Zes op de tien rechters onderschatten hoe lang veroordeelden in de gevangenis zitten. Die misvatting leidt mogelijk tot zwaardere straffen, schrijft de Tijd vrijdag.
©
Kevin Van den Panhuyzen
| Een cel in de gesloten gevangenis van Vorst.
Rechters onderschatten hoe lang veroordeelde in de cel zit
Dat criminelen 'hooguit een derde' van hun straf uitzitten, leeft niet alleen in de publieke opinie, maar ook bij rechters. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de UCLouvain Saint-Louis Bruxelles.
De onderzoekers bevroegen 110 Vlaamse, Waalse en Brusselse strafrechters over hoe zij beslissen over een straf. Ze vroegen ook hoe lang ze denken dat iemand doorgaans achter de tralies zit. Een op de vijf denkt dat langgestraften maar een derde van de straf uitzit, vier op de tien denkt tussen een derde en de helft.
Dat is een onderschatting, zegt criminoloog Lars Breuls (VUB), die het onderzoek met criminologen An-Sofie Vanhouche (VUB) en Olivia Nederlandt (UCLouvain Saint-Louis Bruxelles) uitbracht. "Slechts een kleine minderheid van die gedetineerden komt na een derde van de straf al vrij. Het merendeel zit meer dan de helft van de straf uit in de gevangenis en de groep die tot strafeinde in de cel zit, groeit."
Dat rechters de detentieduur onderschatten, legt een pijnpunt bloot in het strafuitvoeringsbeleid. "Het toont aan dat rechters er geen vertrouwen in hebben dat de straf die ze uitspreken ook wordt uitgevoerd. Dat kan ertoe leiden dat ze - bewust of onbewust - compenseren door zwaarder te straffen", zegt Breuls.
Uit internationale vergelijkingen blijkt dat Belgische rechters relatief streng straffen. Hoewel rechters de impact van de strafuitvoering op hun besluitvorming minimaliseren in de enquête, ontstaat in gesprekken een genuanceerder beeld en erkennen rechters dat het soms meespeelt in hun oordeel.
Lees meer over: Brussel , Justitie , VUB , brusselse gevangenissen