Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
10 jaar na de aanslagen

Jongeren uit ‘terroristengemeente’ zijn negatieve framing beu: 'Ben trots op Molenbeek'

Maria Saldi
© BRUZZ
17/03/2026

Tiene Carlier

| Nabil Fallah (31) is geboren en getogen Molenbekenaar

Donald Trump noemde Molenbeek een hellhole en Conner Rousseau voelt er zich niet in België. Tijd om tien jaar na 22 maart 2016 vijf jonge Molenbekenaars zelf te laten vertellen hoe het was om op te groeien met de wantrouwende ogen van de wereld op zich gericht. Dat doen ze liefst voor de laatste keer. “Het belangrijkste is om je er niet voor te schamen dat je van hier bent.”

Dat de aanslagen in Maalbeek en Zaventem tien jaar geleden zijn, zullen de jeugdwerkers in Molenbeek geweten hebben. BRUZZ blijkt niet het enige medium te zijn dat wil weten hoe het met de Molenbeekse jeugd is gesteld, tien jaar na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. “De VRT is al langsgekomen, straks komt de RTBF, en vanavond Le Soir. Daarna is het genoeg geweest”, vertelt jeugdwerkcoördinator Bachir M’Rabet in zijn kantoor bij Foyer vzw. “Zelfs een Japanse krant wil een reportage maken over Molenbeek. Het is vermoeiend om telkens dezelfde vragen te krijgen. Een journalist vroeg aan mijn collega of er zich nog ergens terroristen in Molenbeek schuilhouden. Dat iemand zoiets maar durft te vragen, vind ik hallucinant.”

Een van de animatrices bij Foyer, Ihsane Ben Moussa, woont al heel haar leven in Molenbeek. Op de dag van de aanslagen in Zaventem en in het metrostation van Maalbeek was ze veertien. “Mijn eerste vraag meteen na het nieuws over de aanslagen was of ik iemand van de slachtoffers kende. Dat sommige daders een link met Molenbeek hadden, daar schonk ik geen aandacht aan. Ze hadden net zo goed van Elsene of een andere gemeente kunnen komen. Voor mij zijn dat gewoon mensen die een vreselijke daad hebben gepleegd.”

“Door die paar personen werd het imago van iedereen in Molenbeek bezoedeld”, vertelt Ihsane. “Eerlijk gezegd, heb ik zelf weinig discriminatie gemerkt tijdens mijn jeugd en jongvolwassenheid. Mijn leven speelt zich voornamelijk af in Molenbeek, ik zit in mijn bubbel, al hoorde ik mijn ouders weleens zeggen dat ze bang waren voor vooroordelen.”

“Op het moment van de aanslagen was ik nog zo jong dat het niet in me opkwam om daar iets aan te doen. Enkele jaren later wel. Ik wilde mezelf bewijzen en een ander beeld van Molenbeek tonen, al is het jammer dat we ons überhaupt moeten bewijzen. Als Molenbekenaar is dat je verantwoordelijkheid. Het belangrijkste is om je er niet over te schamen dat je van hier bent. Als je toont dat je je schaamt, wordt het ook een schande.”

Uitgescholden

Vier dagen voor de aanslagen in Brussel, op 18 maart 2016, werd Salah Abdeslam opgepakt in de Vierwindenstraat in Molenbeek. Hij werd toen al vier maanden gezocht voor zijn rol bij de aanslagen in Parijs in november 2015, die hij als enige terrorist overleefde. Hij liet zijn explosievengordel niet ontploffen. Kinderverzorgster Souheila (24) woonde op het moment van zijn aanhouding in een straat die naast die van Abdeslams schuilplaats ligt. “Op die dag was de straat plots afgesloten en was er overal politie. Ik was, net als iedereen rond mij, in paniek, en raakte in die periode maar moeilijk in slaap. Na de aanslagen was ik lange tijd bang om de metro te nemen, mijn moeder moest me elke dag afzetten aan de school. Op de luchthaven van Zaventem durfde ik pas twee jaar later voor het eerst terug te komen.”

22b744ff-18-younesmimatienecarlier.jpg

Tiene Carlier

| Younes El Montasser (35) voelde zich dubbel geraakt door de aanslagen. “Eén keer als burger die rouwt om zijn medeburgers, en nog een keer omdat ik gezien werd als verdachte, omdat ik op de daders leek.”

Behalve de schrik die ze opliep na de aanslagen was Souheila ook bang om opnieuw naar school te gaan. “Ik dacht dat de leerkrachten raar naar mij en andere moslimleerlingen zouden kijken. Dat bleek gelukkig niet het geval. Leraren drukten ons op het hart dat het niet onze schuld was. Thuis en op school voelde ik me veilig, maar op straat was het anders. In de maanden na de aanslagen kreeg ik veel vieze blikken toegeworpen. Eén keer achtervolgde een man me. Hij riep naar me en schold me uit voor terrorist. Ik dacht toen bij mezelf: ‘Ik ben vijftien jaar en ik heb niets gedaan, waarom gebeurt dit?’”

Younes El Montasser (35) herkent dat gevoel en geeft aan dat hij als moslim uit Molenbeek dubbel werd geraakt door de aanslagen. “Eén keer als burger die rouwt om zijn medeburgers, en nog een keer omdat ik gezien werd als verdachte, omdat ik op de daders leek.”

Younes richtte vorig jaar het buurtcollectief ‘Ik ben België, je suis la Belgique’ op om Brusselaars en Vlamingen dichter bij elkaar te brengen. Hij is, zoals veel andere Molenbekenaars die BRUZZ contacteert, terughoudend om een interview te geven over de aanslagen. “Ik wil af van het hokje ‘de Molenbeekse jongere’, dat creëert een wij-zij-denken. Ik wil niet Younes van Molenbeek zijn, ik wil Younes met die muzieksmaak en deze passies zijn. Ik zeg niet dat we moeten stoppen met praten over de aanslagen, dat immense drama moeten we herdenken. Wel moeten we stoppen met doen alsof alle jonge Molenbekenaars, of alle Noord-Afrikaanse jongeren, kans lopen om te radicaliseren. Dat creëert net een defensieve reflex.”

Bang van de buurjongens

“Toen ik de namen las, was ik geschrokken”, vertelt geboren en getogen Molenbekenaar Nabil Fallah (31) over de terroristen die opgroeiden in Molenbeek. “Niet dat ik vrienden was met de Abdeslams, maar ze woonden een straat verder en ik wist wie ze waren. In de jaren voor de aanslagen merkte ik wel dat sommige jongeren meer in hun geloof gingen staan, maar aan radicaliseren dacht ik niet. Als je naar het nieuws keek, leek het misschien alsof we hier allemaal wisten wat er zat aan te komen, maar niemand van de buurt had zoiets verwacht.”

“Niet dat ik vrienden was met de Abdeslams, maar ze woonden een straat verder en ik wist wie ze waren"

Nabil Fallah

“Iedereen in Molenbeek reageerde op zijn manier”, zegt Foyer-coördinator Bachir M’Rabet. “Sommige inwoners werden bang van hun buurjongens, sommigen trokken weg uit Molenbeek uit schrik voor het adres op hun cv, anderen werden net heel trots op hun wijk. Wat volgde was collectieve therapie. Organisaties trokken ouders, jongeren en buurtbewoners aan de haren om samen te zitten en te praten met elkaar over dat trauma.”

In de nasleep van de aanslagen ontstonden massaal antiradicaliseringsprojecten in Molenbeek. Ihsane herinnert zich dat ze uitleg over preventie kreeg op school en op de jeugdbeweging. “Ze waarschuwden ons dat we altijd ons eigen onderzoek moeten doen en ons niet mochten laten indoctrineren. Ik had zelf niemand nodig om me te vertellen dat mijn geloof tegenstrijdig is met dat soort daden, maar voor anderen kon het misschien nuttig zijn. Hoe meer er over radicalisering gepraat wordt, hoe meer het uit de taboesfeer wordt gehaald.”

Toen Nabil na zijn studies boekhouden besefte dat zijn hart niet bij cijfers, maar bij jongeren lag, begon hij in 2017 als jeugdwerker te werken. “Officieel had mijn project het doel om te voorkomen dat jongeren radicaliseerden, maar toen al bleek dat jongeren daar helemaal niet meer mee bezig waren. Dat hoofdstuk is hier al lang afgesloten.”

Dat beaamt Olivier Vanderhaegen, tot 2020 preventieambtenaar en radicaliseringsexpert in Molenbeek. Dat er vandaag in Molenbeek amper nog over radicalisering wordt gesproken, is volgens hem het resultaat van een samenspel van factoren. “IS is al jaren verzwakt en voert ook geen pr-campagne meer om ‘vrijheidsstrijders’ te ronselen. De aanslagen in Europa waren een keerpunt. Plots hadden we woorden om het monster te benoemen, en konden we beginnen met jongeren te sensibiliseren. Er lopen geen recruiters meer in de wijken zoals voordien. Als er al radicalisering is, gebeurt het online. We moeten niet alleen waakzaam blijven voor islamistische radicalisering, maar ook voor extreemrechtse en intolerante discours.”

Rijk Molenbeek

“We zitten nu met een ander soort problematiek dan religieuze radicalisering”, zegt Nabil, nog altijd jeugdwerker in Molenbeek. “Jongeren grijpen steeds makkelijker en op jongere leeftijd naar geweld, en tonen dat zelfs op sociale media. Jeugdorganisaties trokken daarover vijf, zes jaar geleden al aan de alarmbel, terwijl de overheid nog gefocust was op radicalisering. In plaats van achteraf met repressie te reageren, moeten we preventief werken. Een jongere die bijvoorbeeld geen studentenjob vindt en makkelijk in de wereld van drugsgeweld kan vervallen, moet zien welke positieve tijdsbestedingen er bestaan.”

61d20588-2-ihsanefoyertienecarlier-6.jpg

Tiene Carlier

| Ihsane Ben Moussa: "Dat sommige daders een link met Molenbeek hadden, daar schonk ik geen aandacht aan. Ze hadden net zo goed van Elsene of een andere gemeente kunnen komen.”

Nabil verhuisde zes jaar geleden vanuit Molenbeek naar Dilbeek om een gezin te stichten. “Eerder toevallig, ik zou gerust weer in Molenbeek kunnen wonen. Ik merk wel dat veel leeftijdsgenoten zijn weggetrokken, om hun kinderen te laten opgroeien op een plek waar het rustiger is en ze meer kansen krijgen. Toch denk ik dat mijn generatie veel nieuwe kansen heeft gecreëerd die er voor ons niet waren. In jeugdorganisaties kon je vroeger enkel voetballen of basketten en af en toe misschien eens pingpongen. Veel Molenbekenaars van mijn leeftijd zagen hun toekomst als buschauffeur bij de MIVB. Nu nemen we jongeren mee op reis, we laten ze proeven van een breed aanbod. Dat vergroot het toekomstperspectief van de nieuwe generatie.”

“Als veertienjarige hoorde ik dat Molenbeek een uitvalsbasis was voor terroristen, dat wij de slechtste gemeente van Brussel zijn”, vertelt Oussama (24), laatstejaarsstudent opvoeder. “Wie dat zegt, komt hier duidelijk niet vaak. Molenbeek is rijk door zijn multiculturaliteit: waar je ook vandaan komt, je voelt je thuis. Ik wil ons niet als slachtoffers afschilderen, dat mensen tegen ons zijn, trekken we ons niet te veel aan. Ik denk dat vooral de iets oudere generatie last heeft ondervonden van dat negatieve imago, ik was nog een kind. Het heeft geen zin om in het verleden te blijven leven”

“Er gebeuren mooie dingen in Molenbeek”, sluit Ihsane af met een optimistische noot. “Misschien ook slechte dingen, zoals overal. Dat ik uit Molenbeek kom, definieert me niet als persoon. Ik kan evengoed vijf jaar in Molenbeek wonen en dan verhuizen naar Ganshoren voor een jaar. Ik zit hier nu goed, maar wie weet wat de toekomst brengt. Dat ik van Molenbeek ben, is een detail. Het maakt deel uit van mijn verhaal, maar niet van mijn persoonlijkheid.”

10 jaar na de aanslagen

Op 22 maart is het tien jaar geleden dat ons land in 2016 werd opgeschrikt door aanslagen in de vertrekhal van Brussels Airport en in metrostation Maalbeek.