 diabetes 2103115637

shutterstock

| “Diabetes type 2 is deels erfelijk en bepaalde etnische groepen hebben een hoger biologisch risico om de ziekte te ontwikkelen”, zegt Bart Keymeulen van de Diabeteskliniek in het UZ Brussel.

Toch speelt de etnische factor óók mee, erkennen alle zorgverleners, onder meer in gerichte preventie en opvolging. “De Vlaamse Diabetes Liga heeft een uitgebreid aanbod aan campagnemateriaal, maar alleen in het Nederlands. Aan Franstalige kant is dat ook zo. Ik maak nu zelf folders met zoveel mogelijk afbeeldingen, bijvoorbeeld van porties groenten op een bord, en leg soms iets letterlijk met handen en voeten uit aan de patiënt”, zegt Verheyen. Videotolken, familie of onthaalmedewerkers helpen haar bij het vertalen van de juiste behandelingen. “Wij proberen altijd iemand van de familie mee naar de afspraak te laten komen: dat is efficiënter dan tolken of anderstalige medewerkers”, zegt UZ-arts Keymeulen.

Verheyen ziet bovendien dat ingebakken culturele eetgewoonten diabetes in de hand kunnen werken. Die zijn moeilijk te counteren als individuele zorgverlener. “Twee koolhydraten combineren in één maaltijd, zoals couscous met brood, is niet zo gezond, maar dat soort preventie moet al vroeger en op jonge leeftijd in de scholen gebeuren”, zegt ze. Verheyen behelpt zich nu met campagnemateriaal uit Nederland, wél vertaald in het Arabisch.

Brute biologische pech

In zekere zin sukkelt een hoop anderstalige Brusselaars hier dus met een dubbel risico. Enerzijds brute biologische pech, anderzijds met een leven in gemiddeld dichtere, armere wijken met minder toegang tot zorg. Armoede veroorzaakt, los van taal, een hoop vermelde risicofactoren. “We moeten oppassen dat we de mensen niet zelf de schuld geven van hun ziekte”, vindt huisarts Decat uit de Peterboswijk. Dat is ook de visie van de Franstalige diabetesliga, meer actief in Brussel dan de Vlaamse.

Dat diabetesmedicatie zoals insuline sinds dit jaar niet langer volledig terug­betaald is, vindt Peter Decat “een slecht signaal” van de politiek. “Dat was net een van de weinige medicijnen die je tot voor kort gratis, zonder remgeld, kon verkrijgen”, zegt de huisarts. “Eén à twee euro remgeld per doosje klinkt niet veel, maar die patiënten moeten nog andere medicatie nemen. Dat loopt snel op tot zes euro per maand. En ja, dat is soms veel voor wie er het geld niet voor heeft. Mijn patiënten klagen daarover, maar goed, voorlopig haken ze nog niet af.”

In het UZ Brussel pleit endocrinoloog Bart Keymeulen net voor méér preventie om dat soort kosten te vermijden. “Zowat tien procent van het nationale budget van het RIZIV gaat naar diabetesmedicatie of complicaties van de patiënten”, schat hij. “Onderschat ook de effecten op invaliditeit niet. Diabetes heeft hoge kosten voor de samenleving”, benadrukt Keymeulen, onder meer door de vermelde druk op de eerste lijn, de medicatie en zelfs uitval op het werk. “Bij risicogroepen ontwikkelt de ziekte zich al op beroepsactieve leeftijd. Wie vaker moe is door slecht gecontroleerde diabetes, of al complicaties heeft, zal meer zorg nodig hebben en dus vaker afwezig zijn.” Op oudere leeftijd leggen diabetici dan weer druk op de rusthuizen, waar het personeel voor extra zorgtaken staat.

“Onderschat ook de effecten op invaliditeit niet. Diabetes heeft hoge kosten voor de samenleving.”

Bart Keymeulen

Diensthoofd Diabeteskliniek in het UZ Brussel

Keymeulen pleit daarom voor veel bredere en vroege screenings. “Eigenlijk moet je zélf op tijd een bloedafname vragen aan de huisarts, net zoals je je cholesterolwaarden wil kennen. Daarmee wacht je toch ook niet tot je een hartinfarct hebt? Laat iedereen vanaf veertig jaar af en toe zijn bloedsuikerspiegel meten. En voor etnische risicogroepen of mensen met diabetes in de familie zeg ik: vanaf twintig jaar.”

Preventie op jonge leeftijd

Net dat soort ziektepreventie blijkt in Brussel moeilijk uit te rollen: zowel voor borst- als darmkankerscreenings hinkt het gewest flink achterop met Vlaanderen. Huisarts Decat wil dan ook realistisch zijn. “Ik erken natuurlijk het belang van preventie, maar op de korte termijn is het efficiënter om te investeren in opvolging bij de huisarts. Zo kunnen we complicaties voorkomen en de levenskwaliteit van patiënten verbeteren”, vindt hij.

Op 3 juni biedt zijn wijkgezondheids­centrum wel vrijblijvende bloedsuikermetingen aan tijdens de Dag van de Gezondheid in Peterbos. Jaarlijks doet nog een andere, Franstalige organisatie dat op de markt van Abattoir. Aan Nederlandstalige kant promoot de Vlaamse Gemeenschapscommissie in wijken met een verhoogd risico op diabetes vooral de risicoscreeningstool FINDRISC, bedoeld om je eigen risico vanaf 45 jaar in te schatten. Dat doen ze samen met wijkgezondheidscentra en partnerorganisaties.

Wie volgens die vragenlijst een hoger diabetesrisico loopt, wordt doorverwezen naar gepaste begeleiding rond voeding of levensstijl. Er bestaan ten slotte patiëntengroepen die diabetici gezond helpen ontbijten of koken. Ook interculturele bemiddelaars kunnen mee inzetten op diabetes.

“De gezondheidszorg rond diabetes in ons land is heel goed, maar je moet natuurlijk tijdig naar de huisarts stappen voor opvolging. Taal, cultuur en kennis spelen een belangrijke rol in de toegang tot goede zorg, maar taal toch het meest”, besluit Bart Keymeulen van het UZ Brussel. “De diabetescijfers zullen niet dalen: het is een wereldwijde epidemie, niet exclusief Brussels. Patiëntenverenigingen doen hun best, maar uiteindelijk gaat preventie verder dan pure geneeskunde. Dat moet bijvoorbeeld rond eetgewoonten al op jonge leeftijd starten op de scholen.”