Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Welzijnsbarometer: ‘Wie arm is in Brussel, leeft korter’

Eva Christiaens
© BRUZZ
15/04/2026

photonews

Brussel verarmt en de hoge woonkosten doen de ongelijkheid in de hoofdstad alleen maar aanzwellen. Dat blijkt uit de nieuwste Welzijnsbarometer van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn. “De levensverwachting in Molenbeek is vijf jaar korter dan in Sint-Pieters-Woluwe.”

Wonen
kost armste Brusselaars het meest

Is een dak boven je hoofd in Brussel stilaan een luxegoed? In elk geval betalen de armste Brusselaars er naar verhouding een pak meer voor dan rijkere stadsbewoners. Voor de twintig procent laagste inkomensgroepen in Brussel kost huisvesting, inclusief alle toebehoren zoals energie en water, zowat de helft van hun maandelijks inkomen. Daarentegen besteden de twintig procent rijkste Brusselaars maar zo'n tien procent van hun inkomen aan wonen. Dat vergroot de ongelijkheid binnen Brussel, maar ook ten opzichte van de rest van het land.

“Wonen is hier duurder dan elders. Er zijn dus niet alleen meer Brusselaars met een laag inkomen, maar de woonlasten wegen ook zwaarder, waardoor er nog minder geld overblijft”, zegt onderzoekster Marion Englert van Vivalis, de Brusselse overheidsinstelling die bevoegd is voor gezondheid, welzijn en sociale bijstand.

De armste Brusselaars hebben na aftrek van hun woonkosten gemiddeld nog maar dertien euro per persoon per dag ter beschikking voor alle andere uitgaven, weet Vivalis. Liefst dertien procent van de Brusselse gezinnen ondervindt energiedeprivatie, wat wil zeggen dat ze hun woning niet kunnen verwarmen of hun elektriciteits- of gas­facturen niet kunnen betalen. Een kwart van de Brusselaars woont in een woning met ernstige gebreken, zoals vocht of te weinig licht, en dertig procent van de Brusselaars in een woning die overbezet is, of liever: te klein voor de gezinssamenstelling.

“De armste Brusselaars hebben na aftrek van hun woonkosten maar dertien euro per persoon per dag over voor hun uitgaven.”

Marion Englert

Onderzoekster bij Vivalis

“Dat soort indicatoren wordt niet meegeteld in de officiële berekening van het armoederisicocijfer”, zegt Englert, een risico dat volgens nationale enquêtes lichtjes daalt in de voorbije vijf jaar. Een kwart van de Brusselaars leeft nu nog met een inkomen onder die armoederisicogrens. Alleen: dat risicocijfer houdt enkel rekening met inkomsten, en niet met iemands reële levenskosten. Een alleenstaande loopt in België risico op armoede bij minder dan 1.565 euro aan inkomsten per maand, een koppel met twee kinderen bij minder dan 3.286 euro. “Maar het aantal Brusselaars dat zich geen onverwachte uitgave kan veroorloven of niet elke twee dagen proteïnen kan eten, neemt intussen wel toe”, zegt Englert.

Mensen zonder papieren, daklozen en bewoners van rusthuizen zitten trouwens niet in die indicatoren vervat, benadrukt ze. Zowat de helft van alle sans-papiers in België verblijft in Brussel, naar schatting meer dan 50.000 personen. Verhoudings­gewijs zouden in Sint-Gillis en Brussel-Stad zelfs al meer dan één op de veertien inwoners geen geldige verblijfspapieren hebben. “In het algemeen groeit de precariteit dus zeker wél, wat we ook zien aan het groeiende aantal gezinnen op de wachtlijst voor sociale woningen (een stijging met 80 procent in vijftien jaar tijd, red.) en het aantal dakloze personen (net geen tienduizend mensen in 2024, red.)”, zegt Englert.

De levenskosten in de hoofdstad liggen dus hoog en vooral de woonkosten zijn moeilijk te drukken voor wie minder verdient. “Een deel van hen verhuist daarom naar verdere steden, zoals Charleroi of La Louvière”, zegt Marion Englert. “We weten dat er in het algemeen veel verhuismobiliteit is. Dat betekent dat een deel van de mensen in armoede nieuw is. Alleen weten we nog niet of Brussel die mensen effectief kansen biedt op opwaartse sociale mobiliteit.” Dat vraagt bijkomend onderzoek, net als de verhuisbewegingen van armere Brusselaars.

Leeflonen
zullen werkloosheidsuitkeringen inhalen

Een extra uitdaging voor ditzelfde jaar is de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen. Sinds 1 april is een grote groep Brusselaars die uitkering kwijt, na een eerste golf in januari en tweede golf in maart. Na de laatste golf in juli volgend jaar zullen samen 37.751 Brusselaars hun uitkering zijn verloren, volgens de jongste cijfers van de RVA. Een deel kan wel aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. Naar verwachting een derde tot de helft van die groep zal dat ook doen of is er al mee bezig.

“Dat zal een sterke groei van het aantal personen bij het OCMW met zich meebrengen, terwijl die groei al aan de gang was”, zegt Marion Englert, bijvoorbeeld door hervormingen van de inschakelingsuitkeringen voor jongeren. Tussen 2013 en 2025 steeg het aantal leefloongerechtigden in Brussel met liefst 66 procent, terwijl het aantal personen met een werkloosheidsuitkering met 35 procent daalde. Bij jongeren tussen 18 en 24 jaar oud verdubbelde het aantal leeflonen zelfs in diezelfde periode, tegenover een felle daling van 75 procent in het aantal werkloosheidsuitkeringen.

15 procent

van de Brusselse jongeren tussen 18 en 24 krijgt een leefloon 

Vorig jaar ontving al vijftien procent van de Brusselse jongeren in die leeftijdsgroep een leefloon, ofwel een equivalent leefloon in het geval van asielzoekers. Dat wil zeggen dat bijna één op de zes Brusselse jongeren leeft van zo'n vervangingsinkomen. Bij Brusselse 65-plussers geniet trouwens net zo goed veertien procent van een inkomensgarantie (IGO). De stijging gaat bij beide groepen sneller dan in de rest van ons land.

“Eén op de zes is een enorm cijfer voor onze jeugd, en in het algemeen staan de OCMW's al onder grote druk”, zegt Englert. “Het aantal mensen met een leefloon of andere hulp van het OCMW zal onvermijdelijk toenemen. We zullen pas over een jaar weten in welke mate precies, maar het is al zeker dat het aantal leeflonen in Brussel het aantal RVA-uitkeringen zal overtreffen.”

Vorig jaar ontvingen in Brussel nog iets meer dan 50.000 mensen zo'n werkloosheidsuitkering van de RVA, maar ook al meer dan 47.000 mensen een leefloon. Die verdeling zal dit jaar omkeren en wellicht verder spreiden. “Het is duidelijk dat de armste gemeenten de hoogste financierings­noden zullen hebben”, besluit Englert.

In Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Anderlecht en Schaarbeek ontvangt grofweg één op de tien volwassen inwoners nu al een leefloon, ten opzichte van maar 1,9 procent van diezelfde leeftijdsgroep (18-64 jaar) in Sint-Pieters-Woluwe. Die uitkeringen liggen telkens onder de armoederisicogrens. In datzelfde Molenbeek, Anderlecht en Sint-Joost zal naar verwachting nog eens 6 à 7 procent van de inwoners (in diezelfde leeftijdscategorie) hun RVA-uitkering verliezen.

Kinderen
dragen armoede lang mee

Het spreekt voor zich dat ook de jongste Brusselaars die armoede mee ondervinden. Lage gezinsinkomens veroorzaken een algemeen armoederisicocijfer van 32 procent onder de Brusselse jeugd. Dat is hoger dan het armoederisicocijfer voor de Brusselaars in het algemeen en gaat vaak gepaard met slechte leefomstandigheden in krappe of ongezonde woningen.

Ruim zes op de tien kinderen in heel Brussel hebben recht op een sociale toeslag in de kinderbijslag – een systeem dat sinds 2020 in voege is voor gezinnen met een bescheiden jaarinkomen. Het gaat om een toeslag boven op het basisbedrag. Alleen is ook die sterk verschillend per gemeente: in Molenbeek en Sint-Joost heeft bijna tachtig procent van de kinderen recht op zo'n toeslag, ten opzichte van minder dan dertig procent in Sint-Pieters-Woluwe.

60 procent

van de kinderen in heel Brussel heeft recht op een sociale toeslag in de kinderbijslag 
 

De effecten van eventuele kinderarmoede zijn niet eenduidig te bepalen, maar Vivalis toont wél een zichtbaar verband met schooluitval en -achterstand. Die percentages liggen opnieuw beduidend hoger in armere gemeenten en vooral in het beroepsonderwijs. In Sint-Joost-ten-Node zou tot een kwart van de jongeren in het middelbaar onderwijs minstens twee jaar achterstand oplopen. In Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis en Brussel-Stad is dat telkens ongeveer een vijfde, tegenover 'maar' een tiende van de jongeren in de zuidoostelijke gemeenten van het gewest. Nieuwkomers in onthaalklassen zijn hier nog niet in meegerekend.

“In een gezin waar de ouders werkloos zijn of een onzekere job hebben, waar de woning ongezond of overbezet is, ondervindt iedereen gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid, ook de kinderen”, zegt Marion Englert. “De leefomstandigheden hebben een invloed op de schoolloopbaan, en schooluitval heeft op zijn beurt natuurlijk een impact op de latere jobkansen. Het is een vicieuze cirkel.”

Precies het schoolverzuim groeit trouwens sinds de coronajaren, mogelijk door een algemene terugval in mentale gezondheid bij jongeren, maar wel vooral in Brussel.

Eenzaamheid
blijft hoog

Die dip in mentale gezondheid zit dan ook breder dan de jongeren alleen. “Bij alle leeftijdsgroepen zie je dat de niveaus van angststoornissen en depressies nog niet gedaald zijn naar hun oude niveau”, zegt Marion Englert. Bijna een vijfde van alle Brusselaars zou symptomen van angst of depressie vertonen, leerde de laatste gezondheidsenquête van Sciensano daarover. Die mentale gezondheidsklachten vormen in toenemende mate een reden of aanleiding tot invaliditeit op het werk, vooral bij vrouwen en vooral bij arbeiders.

Daarnaast sukkelen veel Brusselaars met aanhoudende eenzaamheid en isolement. Tot zes procent zou op maandbasis geen enkele vriend of familielid zien buiten het eigen huishouden. Dat is dubbel zoveel als in de rest van het land en het uit zich in negatieve gevoelens: acht procent van de Brusselaars zegt zich de voorbije maand eenzaam te hebben gevoeld. Het gaat wel om cijfers uit diezelfde coronaperiode (via Statbel in 2022), maar de link met sociale factoren zoals inkomen blijft overeind.

“Er is evengoed een grote groep Brusselaars die helemaal niet aan eenzaamheid lijdt”, benadrukt Marion Englert, “maar net dat maakt het zo gepolariseerd. Als je werkloos of inactief bent, loop je meer risico op eenzaamheid. Alleenstaanden of eenoudergezinnen lopen meer kans op isolatie dan koppels met of zonder kinderen. En zij komen in Brussel nu eenmaal vaker voor.” Een laatste, enigszins afwijkende risicogroep zijn de internationale expats, die hier vaak ver van hun familie wonen.

Gezondheid
volgt ongelijkheid

Hoe kan de Brusselse regering en vooral de gezondheidspreventie hier dan op inspelen? De levensomstandigheden van veel Brusselaars hebben in elk geval een duidelijk effect op hun gezondheid: in de armste gemeenten ligt de levensverwachting maar liefst vijf jaar lager dan in de rijkste hoeken van Brussel.

30 procent

van de armste 65-plussers in Brussel lijdt aan diabetes, drie keer zoveel als hun rijkste leeftijdsgenoten

38 procent van de armste Brusselaars heeft dan ook al zorg moeten uitstellen, tegenover minder dan vier procent van de rijkere inwoners van de stad. Als het gaat om preventieve screenings, bijvoorbeeld rond borstkanker, ligt de deelname bij lagere inkomensgroepen fors lager dan bij rijkere Brusselaars. En zeer concreet komen bepaalde ziekten, zoals diabetes, veel vaker voor bij wie het minder breed heeft: in Brussel lijdt dertig procent van de armste 65-plussers aan diabetes, drie keer zoveel als hun rijkste leeftijdsgenoten. Vivalis heeft die ziektecijfers nu voor het eerst per inkomenscategorie samengevat.

Die ongelijkheid en vooral de geografische spreiding ervan in Brussel is trouwens niet nieuw, maar al decennia stabiel. Wel is het goed mogelijk dat de schrapping van heel wat werkloosheidsuitkeringen de verschillen nog verder zal uitdiepen, waarschuwt Englert. “Op de korte en middellange termijn is het waarschijnlijk dat de armoede zal toenemen onder gezinnen die een direct inkomensverlies lijden”, zegt ze, als dat verlies niet wordt opgevangen door een leefloon of andere uitkering. Het rapport spreekt zelfs over een risico op 'blijvende effecten van de federale maatregel'.

Is de politieke verantwoordelijkheid voor die inkomensval louter federaal? “Betaalbare en sociale woningen, maar ook goede zorg en gezondheidspreventie op wijkniveau, blijven Brusselse aangelegenheden”, zegt ze.

Hoe zwaar weegt wonen op jouw budget? Vergelijk jezelf met jouw inkomensgroep via de BRUZZ-simulator.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Gezondheid , Samenleving , Vivalis , armoede , Diabetes , wooncrisis , eenzaamheid , levensverwachting , Marion Englert