Het federaal parket zag in 2025 een aanzienlijke stijging van het aantal nieuwe dossiers rond internationaal humanitair recht. Het wijst op de nood – vooral in Brussel – aan aanzienlijke versterking om die dossiers te behandelen.
© Bart Dewaele
Parket: ‘Stijging dossiers internationaal humanitair recht zet druk op Brusselse justitie’
Concreet opende het parket vorig jaar 83 nieuwe dossiers met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (IHR): misdaad van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Dat zegt het in zijn jaarrapport 2025.
Dit is het hoogste aantal nieuwe dossiers inzake internationaal humanitair recht dat in één jaar is geopend sinds de oprichting van het federaal parket. Ter vergelijking: in 2024 – dat al een belangrijk jaar was – ging het om 33 nieuwe dossiers.
De nieuwe dossiers meegerekend, waren er 203 dossiers in onderzoek op 31 december 2025. Het gaat onder meer over dossiers rond de genocide in Rwanda of rond Israël en de bezette Palestijnse gebieden.
Het parket wijst er daarbij op dat het tekort aan politionele onderzoekers en magistraten die met de behandeling van deze dossiers belast zijn “meer en meer problematisch” is. “Vooral in het hof van beroep van Brussel dient de nodige capaciteit te worden vrijgemaakt om meer assisenprocessen inzake IHR te kunnen houden. Zonder aanzienlijke versterking zullen tientallen dossiers met betrekking tot deze misdrijven niet worden behandeld.”
Om die toegenomen werklast het hoofd te kunnen bieden, vraagt het federaal parket om een gespecialiseerde eenheid onderzoekers op te richten en een functie van gespecialiseerde onderzoeksrechter te creëren. Daarnaast moet ook meer capaciteit worden vrijgemaakt om de dossiers te verwerken.
Minderjarigen in terrorismeonderzoeken
Verder wijst het parket in zijn jaarverslag op een forse toename van het aantal minderjarige verdachten in zware terrorismeonderzoeken. In 2025 ging het om 51 verdachten, waar het in 2019 en 2021 slechts 15 verdachten betrof.
Het jaarverslag wijst daarbij op de rol van het internet en onlineradicalisering. “Of het nu gaat om het verspreiden van propaganda of het aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven: het gebruik van internet is een zeer actuele trend. Het federaal parket merkt niet-geïsoleerde gevallen van zelftraining en zelfradicalisering op die het gevolg zijn van jongeren die zichzelf opsluiten in een bubbel die uitsluitend door internet wordt gevoed.”
Ter illustratie van het fenomeen schetst het parket een zaak die in maart 2024 op de radar kwam. Het betrof een Signal-groep (een versleutelde berichtenservice) waar gesprekken werden gevoerd over het kopen van wapens op het darkweb, het leven in Syrië onder de Islamitische Staat en het vervaardigen van explosieven. Er werd ook inhoud gepubliceerd die expliciet en publiekelijk aanzette tot het plegen van een terroristische aanslag. Er werden vier verdachten geïdentificeerd, onder wie een minderjarige (geboren in 2009) uit Anderlecht.
Lees meer over: Brussel , Justitie , federaal parket , Jaarverslag , Internationaal humanitair recht