Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Longread

Pediater Daan Van Brusselen pleit voor ruime aanpak Good Move: 'Beter voor de kinderen'

Isabelle Vanhoutte
10/03/2026

Saskia Vanderstichelen

| Kinderarts Daan Van Brusselen: “Er zijn nog altijd te veel kinderen in Brussel met astma, of kinderen van wie de longen minder goed ontwikkelen omdat ze blootgesteld zijn aan hoge uitstoot"

Voor pediater Daan Van Brusselen is de nieuwe versie van Good Move, met focus vooral op scholen, een te beperkte keuze van de Brusselse regering. Van Brusselen schreef onlangs een boek over milieugerelateerde aandoeningen bij kinderen. “Het risico is dat je het probleem te versnipperd aanpakt. Kinderen leven niet alleen op school.”

In een perkje op de kruising tussen de Wetstraat en de kleine Ring, staat een grijze paal met daaraan een luchtkwaliteitsmeter bevestigd. Die monitort al jaren de luchtkwaliteit op het drukke verkeerspunt. De afgelopen jaren was er een duidelijke trend: de gemeten luchtvervuiling raakte sinds 2018 in een vrije val. Er werden maar liefst 46 procent minder schadelijke stoffen in de lucht gemeten.

Goed nieuws, maar toch blijft luchtverontreiniging een structureel gezondheidsprobleem, ook in Brussel, vooral voor jonge kinderen. Ondanks de verbetering zit de Brusselse lucht nog altijd boven de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat is waarom het Gewest er moet blijven op inzetten, stelt kinderarts en onderzoeker Daan Van Brusselen. Wie de gezondheid van jonge kinderen beschermt, doet immers zoveel meer, zegt hij.

Van Brusselen weet waarover hij spreekt. Hij publiceerde recent Dagboek van een kinderarts zonder grenzen – over milieu en gezondheid van kinderen, een boek waarin hij vertelt over zijn ervaringen in talrijke kinderziekenhuizen overal ter wereld, en waar hij ook – dichter bij huis – focust op de impact van luchtvervuiling op kinderlongen.

“Brussel stond vroeger in de top tien van de meest vervuilde steden qua luchtkwaliteit in Europa. Dat is vandaag niet langer zo. Dat is belangrijk om te erkennen”, stelt Van Brusselen. “Veel Europese steden tekenden de afgelopen tien à vijftien jaar voor een duidelijke daling van bepaalde luchtvervuilende stoffen. Dat is geen toeval: strengere Europese normen, technologische verbeteringen aan voertuigen en maatregelen zoals de lage-emissiezone tonen hun concreet effect.”

Toch zijn we er nog niet, stelt de arts. “Er zijn nog altijd te veel kinderen in Brussel met astma, of kinderen van wie de longen minder goed ontwikkelen omdat ze blootgesteld zijn aan hoge uitstoot. Die effecten laten zich een leven lang voelen.”

Van Brusselens thuisstad is Antwerpen, waar hij kinderarts is in het ZAS-ziekenhuis. Hij is ook verbonden aan de UAntwerpen. Toen in aanloop naar de Oosterweelwerken de eerste plannen voor het overkappen van de Antwerpse Ring kwamen, onderzocht hij met zijn team wat een volledige overkapping zou betekenen voor de gezondheid van de omwonenden. “Volgens berekeningen zouden er jaarlijks 21 doden minder vallen in een straal van 1.500 meter rond de Ring.”

“Baby’s in buggy’s, peuters en kleuters bevinden zich laag bij de grond, op het niveau van uitlaatpijpen”

Daan Van Busselen

Kinderarts

Ook in Brussel eist slechte luchtkwaliteit vandaag nog altijd levens. Leefmilieu Brussel schatte dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de blootstelling aan luchtvervuilende stoffen in 2024 leidde tot meer dan zeshonderd vroegtijdige overlijdens.
Die sterftegevallen vormen het topje van de piramide, duidt Van Brusselen. “De sterftecijfers gaan over de allerzwaksten, mensen met een longaandoening of een aangeboren ziekte. Daaronder zit een hele groep van mensen die vaker moeten puffen, meer astma ontwikkelen, of vaker opgenomen worden in het ziekenhuis.”

Jonge kinderen zijn extra kwetsbaar voor luchtvervuiling. “Ze ademen sneller dan volwassenen en nemen zo relatief meer vervuilde lucht op. De luchtwegen van jonge kindjes zijn nog heel smal, waardoor ontstekingen grote gevolgen kunnen hebben, bijvoorbeeld bij een RSV-besmetting. Ook zijn hun organen nog volop in ontwikkeling. Longen, immuunsysteem, hersenen: alles wordt nog gevormd. Schade die je daar oploopt, neem je mee voor de rest van je leven.”

Daar komt nog een praktisch aspect bij: hoogte. “Baby’s in buggy’s, peuters en kleuters bevinden zich laag bij de grond, op het niveau van uitlaatpijpen. Precies daar zijn de concentraties vaak het hoogst.”

‘Street canyons’

Eén stof die in Brussel bijzondere aandacht verdient, is wel stikstofdioxide (NO₂). “Minder NO₂ in de lucht betekent minder astma, en er is ook een heel duidelijk effect op de longcapaciteit die kinderen ontwikkelen”, zegt Van Brusselen. “Die longcapaciteit bepaalt dan weer hoe sterk of zwak je longen zijn voor de rest van je leven.”

NO₂ hangt sterk samen met uitstoot door het verkeer, en kan heel lokaal pieken. “Daarom kijk je best niet naar stadsgemiddelden, maar naar specifieke straten. Vooral in drukke straten met veel verkeer en weinig ventilatie – de zogenoemde street canyons – blijft NO₂ hangen”, stelt Van Brusselen. Zo scoorde bijvoorbeeld de kanaalzone ter hoogte van de Vlaamsesteenweg extreem slecht tijdens het burgeronderzoek in 2021 van Curieuzenair, net als de Schildknaapstraat in het centrum, met hoge gebouwen en veel verkeer.

Brussel heeft de afgelopen jaren dan ook sterk ingezet op verschillende maatregelen om de luchtkwaliteit aan te pakken: de lage-emissiezone, voetgangerszones, schoolstraten of het Good Move-plan dat autoverkeer wilde verminderen. “Die maatregelen werken”, zegt kinderarts Van Brusselen. “Daar bestaat weinig twijfel over.”

Toch zijn de maatregelen niet overal even populair. De protesten tegen Good Move leidden de afgelopen jaren tot heel wat onrust – de impact op de lokale economie en problemen met bereikbaarheid waren voor velen moeilijk te verteren. In het nieuwe Brusselse regeerakkoord werd daarom het symbooldossier Good Move geschrapt, al blijven de grote principes wel overeind: de zone 30 blijft bestaan net als de ambitie om het autoverkeer terug te dringen en alternatieven te stimuleren. De omstreden circulatieplannen in verschillende wijken worden wel bijgestuurd, met kleinere zones, vooral rond scholen.

De focus verschuift zo naar zones waar veel jonge kinderen komen. Vandaag ligt ongeveer 11 procent van alle Brusselse scholen in een schoolstraat. Het aantal schoolstraten nam de afgelopen jaren toe, vooral in gemeenten zoals Sint-Gillis, Vorst en Brussel-Stad. Toch gaat de uitbreiding van schoolstraten nog veel te traag, vindt ook Pierre Dornier van vzw Les Chercheurs d’Air, een organisatie die strijdt voor betere luchtkwaliteit in Brussel. “Brussel heeft nu ongeveer vijftig schoolstraten. Dat is weinig, zeker in vergelijking met steden zoals Parijs, dat meer dan driehonderd schoolstraten telt, waarvan er meer dan honderd volledig autovrij en vergroend zijn”, aldus Dornier.

593d55a2-brz202511121956schoolstraat2dekenijstraatukkelruescolaircsaskiavanderstichele.jpg

Pierre Dornier van vzw Les Chercheurs d’Air: “Brussel heeft nu ongeveer vijftig schoolstraten. Dat is weinig, zeker in vergelijking met steden zoals Parijs, dat meer dan driehonderd schoolstraten telt, waarvan er meer dan honderd volledig autovrij en vergroend zijn”

Ecole Communale du Centre in Ukkel ligt in een erkende schoolstraat, en alvast directeur Dominique Verlinden vindt dat op alle vlakken een goede zaak.

“Onze straat telt twee scholen: École du Centre en het Collège Saint-Pierre. Daardoor was er vroeger veel autoverkeer. Nu dat verkeer tussen 8 en 9 uur wegvalt, krijgen we elke ochtend letterlijk een uur rust in een straat die normaal erg druk is. Dat is voor iedereen een grote verbetering. De dag start meteen ook veel positiever.”

“In de avond is het moeilijker, omdat kinderen op verschillende momenten naar huis gaan, tussen ongeveer 15.30 en 18.30 uur. De straat meerdere uren afsluiten gaat in de praktijk moeilijk, want het gaat om een belangrijke doorgangsweg.”

Daan Van Brusselen plaatst een kant­tekening bij die focus op specifieke plekken, zoals scholen. “Het risico is dat je het probleem zo te versnipperd aanpakt. Kinderen leven niet alleen op school. Jonge kinderen die in straten met hogere luchtvervuiling wonen of er naar de crèche gaan, belanden vaker in het ziekenhuis met ernstige luchtweginfecties, zoals RSV. Dat heb je niet mee als je je enkel op schoolbuurten focust.”

Kleine verschillen, grote effecten

Verkeer staat vaak centraal in de aanpak, toch is dat niet de enige bron van luchtvervuiling. “Voor fijnstof is houtverbranding bijvoorbeeld een enorme factor”, zegt Van Brusselen. “Houtkachels kunnen tot veertig procent van de jaarlijkse fijnstofuitstoot veroorzaken, terwijl er maar enkele maanden per jaar wordt gestookt.” Ook de binnenlucht komt in beeld. “Gasfornuizen en houtkachels hebben een duidelijke impact op de binnenlucht. Of bij wokken komt er bijvoorbeeld enorm veel fijnstof vrij.”

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren spectaculair vooruitging, is het belangrijk om nog door te zetten, stelt Van Brusselen. “Kleine verschillen in luchtkwaliteit kunnen grote gezondheidseffecten hebben, zeker bij kinderen. Als je die laatste procenten luchtkwaliteit verbetert, krijg je waarschijnlijk meer gezondheidswinst dan wanneer je het in extreem vervuilde steden twintig procent beter zou doen”, legt hij uit.

“Luchtvervuiling is geen lineair probleem. Als dat wel zo was, zouden mensen in steden als Delhi of Mumbai massaal doodvallen op straat, en dat gebeurt niet. Dat wil niet zeggen dat die vervuiling daar geen probleem is, maar wel dat het effect van extra verbetering hier, in steden zoals Brussel, relatief groot is.”

“Nu het verkeer tussen 8 en 9 uur wegvalt, krijgen we rust in een straat die normaal erg druk is”

Dominique Verlinden

Directeur Ecole Communale du Centre in Ukkel

Luchtvervuiling en milieuschade stoppen niet aan de stadsgrenzen. De keuzes die lokaal worden gemaakt, hebben ook gevolgen elders in de wereld. Van Brusselen verwijst in zijn boek naar het One Health-principe, dat mens, milieu en planeet als één geheel beschouwt. “Minder verkeer betekent minder CO₂, dus globaal minder klimaatopwarming, maar het betekent ook dat er lokaal minder kinderen in het ziekenhuis belanden.”

Nevenschade

Volgens Van Brusselen is dat lokale aspect vaak onderschat. “Klimaat voelt abstract. Maar als je beseft dat je door een dieselwagen te laten staan, letterlijk de gezondheid van kinderen in je straat verbetert, wordt het concreet.”

“We moeten stoppen met doen alsof kinderblootstelling een soort nevenschade is van economische activiteit. Blootstelling van kinderen is geen collateral damage.” Van Brusselen pleit daarom voor een beleid dat kinderen centraal stelt. “Omdat ze tijdens de eerste duizend dagen van hun ontwikkeling zo gevoelig zijn, ontwikkelen ze als eerste problemen. Het is aan beleidsmakers om die problemen te voorkomen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Gezondheid , Mobiliteit , Good Move